Mozart in een Concertgebouw vol allochtonen

Het Concertgebouworkest speelde gisteravond een kennismakingsconcert voor een Grote Zaal met vooral veel allochtonen. Een idee van de beschermvrouwe, Prinses Máxima.

Koninklijk zijn ze, maar je kunt het Concertgebouworkest net zo goed koesteren als een allochtonenorkest. De concerten van het orkest zijn vooral gelegenheden voor de autochtone ‘elite’, maar de 117 musici zelf vertegenwoordigen twintig nationaliteiten. De Rus en de Argentijn in de blazersgroep, die spreken samen Frans. „Kan zijn, maar een afspiegeling van de diversiteit in Nederland zijn jullie toch echt niet”, vindt een kritische bezoeker tijdens een discussie na afloop van het concert gisteravond. En dat wordt ruiterlijk beaamd.

Ook Prinses Máxima, beschermvrouwe van het orkest en zelf als Argentijnse ook allochtoon, constateerde de kloof tussen het orkestpubliek en de Nederlandse bevolkingssamenstelling. Om die reden bedacht ze het plan om ‘haar’ orkest ook te presenteren aan de groep luisteraars die het Concertgebouw normaal gesproken zelden bezoekt: allochtone hoogopgeleiden. In samenwerking met Forum, instituut voor multiculturele ontwikkeling, stroomde de zaal gisteravond vol met vooral nieuwe Nederlanders.

„Wat een verademing; eindelijk een publiek dat mijn stad weerspiegelt”, merken jongere autochtone bezoekers op. In de wandelgangen wordt, uitbundiger dan anders, in groepjes druk gepraat en begroet. „Hé man, lang niet gezien! Altijd druk jij, nooit effe chill.” Niet enkele gekleurde bezoekers zijn er, maar honderden; Afrikanen, Antillianen, Surinamers. Rijen vol moslima’s met feestelijke hoofddoekjes. Pakistani in spencers of driedeel, Turkse en Marokkaanse professionals in maat- en mantelpakken, Japanse studenten – het was zoeken naar een bevolkingsgroep die niet is vertegenwoordigd.

De meesten van hen zijn hier, zeggen ze desgevraagd, inderdaad voor het eerst. „Klassieke muziek is normaal niet echt mijn smaak”, zegt de bijna afgestudeerde juriste Nawal el Mahi – Rotterdamse met een Marokkaanse achtergrond. Maar naast haar zit haar goede vriend Peeter Bekker, directeur van de Rotterdamse Talmaschool, waar allochtone kinderen op school een instrument leren spelen. En hij vindt klassieke muziek juist het hoogste goed, lacht ze.

Orkestdirecteur Jan Raes memoreerde in de Forum-lezing vooraf dat muziek per definitie multicultureel is, en dat juist muziekeducatie „hoopvolle impact kan hebben op de multiculturele samenlevingsproblematiek”.

De vraag is of reguliere concerten van het orkest daarin een rol kunnen spelen; zijn de belangstellenden die nu de zaal vullen in staat of bereid straks zestig euro per plaats te betalen? „Aj, dat is veel geld”, vinden enkelen. Aan hun enthousiasme zal het niet liggen; voor het door pianist Jonathan Biss helder poëtisch gespeelde 21ste Pianoconcert van Mozart is er applaus, voor de meeslepende zwier in Dvoráks Scherzo capriccioso een staande ovatie. Meest succesvol programmaonderdeel: de delen uit Stravinsky’s De vuurvogel. Tijdens de Berceuse – met zijn stralende houtblaassoli een goed visitekaartje voor het orkest – beginnen twee tieners te tongzoenen.

Het KCO herhaalt dit concert o.l.v. M. Elder met Mozarts 21ste Pianoconcert vrijdag en zondag, dan ook met de Symfonie nr. 4 van Sjostakovitsj.