Placentavocht

Als alles goed is verlopen, lag Robin van Persie dezer dagen op een behandeltafel in Belgrado, waar een vrouwelijke wonderdokter, genaamd Mariana Kovacevic, zijn gescheurde enkelbanden inwreef met het vocht van een, mogelijk uit een paard afkomstige, placenta.

Ook tijdens het optikken van deze lange beginzin voel ik weer die lichte verbijstering opkomen die me al overviel toen ik er Van Persie zondagavond telefonisch over hoorde praten in Studio Voetbal. Een voetballer wiens lichaam zo’n 30 miljoen euro waard is, zegt doodleuk dat hij naar een Servische kwakzalver gaat om zich aan een zware blessure te laten behandelen.

De anders zo kritische voetbalanalytici aan tafel luisterden met doodernstige gezichten. Heb je dat met je club Arsenal besproken, vroeg iemand voorzichtig. Ja, dat had hij, ze vonden het prima. Eerder had hij verteld dat één enkelband nog maar met enkele vezeltjes aan het bot vastzat. Er moeten toch wel liters paardenplacentavocht (nieuw woord) aan te pas komen om dat snel een beetje goed te krijgen.

De placenta ofwel nageboorte van het paard – het kwam me zo bekend voor. Wacht even, had J.J. Voskuil er niet uitgebreid over geschreven in zijn autobiografische romancyclus Het Bureau? Jawel, Voskuils alter ego Maarten Koning wordt in 1957 aangesteld bij het Volkskundebureau, de voorloper van het P.J. Meertens Instituut. Hij werkt aan een Atlas voor Volkscultuur waarin allerlei vormen van bijgeloof in kaarten worden vastgelegd.

Eén zo’n kaart draagt de hilarische naam „Het ophangen van de nageboorte van het paard”. Via enquêtes ontdekt Voskuil dat men de nageboorte in het grootste deel van Nederland ophing (meestal in een boom) en alleen in het zuidoosten begroef. Op die manier kon voorkomen worden dat het pasgeboren veulen zou sterven of kreupel worden.

Opeens herinnerde ik me weer dat ik ook zelf eens de moederkoek in mijn achtertuin begraven heb na de geboorte van een van mijn kinderen. Ik woonde toen in Zevenhuizen, een gehucht in Groningen, in welke streek het een bekend gebruik was. Het leek me een leuke grap en ik had op dat moment toch niets anders te doen – je kunt de hand van je vrouw in het kraambed ook te lang vasthouden.

Nu besef ik dat ik toen een wegbereider ben geweest voor Robin van Persie – mag ik die eer even innen? Bovendien heb ik dankzij mijn nachtelijke (be)graafpartij voorkomen dat mijn kind – afkloppen! – kreupel werd.

De moederkoek als tovermiddel – is het niet wonderbaar?

Ergens las ik dat er al een levendige handel in genezende placenta’s van paarden en koeien, afkomstig uit Rusland, bestaat. Dat veroorzaakte bij mij ook wel weer spijtgevoelens, want waarom was ik destijds niet zelf op het idee gekomen om een handeltje in, al of niet dierlijke, moederkoeken te beginnen? Schatrijke voetballers uit de hele wereld zouden op mij zijn afgekomen, mijn vrouw had ze voor 10.000 euro per man ingesmeerd en Zevenhuizen was een soort bedevaartsoord geworden.

In plaats daarvan zit ik nu dit schamele stukje te tikken om in mijn levensonderhoud te voorzien. Je hebt winners en je hebt losers – dartele veulens en kreupele veulens.