Maritiem Den Helder heeft het moeilijk

Den Helder heeft relatief stabiele werkgevers, zoals de marine. Maar in de offshore-sector ging toch een groot bedrijf failliet. En de bollentelers, verderop, hebben het ook zwaar.

Op de lege eerste verdieping van offshorebedrijf Bluestream in Den Helder staan twee scheepsmodellen. Links de Toisa Paladin, rechts de Northern River. Ze hebben witte kajuiten en oranje kielen. „Die twee schepen hebben ons de kop gekost”, zegt directeur Rolf de Vries. „Wij hebben het botenspel gespeeld en verloren.”

Apetrots waren ze bij Bluestream. Het waren weliswaar niet hun eigen schepen, maar met langlopende leasecontracten leek het daar wel een beetje op. Vanaf beide boten konden zowel boven als onder water inspecties en onderhoud verzorgd worden. Bluestream zette de vaartuigen vol moderne apparatuur. Net als elders in de offshore kon het niet op in 2007 en 2008. Maar toen kwam de crisis. Een grote order viel weg, de olieprijs daalde, klanten stelden de ‘apk-keuring’ van hun platformen uit. De dure schepen van Bluestream werden het bedrijf fataal.

In maart ging Bluestream failliet. Weg omzet van 50 miljoen euro, vaarwel 82 van de 100 personeelsleden. Na drie weken kon Bluestream een doorstart maken met 18 mensen, dankzij enkele Helderse investeerders en Rabobank, de grootste schuldeiser. De oude directeur vertrok en commercieel directeur Rolf de Vries, sinds november 2008 in dienst, kreeg de leiding. Bluestream hield (bijna) dezelfde naam, kocht apparatuur terug en kon in het bedrijfspand blijven zitten. De Vries huurt nu de begane grond. De eerste verdieping staat leeg.

Het faillissement van Bluestream veroorzaakte een schok in de regio, vertelt Peter-Paul Solkesz, directeur van automatiseringsbedrijf DRM en voorzitter van de Helderse Ondernemersvereniging (HOV). „Bluestream was een parel van de Helderse economie. Het was gegroeid van klein bedrijf tot wereldspeler. Buiten de marine en enkele zorginstellingen was Bluestream hier een van de grotere werkgevers. De crisis kwam wel heel dichtbij.”

Volgens Solkesz doet de crisis zich in Den Helder minder gelden dan elders, dankzij stabiele werkgevers als de marine. „Maar dat heeft mensen hier ook afwachtend gemaakt. We moeten ondernemender worden. Op de krijgsmacht wordt ook bezuinigd en zorginstellingen fuseren en verplaatsen banen naar elders.”

In de Kop van Noord-Holland en Texel gingen in 2007 en 2008 gemiddeld 7,5 bedrijven failliet per kwartaal. In de drie kwartalen van 2009 waren dat er twee keer zo veel, blijkt uit cijfers van de Kamer van Koophandel. Met name in de bouw, de groothandel en de transportsector.

Het ‘nieuwe’ Bluestream vertelt inmiddels weer een positief verhaal. „Wij hebben weliswaar een aantal projecten verloren, maar geen klanten”, zegt Rolf de Vries. „We hadden gedacht dat 2009 een verloren jaar zou zijn, maar waarschijnlijk sluiten we het jaar net kostendekkend af. Bedrijven kunnen het onderhoud niet blijven uitstellen.” Bluestream doet nu ‘eenvoudiger’ onderhoud van bestaande installaties in plaats van geavanceerde nieuwe projecten. „Minder spannend, maar wel bedrijfszekerder”, zegt De Vries.

Een voorzichtig positief geluid klinkt iets ten zuiden van Den Helder, in ’t Zand. Dat dorp is het centrum van de regionale bollenteelt, naast offshore een belangrijke bedrijfstak in de regio. „We merken enig herstel van de bolleneconomie”, zegt Jeroen van het Kaar van Intermediair Groep Holland. IGH bemiddelt tussen bollenkwekers enerzijds en exporteurs en bloemenkwekers anderzijds. „Eind vorig jaar in het rooiseizoen daalden de bolprijzen nog flink”, zegt Van het Kaar, „maar nu zijn ze voor veel soorten stabiel of licht stijgend. Exporteurs hebben onder meer een flinke afzet in China.”

Dat neemt niet weg dat het nog uiterst moeizaam gaat. „Er bereiken ons zorgwekkende signalen uit de Helderse bollensector”, schreef het college van B&W in juni aan de gemeenteraad. „Bollentelers geven aan dat zij het erg moeilijk hebben. Bloemenveiling Flora Holland voorziet dit jaar een omzetdaling van 10 procent. De leliesector verwacht dit jaar een nog forsere krimp, soms zelfs tot 30 procent.”

Van het Kaar bevestigt de problemen. „Veel kleinere bedrijven zijn gestopt. Bollenkwekers hebben de afgelopen jaren niets verdiend.” Hij ziet de problemen als hij door de regio rijdt. „Huurland waarop vroeger bollen werden verbouwd, staat nu vol groente. Dat werd hier nooit verbouwd. Maar nu is er door de krimp in de bollenteelt minder vraag naar huurland.”

In de bollensector is al langer sprake van overproductie, zegt Van het Kaar. Door betere groei- en oogstmethoden levert het land meer op dan vroeger. Bovendien is de concurrentie uit Chili en Nieuw-Zeeland gegroeid. Daar bovenop kwam de economische crisis. „In de jaren tachtig en negentig kon de sector een dip altijd goed opvangen, maar de huidige crisis is van een heel andere orde.” Met name de vraag uit Groot-Brittannië en Rusland is ingezakt. „Daar verkopen supermarkten nauwelijks nog luxe boeketten.”

Ondernemers in de regio Den Helder moeten meer ondersteuning krijgen van de gemeente, vindt Solkesz van de Helderse Ondernemersvereniging. „De gemeente moet ondernemers meer faciliteren.”

Andere gemeenten doen dat veel beter, zegt Solkesz. „Stel dat tien bedrijven vanuit de Randstad willen verhuizen naar het noorden. En de keuze valt op Den Helder of Harlingen. Negen van de tien kiest voor Harlingen. Want daar worden ze met open armen ontvangen. Hier worden ze direct gewezen op alle regeltjes en beperkingen.”