Een lang, lang diner, en 'n moeilijke puzzel

Het zou een lang, lang diner kunnen worden vanavond.

De 26 regeringsleiders van de EU zijn twee keer gebeld, maar wie de twee topbanen krijgen is nog niet rond.

Telefoon in het Torentje. Fredrik Reinfeldt, de premier van Zweden aan de lijn. Wat zegt hij tegen Jan Peter Balkenende? Niemand die het precies weet.

Behalve de twee regeringsleiders. En dat is een van de redenen dat de politieke puzzel die vanavond in Brussel moet worden gelegd, zo ingewikkeld is.

EU-leiders komen bij elkaar om te dineren en om te beslissen wie de twee prestigieuze nieuwe topfuncties krijgen. Europa zoekt een president én een minister van Buitenlandse Zaken. De Zweedse premier Reinfeldt doet de sollicitatiegesprekken omdat zijn land dit half jaar voorzitter is van de Europese Unie.

De afgelopen dagen belde de Zweedse premier met al zijn collega’s. Die weten alleen wat ze zelf tegen hem hebben gezegd. Natuurlijk bellen die collega’s ook met elkaar. Maar ze kunnen er niet zeker van zijn dat ze dan hetzelfde te horen krijgen als Fredrik Reinfeldt.

Iedereen blijft het liefst vrienden met iedereen. Dus het zou zo maar kunnen dat premier Balkenende vanavond aan het voorgerecht begint met de gedachte dat Donald Tusk hem wel ziet zitten. Terwijl de premier van Polen eigenlijk liever heeft dat het toch Tony Blair wordt.

Het gaat natuurlijk om prestige. Benoemingen zijn altijd moeilijk in de EU. Over ingewikkelde Europese wetten kun je een compromis sluiten. Hier een paar procenten minder, daar wat euro’s meer. Maar president word je of dat word je niet. Bovendien: de meeste kandidaten behoren tot de selecte club van regeringsleiders. Ze moeten dus beslissen over zichzelf.

Natuurlijk gaat het ook om belangrijke banen. Het idee is dat Europa eindelijk een gezicht krijgt. Of twee. De EU-president (‘vaste voorzitter’) moet voortaan de bijeenkomsten van Europese regeringsleiders voorzitten – nu doet elk half jaar iemand anders dat. De EU-minister van Buitenlandse Zaken (‘hoge vertegenwoordiger’) moet er voor zorgen dat Europa eindelijk met één stem spreekt in de wereld. Nu is het vaak een bende als er ergens een oorlog uitbreekt: verschillende lidstaten sturen hun minister er op af, en dan is er ook nog een Eurocommissaris voor ‘externe relaties’.

Eenheid dus, daar gaat het om. Daarom is het pijnlijk als het vanavond moeilijk blijkt om tot een akkoord te komen. Dan straalt Europa helemaal geen eenheid uit, maar juist weer het tegendeel.

Toch zou dat best kunnen gebeuren. De Zweedse premier is al weken aan het bellen met zijn collega’s. Hij had natuurlijk gehoopt dat ze het telefonisch eens konden worden. Maar dat lijkt niet te gaan lukken. Ministers van Buitenlandse en Europese Zaken die deze week in Brussel waren, speculeerden openlijk dat het vanavond wel eens een heel lang diner kan worden. „Na donderdag is er vrijdag, en dan zaterdag”, zei de Zweedse Cecilia Malmström. Het ontbijt voor morgenochtend zou al zijn besteld.

Topfavoriet voor het presidentschap is Herman Van Rompuy, de premier van België. Gisteren zei de Duitse ambassadeur in België in de Vlaamse krant De Morgen dat Angela Merkel, de Duitse bondskanselier, hem steunt. Mensen rond de Belgische premier denken dat ook Nicolas Sarkozy, de Franse president, voor hem is. Sarkozy zei eerder dat hij dezelfde kandidaat zal steunen als Merkel.

Maar de Britten blijven volhouden dat het hun oud-premier Blair moet worden. Als Europa wat wil betekenen, heb je iemand nodig die ze kennen in de rest van de wereld, redeneren de Britten. Wie kent Herman Van Rompuy, die nog geen jaar premier is? In een interview bekende hij onlangs dat hij geen Angela durft te zeggen tegen de Duitse bondskanselier Merkel. Moet hij straks Obama een hand een geven? David Miliband, een partijgenoot van Blair, zei het zo: „We hebben iemand nodig voor wie het verkeer stopt als hij of zij landt in Peking, Washington, of Moskou.”

Britse media begonnen de afgelopen dagen een campagne stop-Herman-Van-Rompuy. Is this our fate? Bossed around by a Belgian nobody, stond met grote letters boven een artikel in de Daily Express. De serieuzere Times stelde in een commentaar over Van Rompuy: „Hij is zó anoniem dat de ongeïnteresseerde toeschouwer zelfs enthousiast wordt voor de alternatieve kandidatuur van Jan Peter Balkenende.”

