Bijt mij! schreeuwen hordes pubermeisjes

Pubermeisjes vallen massaal voor de Twilight-boekenserie, en hun verfilmingen.

Waarom slaan juist die vampierfilms aan?

De hype van de Twilight-films, waarvan deel twee vandaag in première gaat, is tot volle wasdom gekomen. Op twee maïsvelden in de Amerikaanse staat Utah zijn vanuit de lucht de beeltenissen van hoofdrolspelers Robert Pattinson en Taylor Lautner te zien.

De populariteit van de vier boeken waarop de films gebaseerd zijn, over de liefde tussen vampier Edward en het meisje Bella, evenaart al het succes van de Harry Potter-reeks. Schrijfster Stephenie Meyer verkocht ruim 70 miljoen boeken wereldwijd. De eerste Twilight-film werd gemaakt voor 37 miljoen dollar, en bracht 400 miljoen dollar op. Hoofdrolspeler Pattinson heeft bodyguards nodig om zich te weren tegen hordes hysterische pubermeisjes die „Bijt mij!” tegen hem gillen.

Dat meisjes zo warm lopen voor een vampierfilm is verrassend. Maar Meyer sluit met haar vampiermetafoor naadloos aan bij universele tienerthema’s als onzekerheid, opspelende hormonen, ontwakende seksualiteit en de angst om er niet bij te horen. In deel één zagen we al de ingrijpende, en voor pubers herkenbare, gevolgen van een verboden liefde voor de omgeving. En in deel twee gaat het loyaliteitsconflict nog verder, als Bella moet kiezen tussen grote liefde Edward en beste ‘misschien-meer’ vriend Jacob.

Die thema’s zijn zo oud als de literatuur, en niet voor niets citeert Meyer meermaals uit Shakespeares Romeo and Juliet. Maar het leuke van Meyers serie en de verfilmingen schuilt er nu juist in dat zij die oermenselijke gevoelens laat belichamen (en hoe!) door fantasiefiguren als vampiers, en, in deel twee, weerwolven. De vampier heeft in zijn bestaansgeschiedenis vaak seksualiteit gesymboliseerd, hier staat hij juist voor onthouding. Edward hunkert hartstochtelijk naar Bella, maar om haar leven niet in gevaar te brengen kan hij zich niet al te zeer laten gaan. En dus zindert de film van onderdrukte opwinding, zoals de verboden hartstocht ooit ook de personages van Jane Austen de ingesnoerde borst deed zwellen.

Dat is onweerstaanbaar sexy. Vooral in de eerste Twilight-film weten Pattinson en Kristen Stewart als Bella hun onbevredigde hunkering goed te verbeelden: ze zoenen gretig en buiten adem, en weten zich slechts met zichtbare moeite in te houden, na steeds bíjna te ver te gaan. Het is het soort sensualiteit, de erotiek van het bijna-gebeurde, die vooral vrouwen aanspreekt. Met name de eerste film staat er bol van – die is dan ook gemaakt door een team van vrouwen: Meyer zelf, scenariste Melissa Rosenberg en regisseuse Catherine Hardwicke. Bij de tweede Twilight-film is Hardwicke vervangen door Chris Weitz, met minder subtiliteit en meer – ook niet onaantrekkelijk – spierballenvertoon tot gevolg.

Maar er is nog een verklaring voor het succes van deze film. Volgens psychologen is de verliefdheid van jonge meisjes op filmsterren een voorbereiding op the real thing. Ze ervaren nieuwe gevoelens voordat de verwarrende realiteit eraan te pas komt. Het is het ontstaansmoment van de romantische fantasie. Maar ook later blijft die fantasie verdomde hardnekkig. Misschien dat daarom ook zoveel moeders van puberdochters hun enthousiasme over Twilight delen.