Deze vier werden het eerder (ook) niet

Als Jan Peter Balkenende het níet wordt, heeft hij in elk geval één ding gemeen met Wim Kok, Ruud Lubbers, Jean-Luc Dehaene en Guy Verhofstadt: zij werden het eerder ook niet. Dat wil zeggen: zij werden geen voorzitter van de Europese Commissie. Hoe ging dat toen in zijn werk?

1 GUY VERHOFSTADT

In 2004 (25 EU-landen) schoven de Franse president Jacques Chirac en de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder de Belgische liberale premier Guy Verhofstadt naar voren om Romano Prodi op te volgen. Maar de grootste partij in het Europees Parlement, de EVP van christen-democraten en conservatieven, wilde een eigen kandidaat. EVP-leider Wilfried Martens kreeg steun van voorzitter Angela Merkel van de Duitse christen-democraten, de Italiaanse premier Silvio Berlusconi en de Britse premier Tony Blair om de Britse Conservatief Chris Patten te kandideren. Geschikter dan Verhofstadt, meende Blair, die de Belg te federalistisch vond en niet vergeten was dat deze een jaar eerder bij het tegenkamp zat toen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië de oorlog in Irak begonnen. Op de junitop in Brussel stemden drie regeringsleiders voor Patten, slechts elf voor Verhofstadt. Anderhalve week later werden de EU-leiders het eens over José Manuel Barroso, die ‘Irak’ wel had gesteund.

2 WIM KOK

Verhofstadt mocht dan in 2004 wellicht te gretig zijn geweest, te terughoudend is ook niet goed. Daarover weet de Nederlandse premier Wim Kok mee te praten (al deed hij dat tot nog toe niet). Op 12 december 1998 had De Telegraaf een fraaie primeur: ‘Europa trekt aan Kok’, kopte de krant. ‘Als hij ja zegt’, aldus een diplomaat, ‘dan zou hij het voorzitterschap op een presenteerblaadje overhandigd krijgen’. Kok zei ‘geen belangstelling’ te hebben. De zaak kwam in maart 1999 in een stroomversnelling doordat de Commissie-Santer vervroegd moest opstappen na beschuldigingen over wanbeheer en corruptie. Voor de top (15 EU-landen in 1999) op 24 maart in Berlijn drongen Schröder en Blair opnieuw bij „hun favoriet” aan, maar Kok persisteerde. Hij had misschien gewild als Europa een klemmend beroep op hem had gedaan. Maar zó graag wilde EU-voorzitter Schröder het nu ook weer niet. Graag of helemaal niet. Zo werd het Prodi, „de ideale persoon”, zei Schröder.

3 JEAN-LUC DEHAENE

Zo snel als in 1999 had het ook vijf jaar eerder kunnen gaan. De opvolging van zwaargewicht Jacques Delors gold als een formaliteit. De Franse president François Mitterrand en de Duitse bondskanselier Helmut Kohl waren het erover eens dat het Jean-Luc Dehaene, Belgisch premier, moest worden. Zij rekenden buiten de Britten. Dehaene was ‘een overtuigd federalist’ en ‘erop gespitst de Unie zo snel als hij kon in de richting te duwen die mij het minst aanstond’, aldus de Britse premier John Major in zijn autobiografie. Voor hem kwamen alleen de Britse eurocommissaris Leon Brittan en de Nederlander Ruud Lubbers – in die volgorde – in aanmerking.

4 RUUD LUBBERS

Maar Helmut Kohl wilde Lubbers per se niet. De Nederlandse, net demissionair premier had bijna vijf jaar eerder kritiek geuit op de wijze waarop Kohl de Duitse hereniging had geregeld en dat zat de laatste nog steeds dwars. Op de top (12 EU-landen in 1994) eind juni op Korfoe kreeg Dehaene na lang soebatten de steun van acht landen, Lubbers van drie (behalve Nederland, ook Italië en Spanje) en Brittan alleen van zijn thuisland. „Ze hebben de rommel voor mijn deur gekieperd. Ik moet het nu maar zien op te lossen”, reageerde Kohl, die een week later EU-voorzitter zou worden. Hij kwam uit bij Jacques Santer, premier van Luxemburg. Toen Kohl zijn Britse collega polste over zijn vondst, aarzelde Major, maar hij besefte ook dat „een tweede Brits veto” niet te rechtvaardigen viel. Hij noemde Santer „de minst onwelkome beschikbare kandidaat”.

Joop Meijnen

Voor dit artikel zijn gebruikt: ‘The autobiography’ (1999), John Major; ‘Mijn jaren in Europa’ (2000), Karel van Miert; ‘De Memoires’ (2006), Wilfried Martens; ‘Mister Nice Guy’ (2009), Peter Moors.