Open en roer. Klaar!

Gisteren was ik op het koninklijk paleis in Brussel, om te kijken hoe Cees Nooteboom de Prijs der Nederlandse Letteren kreeg. Het voltallige bejaardentehuis Het Kerelke vertoefde helaas in Benidorm en kon geen acte de présence geven, dus werden het voltallige schrijversgilde en professionele werklozen uitgenodigd. Aangezien ik toevallig dol ben op koningen, prinsessen, erwten, decorum, theatrale toestanden en ridicule outfits, toog ik blij op mijn fiets richting paleis. Ik keek er zo naar uit. Tijdens speeches van minstens tweehonderd minuten kan ik altijd heerlijk fantaseren. Goed voor de creativiteit. Natuurlijk kan het plafond ieder moment naar beneden komen, zeker met een vijftigtal luchters van één ton gewicht eraan, en natuurlijk kunnen de hapjes vergiftigd zijn en kan koningin Fabiola nog altijd ineenstuiken, maar die vragen hielden me niet bezig. Gisteren was ik gewoon simpelweg blij.

Nadat ik door een homoknappe man met witte handschoentjes aan in mijn pluche zetel werd gezet, en het teleurstellend korte speechen begon, liet ik mijn gedachten vrij. Cees Nootebooms werk bracht me via een ingewikkelde associatieketen bij de toekomst van de rock-’n-roll. Hoe ziet die eruit? mijmerde ik. Slecht, dacht ik in mijn optimistische bui. Rock-’n-roll is morsdood. Keith Richard wordt per strekkende meter verkocht als leder, Kurt Cobain brult in het hiernamaals, Amy Winehouse verloor haar neus en stem en tanden. De mot zit er in, de fut is eruit.

En hoe gaat het in andere domeinen, neem nu in de sportwereld? Bar slecht, als ik het diplomatisch stel. Kijk maar naar die judoka wiens arm onlangs haast werd afgerukt, de voetballer die tot vrouw werd geschopt, de polsstokspringer die helemaal tot in het publiek vloog. Ook in het sportwezen zijn de gouden jaren voorbij. Te ver doorgedreven professionalisering heeft de boel belazerd. De mensen kijken wel naar wat anders terwijl ze hun biertjes drinken.

Film dan. Welke film eigenlijk? Hier in Vlaanderen wordt de ene kleine filmzaal na de andere gesloten. De alternatieve filmscène is nog doder dan de rock-’n-rollscène. De grote King Kong-verhalen worden hooguit herhaald met nog specialere special effects. Af en toe plant ik mij nog eens neer in de cinemazaal achter een nacho etende meerwaardezoeker op vlak van calorieën, maar dan niet meer om mij te laten verrassen, maar wel om mijn verwarming niet te hoeven opzetten.

Wat rest ons nog? Eenvoudig: Vorst en Literatuur! Zo lang het duurt. Cees zei het in zijn dankwoord: na de ontkerkelijking volgt de ontkunsting. Na lege kerken en volle moskees nu ook lege boeken en volle cd’s. En geen kat die nog iets van kunstgeschiedenis weet. Maar of dat erg is? Ik weet het niet. Cees ook niet. Zelfs geen van de geheven glazen had het antwoord, hoe ik ook zocht, glas na glas.

saskia de coster