Sint-Petersburg moet woontoren niet

Steeds meer mensen keren zich tegen de Gazprom-wolkenkrabber in Sint-Petersburg. Ook UNESCO vreest voor het historisch stadsgezicht en de archeologische vondsten.

Het lot van Sint-Petersburg wordt beslist op een driehoek van drassig land waar het riviertje de Ochta in de Neva stroomt. Hijskranen versterken er al een kadewal met stalen schotten. Een mobiele cementfabriek is gebruiksklaar. Overal lopen mannen met bouwhelmen op. Maar gebouwd wordt er niet op het 48 hectare grote terrein. Nog steeds niet.

Energieconcern Gazprom begint het liefst volgend jaar met de bouw van een 403 meter hoge wolkenkrabber voor de directie van Gazpromneft, de olietak van het bedrijf. Een wolkenkrabber in de vorm van een raket, ontworpen door de Londense architectengroep RMJM, zal te zien zijn vanuit grote delen van het historische stadscentrum. Het gebouw van 1,4 miljard euro zou voorzien worden van een theater, een sporthal, een polikliniek en een museum. Het geld moet Sint-Petersburg grotendeels zelf betalen.

De bouw is al jaren omstreden. UNESCO dreigde Sint-Petersburg al van de Werelderfgoedlijst te schrappen als de toren er komt. Dat het historische stadsgezicht wordt aangetast lijkt echter van ondergeschikt belang. De Petersburgers hebben zich maar te schikken, vindt het stadsbestuur. „Net zoals Peter de Grote deze stad stichtte als symbool van zijn macht, is de Gazpromtoren een symbool van de macht en het geld van Poetins Rusland”, zegt Maksim Reznik, leider van de liberale oppositiepartij Jabloko in Sint-Petersburg.

De toren overheerst veel historische locaties in de stad. Maar belangrijker is de schat op het bouwterrein: de archeologische resten van de Zweedse vestingen Niënsjants uit de zeventiende eeuw en Landskron uit de veertiende eeuw, een vissersnederzetting uit het neolithicum en een middeleeuwse begraafplaats.

„Totdat de oude fabriek die op het terrein stond een half jaar geleden werd afgebroken, wisten we alleen van het bestaan van Niënsjants. En volgens de wet mag op belangrijke archeologische locaties niet worden gebouwd”, zegt directeur Aleksandr Karpov van expertisecentrum EKOM. Hij laat een computersimulatie zien waarop allerlei delen van het centrum rood kleuren als de toren er is te zien.

Gazprom trok zich niets van deze opgravingen aan en ging gewoon door met zijn voorbereidingen. Pas toen afgelopen augustus bouwmaatschappij ODC Ochta-Centrum, waarin Gazprom en de gemeente de aandelen bezitten, een verzoek bij de gemeente indiende om in plaats van tot de toegestane hoogte van 100 meter tot een hoogte van 403 meter te mogen bouwen, werden de plannen verstoord. „Het was absurd”, zegt Karpov. „Niet alleen omdat het terrein met zijn slechte bodemgesteldheid hoogstens een toren van 37 meter kan dragen, maar ook door de illegale manier waarop dat verzoek op 1 september tijdens een hoorzitting van de gemeentelijke adviescommissie voor bouwzaken is ingewilligd. Want alleen de gemeenteraad had die toestemming mogen verlenen.”

Eind september kreeg Gazprom van Matvijenko het groene licht en barstte de kritiek pas echt los. Op 8 oktober keerde minister Aleksandr Avdejev van Cultuur zich tegen de bouw. „Vanaf dat moment veranderde de situatie”, zegt Karpov. „Op een protestbijeenkomst waaraan vijfduizend tegenstanders deelnamen werden twee dagen later ruim 4600 handtekeningen opgehaald. Ook bleken tal van prominente Russen tegen de toren te zijn. Volgens een opinieonderzoek van bureau Vtsiom is 72 procent van de Petersburgers inmiddels tegen.”

Namens de boze burgers stapten Jabloko en de actiegroep voor monumentenbescherming Zjivoj Gorod naar de rechter. Volgens hen is door het commissie-besluit de federale wet overtreden en worden door de bouw van de toren ook de gemeentelijke wetten op de bouwhoogte en op bescherming van het historisch stadsgezicht geschonden. „We vermoeden ook dat er grootschalige corruptie in het spel is”, zegt Karpov. „Vooral omdat twee locoburgemeesters in de directie van ODC Ochta-Centrum zitten.”

Vorige maand zond de staatstelevisie een reportage uit, waarin tal van internationale experts zich tegen de bouw uitspraken. „Het is een teken dat ook Poetin nu tegen is”, zegt Reznik. „De machthebbers hadden nooit gedacht dat zoveel mensen zich tegen de toren zouden keren die normaliter niet tegen het regime zijn. Het protest van 10 oktober was geen politieke, maar een culturele demonstratie. Daardoor kunnen ze niet beweren dat de oppositie erachter zit, om het vervolgens weg te wuiven.”

Stadsarcheoloog Pjotr Sorokin, die op het bouwterrein zijn kamp heeft opgeslagen, is positief over de laatste ontwikkelingen. „Ik ga ervan uit dat de federale overheid deze archeologische locatie zal beschermen”, zegt hij. „Wat we hier hebben gevonden is namelijk uniek en zal onze kijk op de geschiedenis van dit gebied drastisch veranderen. Uit de tijd voor Peter de Grote bestaan er namelijk amper archeologische overblijfselen. En zolang de rechtszaak loopt zullen ze niet beginnen met bouwen.”

Meer over de Gazpromtoren: ohta-center.ru/ru/en