Obama stuit op grens macht VS

Op zijn toernee door Azië heeft Barack Obama ondervonden dat de machtsverhoudingen tussen West en Oost veranderd zijn.

Op de zeventien uur lange terugvlucht naar Washington DC bedenkt president Obama zich ongetwijfeld niet voor het eerst dat persoonlijke populariteit en concrete resultaten boeken twee heel verschillende zaken zijn.

Gewone Japanners, Chinezen en Koreanen verwelkomden hem hartelijk, maar in de drie corridors of power stuitte hij op de taaiheid van problemen (Noord-Korea) of een harde, nieuwe werkelijkheid: China, zelfbewust, met een eigen agenda die op hoofdkwesties niet strookt met die van de VS.

In zekere zin stuitte Obama tijdens zijn eerste bezoek aan Azië op de grenzen van de Amerikaanse macht. Hij ervoer de verschuivende balans tussen West en Oost aan den lijve.

In Tokio, waar hij volgens sommige critici te diep boog voor keizer Akihito, ontmoette hij een nieuwe politieke leider, Yukio Hatoyama. De huidige Amerikaans-Japanse bilaterale relatie stamt uit de Koude Oorlog en is als gevolg van de groei van China aan revisie toe. Maar wat daarvoor in de plaats gaat komen is onduidelijk, ook na de gesprekken tussen Obama en Hatoyama die de netelige kwestie van de Amerikaanse marinebasis op Okinawa doorschoven naar een werkgroep.

In Seoul, waar Obama vandaag zijn eerste Aziatische toer afsluit, kreeg hij uit eerste hand te horen hoe hardnekkig Noord-Korea vasthoudt aan de ontwikkeling van kernwapens. Vrijwel ieder denkbaar plan is al een keer geprobeerd, inclusief op VN-papier aangescherpte sancties die door China halfhartig worden gesteund.

Het bezoek aan Seoul was een vorm van ontspanning vergeleken bij het driedaagse spitsroeden lopen in Shanghai en Peking. Obama’s bezoek was van minuut tot minuut geregisseerd (31 minuten op de Grote Muur, 45 minuten in de Verboden Stad). Er was nog minder ruimte voor spontaniteit dan tijdens de bezoeken van de presidenten Clinton en Bush.

Alle woorden over het vitale belang van Amerikaans-Chinese samenwerking en over „de last van het leiderschap’’ ten spijt, bleven Obama en de Chinese leider Hu Jintao het over vrijwel alles oneens, zo maakten zij met het optreden voor twee heren duidelijk.

Op het klimaat na stuitte Obama waar het ging over Iran, Noord-Korea en het Chinese wisselkoersbeleid op beleefd, maar zeer hardnekkig verzet. Nieuwe sancties tegen Noord-Korea zijn onbespreekbaar en dat geldt al evenzeer voor het boycotten van Iran dat olie en gas levert aan China. Hoewel er veel woorden zijn gewijd aan de noodzaak de wereldeconomie in balans te brengen, was er geen begin van overeenkomst te bespeuren over concrete stappen. China blijft de Chinese munt koppelen aan de dollar en houdt daarmee de export goedkoop.

Deze vorm van ‘wisselkoersprotectionisme’ begint steeds problematischer te worden voor de VS waar economisch herstel niet gepaard gaat met het creëren van nieuwe banen. Dat laatste gebeurt in China volop als gevolg van het stimuleringspakket en de zwakke renminbi ten opzichte van de dollar en de euro.

Om de voorspelbare kritiek in eigen land over het al dan niet aan de orde stellen van mensenrechtenkwesties voor te zijn, maakte Robin Gibbs, woordvoerder van het Witte Huis, duidelijk dat Obama zich in het openbaar voorzichtig had uitgedrukt, maar in de gesprekken met Hu wel degelijk alles heeft gezegd wat hij wilde zeggen(„He pulled no punches”), ook op het gebied van mensenrechten.

Obama ziet China als een potentiële partner om mondiale problemen op te lossen. Maar of hij uit zijn besprekingen met Hu en premier Wen al de conclusie kan trekken dat China daartoe bereid is, is niet waarschijnlijk. China mag dan een onvermijdelijke speler zijn geworden, van een ‘G-2’ kan vooralsnog niet gesproken worden.

Het is, zo krijgt hij van zijn adviseurs, onder wie de vloeiend Mandarijn sprekende ambassadeur Huntsman, te horen een kwestie van tijd en vooral van geduld voor resultaten zichtbaar zullen worden. De eerste gelegenheid voor Obama en Hu om de balans op te maken, is het bezoek van de Chinese leider aan de VS in de tweede helft van 2010.