Ander gedrag bij oxytocine-variant

Oxytocine is een menselijk hormoon dat een belangrijke rol speelt bij de vorming van sociale relaties. Er is nu een genetische variant ontdekt die mensen minder empathisch en ook stressgevoeliger maakt. De ontdekking is dinsdag gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences (Early Edition).

Het gaat om een gen dat codeert voor een oxytocinereceptor, het aangrijpingspunt van het hormoon in het lichaam. Onderzoekers van de universiteit van Berkeley in Californië ontdekten dat mensen met de A-variant van het gen voor deze receptor minder empatisch zijn en stressgevoeliger dan mensen met een andere vorm, de G-variant. Die A-variant komt ook vaker voor bij mensen met autisme, die problemen hebben met sociaal omgaan met anderen.

Oxytocine is een hormoon met een grote invloed in het lichaam en in de hersenen. Het is belangrijk voor baren en zogen, maar ook voor warme banden tussen moeder en kind, en tussen partners onderling. Een flinke snuif van een oxytocine neusspray maakt mensen liefdevol, trouw, gul en minder angstig. Het werkt door contact te maken met oxytocinereceptoren, die als antennes op de cellen in de baarmoeder, melkklieren en het brein zitten.

De onderzoekers namen wangslijm af bij 192 studenten om uit hun genen te bepalen welke variant van de receptor ze hadden. Vervolgens testten ze hun inlevingsvermogen en de stressbestendigheid.

Bezitters van een of twee A-varianten konden bij één op elke vier foto’s van menselijke ogen niet goed aangeven hoe de gefotografeerde mensen zich voelden. Proefpersonen met alleen maar de G-variant konden dat bij een van elke vijf foto’s niet. Met die ogenfototest hebben autisten ook meer moeite. En gezonde mensen die oxytocine krijgen toegediend, voeren deze test juist beter uit.

Studenten met de A-variant schrokken meer van een aangekondigd hard geluid, wees de registratie van hun hartslag uit. In vragenlijsten gaven de A-variant-bezitters aan dat ze niet zo rustig bleven in noodsituaties als de studenten met uitsluitend de G-variant. Ze konden zich naar eigen zeggen ook minder inleven in hun vrienden, of in de hoofdpersoon van een boek. Het opmerkelijke is dat de genvariatie er niet toe leidt dat de receptor er anders uitziet. Waardoor de gevoeligheid voor oxytocine verandert, is dus niet duidelijk.