De gezichten gesloten, de verhalen openhartig

fotoboek

Voor het oog van Job, Volendammers over leven met een overleden kind

Augustus, €25,-

Vierentwintig portretten in zwart-wit, afgedrukt op zwart papier. De meeste van echtparen, een enkele keer van een man of vrouw alleen. Ze staan voor een grijze muur of ze zitten thuis op hun eigen bank, erachter een klassiek dressoir, kamerplanten, schilderijen of gordijnen. Soms hebben ze hun jas aan, handen in de zakken, rits dicht tot onder de kin. De geportretteerden kijken zelden in de camera.

Het tweede deel van het boek bestaat uit de verhalen van deze mensen. Deze Volendammers zijn allemaal hun kind verloren. Een kind van zes, een volwassen dochter, een ernstig zieke kleuter, een puberzoon tijdens de nieuwjaarsbrand.

De verhalen staan niet onder de foto’s. Er is eerst het portret, pas dan het verhaal. Over het verdriet, de hulp en steun of het ontbreken daarvan, en ook gaat het steeds over de veranderingen in het dorp. ‘Er is een Volendam van voor de brand en van na de brand,’ zegt een ouder, ‘er zijn twee kampen’.

In de uitvoerige verantwoording van de makers Koos Breukel en Pieter van den Blink wordt de term leedhiërarchie gebruikt. De brand in café Het Hemeltje zou in het hechte dorp de eendracht verwoest hebben, niet alleen bij de betrokkenen onderling, maar ook in verhouding met ouders die om een hele andere reden een kind verloren. Eerder, of later. Naast diep verdriet klinkt er uit de verhalen dan ook wrok. En veel eenzaamheid.

Eenzaam in de buurt die gewoon doorleeft en dat van iedereen verwacht, maar ook binnen een getroffen familie, waar de gezinsleden zich in hun eigen verdriet opsluiten.

De titel van het boek Voor het oog van Job verwijst naar een lokale zegswijze: ‘voor het oog van Joppie’, waar het hooghouden van de uiterlijke schijn mee bedoeld wordt, essentieel in een gemeenschap waar iedereen op elkaar let.

Het verschil tussen de gesloten gezichten, de neutrale berustende uitdrukkingen en de ernst van de foto’s tegenover de openhartige verhalen van dezelfde mensen achterin het boek beeldt dat goed uit: het uiterlijk en het innerlijk, twee werelden van verschil. ‘Stiekem zoek je naar uiterlijke tekenen, iets wat hen onderscheidt, een argument om te denken dat die ouders anders zijn’, meldt de verantwoording. ‘Maar zo’n teken is er niet’, besluiten de makers zelf.

Vandaar dat deze portretten pas beladen worden door de verhalen.

Viola Lindner