'We hebben twee jaar gefeest in Spanje'

Vormgever Nicole Dreves (30) woonde en werkte twee jaar met haar man in Barcelona, maar keerde vorige maand terug. „Sinds de crisis wordt in Spanje om elke baan gevochten.”

„In Spanje zie je pas echt wat crisis is: één op de drie is daar nu werkloos! Er wordt gevochten om een baan. Ikea opent binnenkort een nieuw filiaal in Zuid-Spanje. Ze hadden 300 banen te vergeven en ze kregen 50.000 sollicitatiebrieven. 50.000! Dat zegt genoeg.

„Toen wij uit Nederland vertrokken, precies twee jaar geleden, was er nog absoluut geen sprake van een crisis. Ik heb met een gerust hart mijn baan opgezegd en we konden ons huis heel vlot en goed verkopen – daar hebben we achteraf gezien wel mee gemazzeld.

„We liepen al jaren rond met het idee om een paar jaar naar het buitenland te gaan. Op een gegeven moment dachten we: het is nu of nooit. Als we om wat voor reden dan ook terug willen, zijn we nog jong genoeg om in Nederland weer een nieuwe baan te vinden.

„In Barcelona konden we allebei meteen aan de slag bij een callcenter. Dat wilden we maximaal twee jaar doen. Het eigenlijke doel was een eigen ontwerpbureau. Maar toen we er een tijd zaten, zagen we in dat die droom niet zo snel realiteit zou worden als we van tevoren dachten. Door de crisis was het een stuk moeilijker geworden om als buitenlander een plek te veroveren. We spreken wel goed Spaans, maar Catalaans, de voertaal in Barcelona, is lastiger. En voor jou staan tien mensen in de rij die wel vloeiend Catalaans spreken.

„Als de crisis er niet was geweest, hadden we misschien wel gewoon geprobeerd om een eigen bedrijf op te zetten. Was het dan niet gelukt, hadden we altijd nog weer een vaste baan kunnen zoeken. Maar dat risico durfden we niet meer te nemen.

„Intussen ging het ook steeds minder goed bij het callcenter. De afdeling waar mijn man werkte, werd gehalveerd. ’s Ochtends kwam het bericht, ’s middags was al duidelijk wie er moesten vertrekken. Die mensen hebben nu nog steeds geen nieuwe baan. Wij werden bang: straks zijn wij aan de beurt. Staan we op straat.

„Daar kwam bij dat we onze vrienden en familie in Nederland steeds meer gingen missen. Meer dan ik van tevoren had verwacht.

De keus om terug te gaan, was niet gemakkelijk. In die twee jaar hadden we daar een leuk leven opgebouwd, ondanks de heimwee. We hebben twee jaar gefeest, in feite. Dat kunnen de Spanjaarden goed, crisis of geen crisis. De mensen om ons heen die hun baan verloren, zaten lekker in de kroeg. Zolang ze een uitkering kregen, was er niks aan de hand. Ze zijn wat dat betreft een stuk laconieker dan wij.

„We zijn nu anderhalve maand terug. En ja, ook hier is het nu crisis. Niet zo heftig als in Spanje, maar toch, het is goed te merken. De banen liggen niet meer voor het oprapen. Toen we vertrokken, waren mensen in mijn omgeving heel ontspannen over hun werk: als ze het ergens niet meer zo leuk vonden, gingen ze iets anders doen. Nu wil iedereen zekerheid. Ze blijven allemaal op hun plekje zitten.

„In eerste instantie kwamen we via een uitzendbureau weer op een callcenter terecht. Daar zat ik met vier man aan een soort behangtafel met de ellebogen tegen elkaar aan. Vreselijk. Prima voor een avondje in de week als student, maar niet als fulltimebaan. Gelukkig kon ik weer bij mijn vorige werk terecht, omdat een van mijn oud-collega’s met zwangerschapsverlof ging.

„Tot 1 februari ben ik onder de pannen. Daarna zie ik wel weer. Ik zou het liefst bij een ontwerpbureau aan de slag gaan, maar grafisch Nederland ligt op z’n gat, helaas.

„Spijt van ons vertrek naar Spanje hebben we niet. Absoluut niet. Ik had die twee jaar nooit willen missen. Het was een geweldig avontuur.

„Bovendien, mijn man werkte voor ons vertrek bij een drukkerij in Nijmegen. Dat bedrijf is nu failliet. Hij was dus sowieso z’n baan kwijtgeraakt.”