Wie in Amerika president wil worden kiest met zorg zijn running mate. In Europa zijn er nu geen verkiezingen en een echte president komt er ook niet. Maar het is wel belangrijk wie de tweede topfunctie krijgt. Die moet passen bij de president, en ook daarom is het moeilijk om tot overeenstemming te komen.

Een paar weken geleden leek Van Rompuy de perfecte running mate te hebben: David Miliband, de Britse minister van Buitenlandse Zaken. Miliband is jong, flamboyant, sociaal-democraat en hij komt uit een groot land. Van Rompuy is grijs, degelijk, christen-democraat en komt uit een klein land. Daarmee zouden een hoop belangen zijn behartigd. Bovendien leek het een mooie manier om de Britten tevreden te stellen.

Er was alleen één probleem: David Miliband zei dat hij echt niet wil. Nu zeggen de meeste kandidaten dat, maar Miliband zei het zo nadrukkelijk dat veel mensen hem geloofden. Miliband zou wel eens de nieuwe partijleider van Labour kunnen worden, als premier Brown volgend jaar de verkiezingen verliest – wat volgens peilingen zeer waarschijnlijk is.

Maar misschien wordt het toch Miliband. Of misschien wordt er een andere Brit gevraagd voor de tweede functie: Peter Mandelson, ook een minister, of Catherine Ashton, de huidige Britse Eurocommissaris. Of misschien kan men de Britten op een andere manier tegemoetkomen: met een zware economische portefeuille in de nieuwe Europese Commissie, die binnenkort ook moet worden benoemd. Mogelijk houden ze daarom vast aan Blair. Maar het kan ook zijn dat de Britten Herman Van Rompuy echt niet willen omdat ze hem te pro-Europees vinden. In dat geval wordt er vanavond verder rond te tafel gekeken, misschien wel in de richting van Jan Peter Balkenende.

Andere namen die worden genoemd zijn die van Jean-Claude Juncker, de Luxemburgse premier, Wolfgang Schüssel, de voormalige Oostenrijkse kanselier en Vaire Vike-Freiberga, oud-president van Letland. Maar het kan ook nog iemand worden aan wie nu nauwelijks iemand denkt, zo bleek in het verleden. Hier en daar valt zelfs ook de naam van Fredrik Reinfeldt.

Dat er zo lang over namen wordt gepraat, is ook omdat er over de inhoud van de functies nog weinig bekend is. Het zijn de personen die straks de inhoud van de functies zullen bepalen. Iemand als Tony Blair zal dat anders doen dan Herman Van Rompuy of Jan Peter Balkenende. Later zal pas blijken of ‘president’ wel een goede naam is, of dat het beter is te praten over een ‘voorzitter’.

Sommigen zeggen dat de EU-minister van Buitenlandse Zaken eigenlijk belangrijker wordt dan de EU-president. De laatste krijgt maar een kleine staf. De eerste wordt de baas van een diplomatieke dienst met duizenden medewerkers.

Het is in ieder geval te hopen dat ze het goed met elkaar kunnen vinden. In het nieuwe Verdrag van Lissabon staat bijvoorbeeld dat de president Europa vertegenwoordigt „op zijn niveau”. Maar wat is dat?

Als er straks een EU-Rusland of een EU-VS-top is, dan zal de nieuwe Europese president waarschijnlijk naast zijn Amerikaanse of Russische ‘collega’ op de foto’s willen. De hoge vertegenwoordiger vast ook, die is immers verantwoordelijk voor ‘het buitenland’.

En José Manuel Barroso, de Portugese voorzitter van de Europese Commissie? Die is nu gewend dat hij eveneens wordt uitgenodigd bij dat soort gelegenheden. Hij is niet iemand die zich straks op de achtergrond zal willen houden. Dat zijn dus al drie gezichten voor Europa.

Het roulerende voorzitterschap van de EU blijft trouwens óók bestaan. Net als nu zal iedere zes maanden een ander land de bijeenkomsten van vakministers in Brussel voorzitten. Als dat een groot land is, dan zal de premier daarvan zich vermoedelijk niet laten wegstoppen bij topontmoetingen. Vanaf 1 januari is meteen een groot land aan de beurt: Spanje. Premier Zapatero wil misschien ook wel op de foto met Obama of Medvedev.

Gisteren was er een EU-Rusland-top. In Stockholm, tussen zijn telefoongesprekken door, moest Fredrik Reinfeldt de Russische president Medvedev ontvangen. Medvedev vertelde na afloop dat hij Reinfeldt had uitgenodigd voor een voetbalwedstrijd ’s avonds. „Maar hij heeft geen tijd”, zei Medvedev. Een paar maal wenste hij de Zweedse premier veel succes. „Het wordt een belangrijke dag voor Europa.”