In Helmond begint de crisis nu pas echt

Machinefabriek Van de Weert moest een derde van het personeel naar huis sturen. Bedrijventerrein Hoogeind in Helmond voelt de crisis, net als de rest van Zuidoost-Brabant.

Aan het einde van de rondleiding stopt Mariska van der Meer even. „Normaal staan er op deze plek drie machines klaar om naar de klanten te gaan, nu staat er maar één.” Van der Meer, financieel directeur van de Helmondse Machinefabriek van de Weert, heeft het personeelsbestand in een half jaar moeten afbouwen van 55 naar 32 mensen. De reden: de orders voor gespecialiseerde machines zijn met ruim 30 procent teruggelopen.

„Ik heb er nog wel eens slapenloze nachten van”, zegt de 36-jarige Van der Meer. In januari had ze de contracten van alle inhuurkrachten opgezegd. In juni moest ze tien man vast personeel ontslaan. „We hebben ze allemaal tegelijk bij ons in het  kamertje geroepen en het slechte nieuws verteld. Dat was het dieptepunt in de geschiedenis van ons bedrijf.”

85 jaar geleden begon Machinefabriek Van de Weert als een Brabants familiebedrijf, in de periode dat Helmond volgens de gemeentelijke website nog een bloeiende metaalindustrie kende. De fabriek is verstopt achter een onopvallende gevel op industrieterrein Hoogeind, aan de Zuid-Willemsvaart. In de fabriekshal hangt de koude lucht van olie en metaal. Er werken mannen in blauwe overalls. Ze boren, lassen, slijpen en frezen aan machines die straks voor specialistische klussen ingezet gaan worden. Precisiewerk voor de betonbouw, schrootverwerking of de constructie van zonnepanelen.

Ouderwets vakmanschap gaat gepaard met geavanceerde techniek: boven zit de ontwerpafdeling die bouwtekeningen in 3D maakt. En in het midden van het pand zit de verkoopafdeling, nu twee bureaus groot. „Aan het begin van het jaar stonden er nog drie bureaus”, zegt Mariska van der Meer. „We hebben de boel opnieuw ingericht, dan valt het niet zo op dat er mensen weg zijn.”

De regio Helmond wordt zwaar getroffen door de economische crisis, legt Frans Smits van de Brabants-Zeeuwse werkgeversvereniging uit. „De werkloosheid bedraagt hier 10,6 procent, twee keer zoveel als de rest van Nederland.” Helmond kent veel industrie en het zijn vooral de bouw, de metaal en de logistiek die getroffen worden. „Sommige bedrijven hebben hun omzet zien halveren”, aldus Smits. De klappen komen harder aan dan bijvoorbeeld in de voedingsmiddelenindustrie, die ook sterk vertegenwoordigd is in Zuidoost-Brabant.

De ergste terugval moet in de bouw nog komen, zegt Smits. Joan Tourné, commercieel directeur van Machinefabriek Van de Weert houdt er rekening mee. „Nederland mag dan officieel uit de crisis zijn, voor ons begint de crisis nu pas.” Bouwprojecten die vorig jaar begonnen waren, zijn afgemaakt. Maar nieuwe projecten worden afgeblazen. Er zijn minder gespecialiseerde machines nodig en het ontbreekt aan kapitaal om te investeren, vertelt Tourné. Precisiemachines kosten al snel meer dan een ton, soms een half miljoen euro. Daarvoor zijn dikwijls leningen nodig. „Je merkt dat bedrijven geen krediet krijgen. Ze geven zo weinig mogelijk geld uit.” Het gevolg is dat machinefabriek Van de Weert nu veel onderhoud doet. Machines die niet vervangen worden, gaan immers eerder stuk. Een onderdeel vervangen levert niet de omzet op van een nieuwe bouwopdracht, maar „vele kleintjes maken één grote”, zegt Tourné.

Staalbedrijf Noxon, verderop op bedrijventerrein Hoogeind, is een van toeleveranciers van Machinefabriek van de Weert. Ook bij Noxon is de omzet sterk teruggelopen. „Dat ligt ook aan de gedaalde nikkelprijzen, een van de grondstoffen voor roestvrij staal”, zegt manager Ruud Hammecher. De reparatie- en onderhoudsbranche doet het naar verhouding goed, waardoor Noxon nog geen van de 87 personeelsleden heeft ontslagen. „We hebben zelfs geen deeltijd-WW aangevraagd”, aldus Hammecher.

Op hetzelfde bedrijventerrein zit C. Kornuyt, een klein bedrijf dat gespecialiseerd is in bouwchemische producten. Helmonder Serge Kornuyt heeft acht mensen in dienst, die voornamelijk onderhoud aan betonnen vloeren doen. „Tot op dit moment gaat het goed in de onderhoudssector, maar ik besef me dat de klap nog kan komen.” Kleine bedrijven kunnen flexibeler omgaan met de crisis, zegt Kornuyt. „Ik ben blij dat ik nu geen honderd man in dienst hoef te houden. Aan de andere kant: het kan maar zo gebeuren dat een grote opdrachtgever omvalt en je naar je geld kunt fluiten.”

Een eenduidige strategie als antwoord op de crisis is er niet, zeggen ze bij Machinefabriek van de Weert. Het is wachten tot bedrijven weer armslag krijgen en consumenten voldoende vertrouwen hebben om in nieuwe huizen te investeren. Door actief te blijven in verschillende sectoren hoopt Joan Tourné de terugloop in de bouwmarkt te compenseren. Bijvoorbeeld door meer machines te bouwen voor de constructie van zonnepanelen. „Hoewel de prijzen voor zonnecellen dalen is dit nog steeds een groeimarkt.”

„Deze crisis is niet te wijten aan slecht management”, zegt Mariska van der Meer. Toch leverde de directie van de machinefabriek leverde zelf 10 procent salaris in. Van het overgebleven personeel is dat offer niet gevraagd. Het zure is, zegt ze, dat goede metaalbewerkers tot vorig jaar nog amper te vinden waren. „Over een paar jaar komen we weer mensen tekort.”