Scheve verhoudingen

Het bezoek van de Amerikaanse president Obama aan Shanghai en Peking heeft deze week weer bevestigd dat China echt is toegetreden tot de ‘grote drie’. Na de Europese Unie en de Verenigde Staten beschikt China over de machtigste economie ter wereld. Dat betekent dat de Chinese stem steeds beslissender wordt en die van Amerika wat zwakker klinkt. China kan dus steeds vaker ‘nee’ zeggen en doet dat ook, als het dit land goeddunkt.

Deze machtspositie van China wordt mede bepaald door structureel scheve onderlinge verhoudingen binnen de topdrie, een onevenwichtigheid die zich helder aftekent in de wisselkoersen van de valuta van deze drie blokken. Kort gezegd: de dollar wordt goedkoper, de renminbi, ook bekend als de yuan, golft mee met de Amerikaanse munt en de euro wordt juist duurder. Dat ligt niet alleen aan abstracte krachten op de markten. Er ligt beleid aan ten grondslag. Door het stimuleringsbeleid en de rentepolitiek in Amerika, dat zo blijft kampen met een tekort op de betalingsbalans, staat de dollar nu permanent onder druk. Om de concurrentiepositie niet in gevaar te brengen, houdt de Chinese regering, ondanks een immens handelsoverschot, vast aan haar beleid de eigen munt zoveel mogelijk te koppelen aan de dollar. Op de internationale lijst van saldi op de lopende rekeningen staat China met het grootste overschot op de eerste plaats en de VS met het grootste tekort op de 181ste en allerlaatste plaats. Het Internationaal Monetair Fonds heeft deze week weer alarm geslagen. Maar het einde van deze structurele onevenwichtigheid is nog niet in zicht.

De wereldwijde recessie noopt weliswaar tot samenwerking, maar leidt in de praktijk ook tot protectionisme. Obama en de Chinese president Hu hebben die spiraal gisteren niet doorbroken. Beiden hebben de problemen in de economische betrekkingen benoemd. Maar noch Obama noch Hu heeft stappen in het vooruitzicht gesteld. De VS hebben geen toezeggingen gedaan om de nieuwe handelsbeperkingen voor bijvoorbeeld staal en autobanden uit China ongedaan te maken. Over de kunstmatig lage wisselkoers van de yuan heeft Obama alleen te horen gekregen dat Hu wil afstevenen op een marktconforme munt als de tijd rijp is. De centrale bank van China overweegt bovendien om de koers van de munt ook meer aan andere valuta dan de dollar te koppelen.

Dat hoeft niet tot sint-juttemis te duren. Maar een echte appreciatie van de yuan zit er voorlopig niet in, liet een bestuurder van de Volksbank vandaag al weten. Komend jaar voorziet hij een opwaardering van 3,2 procent. Omgekeerd heeft Obama niet meer dan welwillend geluisterd naar de Chinese wens dat de rente in de VS omhoog moet, om te voorkomen dat de Chinese vastgoedmarkt door overmatige liquiditeit van dollars wordt opgeblazen.

„Ik geloof niet dat het ene land succes kan boeken ten koste van het andere”, zei president Obama gisteren in Peking. Dat klopt. Maar in de economische verhoudingen tussen de VS en China heeft dit model juist wel lang opgeld gedaan.