Boekestijn sneeft na 'Boekestijntje'

VVD-Kamerlid Boekestijn beleefde gisteren in korte tijd zijn politieke Waterloo. Nadat hij uit de school klapte over een bijeenkomst met de koningin, trad hij af.

Nog geen vijf minuten voordat de bus aankwam op het Buitenhof, herinnerde de Kamervoorzitter alle parlementariërs nog eens aan de afspraak: „Jongens, jullie weten het hè? Iedereen houdt zijn mond over wat de Majesteit zojuist heeft gezegd.”

Tevergeefs. Kamerlid Arend Jan Boekestijn (VVD), die als laatste de bus verliet, slaagde er niet in de wachtende journalisten met een kluitje in het riet te sturen. Hij vertelde enthousiast over het gesprek met de koningin. Die maakt zich zorgen, zo vertelde Boekestijn, over de „hyperige cultuur” op het Binnenhof en het stijgend aantal spoeddebatten. Boekestijns loslippigheid was pijnlijk. De besloten bijeenkomsten tussen Kamerleden en koningin waren tien jaar lang niet gehouden juist omdat Kamerleden eerder ook al uit de school waren geklapt. De koningin en de Rijksvoorlichtingsdienst hadden zich hieraan flink geërgerd.

Voor Boekestijn persoonlijk was het vervelend, omdat hij eerder in opspraak kwam met opmerkingen die hij korte tijd later herriep. Ze kwamen op het Binnenhof bekend te staan als „Boekestijntjes”. De bekendste: in de marge van een televisie-uitzending zei Boekestijn dat partijleider Mark Rutte lijdt aan een pijnlijk gebrek aan ideeën. Rutte aanvaardde destijds Boekestijns excuses, maar zei ook: „Dit was eens maar nooit weer.”

Dat bleek gisterenavond: tweeënhalf uur na zijn vrijpostigheid trad Boekestijn terug als Kamerlid. Hij betreurde zijn gedrag „ten zeerste” en bood zijn excuses aan tegenover de koningin en zijn medeparlementariërs. Op de vraag waarom hij uit de school had geklapt, zei hij geen antwoord te hebben. Boekestijn: „Je kunt als mens heel stomme dingen doen.” Ook Rutte zei geen idee te hebben wat het Kamerlid had bewogen. Het kon iets met zijn enthousiasme te maken hebben. Rutte accepteerde Boekestijns ontslag.

In de Tweede Kamer, waar Boekestijn na de verkiezingen in 2006 lid van werd, manifesteerde de VVD’er zich als fervent voorvechter voor het drastisch korten op de Nederlandse ontwikkelingshulp. Hij schreef in de afgelopen maanden zelfs een boek over het falen van die hulp. De bedoeling is dat het over twee weken verschijnt.

Tijdens debatten namen collega’s in de Kamer hem regelmatig op de hak voor zijn neiging met groot vertoon van woorden geschriften van anderen te betrekken bij zijn argumenten. Anderen prezen hem juist om zijn belezenheid. Die onderstreepte hij zo nu en dan in interviews, maar ook tijdens de jaarlijks terugkerende, twee dagen durende Algemene Beschouwingen. Terwijl anderen stiekem de krant lazen of speelden met hun blackberry’s, zat hij met fluorescerende stift driftig te strepen in een dik boek.

In zijn eerste dagen in de Kamer schreef Boekestijn dat het parlement „de meest agressieve omgeving” is die je kunt verzinnen: „Je moet echter niet bang zijn in het leven. En bovendien hoef je in zo’n omgeving niet zelf een rat te worden.” Zijn vrouw en vrienden, schreef hij ook, waren verbaasd over zijn kandidatuur voor de Kamer. „Zij herinnerden mij eraan dat ik een prachtige carrière had; als ik mijn studenten mag geloven geef ik niet al te beroerd college, ik reisde de hele wereld af en had toegang tot pers, radio en tv.”

Boekestijn was vanaf 1989 docent geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht, in het bijzonder voor het Europees staatkundig systeem in de negentiende en twintigste eeuw. Hij was iemand die het debat opzocht, ook op de opiniepagina’s van dagbladen en in televisieprogramma’s. Daar verwoordde hij verscheidene keren zijn steun voor de Amerikaanse invasie van Irak. En zijn hoop op een Amerikaans presidentschap van de Republikein John McCain.

Het is nog onbekend wie zijn opvolger wordt. Gert-Jan Oplaat zou kunnen terugkeren naar de Kamer, maar zal daarvoor zijn baan als voorzitter van de Gelderse Kamer van Koophandel moeten opgeven. Oplaat zat tussen 1998 en 2006 in de Kamer, maar werd toen niet herkozen. De volgende op de lijst is Mark Harbers, oud-wethouder in Rotterdam.

Twee dagen geleden schreef Boekestijn dat hij, in angstdromen, zichzelf verwijt de politiek in te zijn gegaan. Als niemand, zo droomt hij, op zijn verhalen als VVD-Kamerlid zit te wachten. Het nachtmerriescenario van gisterenavond verliep anders: iedereen wilde naar hem luisteren. Zelfs maar al te graag. Het waren tegelijk zijn laatste woorden als Kamerlid.

Commentaar: pagina 7

    • Pieter van Os