In Zuidplas wint Rita Verdonk haar eerste zetels

Trots op Nederland is sinds gisteren meer dan alleen Rita Verdonk. Maar wat heeft de beweging de kiezer eigenlijk te bieden? De belofte van daadkracht.

Rita Verdonk begint haar electorale carrière net als Geert Wilders. Beiden haalden bij hun eerste verkiezingen 6 procent van de stemmen. Er is een klein verschil: bij Wilders ging het in 2006 om de Tweede Kamer, Trots op Nederland van Rita Verdonk behaalde zijn 6 procent gisteren voor de gemeenteraad van Zuidplas. Verdonk is blij: „Veel mensen dachten, het is niets, en het wordt nooit meer wat. Ze hadden allemaal ongelijk.”

Tien dagen geleden voerde ze nog campagne in Zuidplas. In de door regen lege straten kon ze niet veel meer doen dan folders in brievenbussen schuiven. De weinige inwoners die zich op straat waagden, liepen niet over van interesse, laat staan enthousiasme. Het was de wereld van Trots op Nederland in een notedop: onbekend, onbemind en een beetje onbeholpen.

In de landelijke peilingen bestaat de beweging van Rita Verdonk niet of nauwelijks meer. Op een goede dag scoort ze één zetel in de peilingen, op een slechte dag nul. Zij wordt vaker bespot dan serieus genomen in de Tweede Kamer, waar ze met haar onvermijdelijke spiekbriefje in de hand bewindslieden en coalitiepartijen aanvalt om hun gebrek aan leiderschap en daadkracht en hun overmatige liefde voor het pluche.

Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in 2006 haalde Rita Verdonk 620.555 stemmen. Toen was ze nog VVD’er. Meer kiezers dan Geert Wilders en – uniek in de geschiedenis – meer dan haar toenmalige partijleider, Mark Rutte. Toen Verdonk wegens chronische ongehoorzaamheid twee jaar geleden uit de VVD-fractie werd gezet en haar nieuwe beweging begon, beloofden de peilingen haar gouden bergen. Wilders maakte zich zoveel zorgen dat hij haar probeerde in te lijven bij zijn PVV. Nu is het Wilders die drijft op de belofte van peilingen.

Maar volgens een andere maatstaf zou je kunnen zeggen dat ze misschien wel méér aanhang heeft dan de PVV. De ‘partij’ van Wilders heeft geen leden en bestaat alleen op een verdieping in het Tweede Kamergebouw. Trots op Nederland bestaat ook buiten het Binnenhof. Op 49 plaatsen in het land zijn lokale afdelingen opgericht. In die afdelingen zijn volgens de partij rond de achthonderd bestuurders en kandidaten actief. De beweging is intussen veel groter dan alleen Verdonk.

Voor een beweging – het mag geen partij heten – die zich afzet tegen de bestuurlijke elites, is de structuur opmerkelijk traditioneel: met kieskringen, lokale besturen en lokale partijprogramma’s. Met een landelijke ‘redactiecommissie’, die al een jaar bezig is met het opstellen van een partijprogramma. Met duizenden vrijwilligers die met folderen, websites beheren, lokale programma’s schrijven en kandidaten zoeken, toewerken naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2010. Dan moet Trots op Nederland laten zien dat het bestaansrecht heeft.

Maar wat is dat bestaansrecht? Kan een kiezer bij Verdonk iets vinden wat andere partijen niet bieden? Volgens Verdonk zelf is de doofheid van bestuurders en ambtenaren voor de belangen van burgers het grootste politieke issue van Nederland. Haar gedachtengang is als volgt: als goedbedoelende burgers de koppen bij elkaar steken, dan zouden ze voor elk maatschappelijk probleem een oplossing kunnen verzinnen. Een team kundige mensen met een daadkrachtige leider kan die oplossing daarna loslaten op de maatschappij.

Wat er dan gebeurt, was te zien op de eerste landelijke themadag die Trots op Nederland begin dit jaar hield. Daar mochten „gewone burgers” vertellen welke oplossingen ze hadden voor maatschappelijke problemen.

In het zaaltje waar het over de economische crisis ging, was er een ruzieachtige discussie tussen een burger, die elke vorm van overheidstimulering waanzin vond, en de voorzitter die dat overduidelijk een onverdraaglijk onverstandig standpunt vond. In het zaaltje mobiliteit ontstond een sfeer van eensgezinde redelijkheid, die uitmondde in consensus dat asfalt niet de oplossing is, dat het „combineren van vervoersmodaliteiten” en het ontmoedigen van ongewenst gedrag met „financiële prikkels” de enige manier is om het verkeersinfarct op te lossen.

Zo maakte de beweging kennis met een oude politieke wet: in de werkelijkheid van complexe problemen en conflicterende belangen levert inspraak vaak genuanceerde compromissen op, die nauwelijks in één zin zijn samen te vatten. Of ruzie.

In Zuidplas baseerde de beweging het lokale verkiezingsprogramma op een enquête onder bewoners. Het werd geen programma waarmee de beweging scherp afstand neemt van de gevestigde orde. Integendeel. Veel algemene waarheden – meer handhaven, minder gedogen, meer veiligheid, beter onderwijs – die nergens afwijken van wat de ‘zelfgenoegzame regenten’ belijden waar Verdonk tegen ageert.

Wat overblijft, is de belofte van daadkracht. Ferry van Wijnen is de nieuwe fractievoorzitter van Trots op Nederland in Zuidplas. Dat het lokale programma weinig nieuws bevat is niet erg, zegt hij. Veel belangrijker is dat zijn beweging dat programma ook echt wil realiseren. Dat andere partijen er misschien ook zo over denken, betwijfelt hij: „Als iedereen het wil, waarom gebeurt het dan niet?”

De winst in Zuidplas is geen toevalstreffer, voorspelt Verdonk. „We hebben in het land nou eenmaal meer krediet dan in Den Haag. En voor de mensen die zich afvragen waar is Rita? We zijn er, hier staan we!”