Paraguay rekent op Santa Cruz

Roque Santa Cruz is na een afwezigheid van een jaar weer terug bij het nationale voetbalelftal van Paraguay. De spits speelt vanavond in Heerenveen tegen het Nederlands elftal.

Roque Luís Santa Cruz Cantero, zijn naam klinkt al als een klok. De 28-jarige voetballer van Manchester City is de vedette van het nationale elftal van Paraguay dat vanavond in Heerenveen aantreedt tegen het Nederlands elftal. Op het veld van de Friese voetbalclub legt de spits tijdens de laatste training achteloos de ballen in het doel. Door een knieblessure miste Santa Cruz een groot deel van de WK-kwalificatie, maar zijn positie in het elftal van bondscoach Gerardo Martino is onomstreden.

Santa Cruz, die afgelopen vrijdag tegen Qatar (2-0 nederlaag) zijn rentree voor Paraguay maakte, is goedgemutst als hij na een oefensessie van anderhalf uur door de catacomben van het Abe Lenstra Stadion de weg naar buiten zoekt. „Ik voel me prima en ik ben blij dat ik weer voor mijn land kan spelen”, zegt de in Asunción geboren profvoetballer. „De kwalificatie voor het WK heb ik van een afstandje als een fan van mijn land gevolgd. Ik ben trots op mijn ploeggenoten. Voor derde keer op rij gaan we meedoen aan het wereldkampioenschap voetbal. Voor een land met zes miljoen inwoners is dat een goede prestatie. Ons voetbal blijft zich steeds verder ontwikkelen.”

Santa Cruz geldt al jaren als het boegbeeld van het Paraguayaanse voetbal. De golden boy is negen jaar oud als hij aan zijn opleiding bij Olimpia Asunción begint. Al snel wordt duidelijk dat er een topscorer in hem schuil gaat. Op zijn zestiende maakt Santa Cruz zijn debuut als profvoetballer in een klassieker tegen Cerro Porteño. De lange aanvaller groeit uit tot een revelatie. Hij leidt zijn club naar de landstitel en wordt verkozen tot Paraguayaans voetbal van het jaar. Santa Cruz verdient een plek in de nationale jeugdploeg die in 1999 in Nigeria meedoet aan het WK voor junioren.

Op het eindtoernooi waar beloften als Ronaldinho, Ashley Cole en Xavi in de schijnwerpers staan, speelt Santa Cruz aanvankelijk een anonieme rol. Toch wekt zijn optreden de belangstelling van Real Madrid en Bayern München. Osvaldo Dominguez Dibb, een Paraguayaans zakenman en clubvoorzitter van Olimpia, voelt dat hij goud in handen heeft. Hij maakt aan Santa Cruz duidelijk dat de hoogste bieder zijn nieuwe club wordt. Real Madrid haakt dan snel af.

De Nederlandse jurist Jan van Baal en hoofdscout Wolfgang Dremmler vertrekken namens Bayern München naar het Zuid-Amerikaanse land om de onderhandelingen te openen. Dibb ontsteekt in razernij als hij het eerste bod van de Duitse club hoort. Uiteindelijk gaan de oud-voetballers Uli Hoeness en Karl-Heinz Rummenigge persoonlijk naar Paraguay om hun nieuwe spits te halen. Van Baal is sindsdien de zaakwaarnemer van Santa Cruz gebleven. „Hij heeft me wegwijs gemaakt in Europa”, zegt de voetballer in Heerenveen. „In de loop der jaren is onze relatie uitgegroeid tot een hechte vriendschap.”

Santa Cruz groeit in Beieren weliswaar uit tot een publiekslieveling, maar hij kan door tal van blessures de hooggespannen verwachtingen zelden waarmaken. Van 1999 tot 2007 komt hij in 151 wedstrijden tot 31 doelpunten. In 2001 beleeft Santa Cruz het hoogtepunt van zijn loopbaan als Bayern München de Champions League wint. In Paraguay is hij dan de oud-doelman José Luis Chilavert in populariteit voorbijgestreefd. Santa Cruz krijgt in 2005 een enorme klap te verwerken als zijn broer Diego in Paraguay bij een ongeluk om het leven komt. Bij Bayern verliest hij de concurrentiestrijd met Roy Makaay.

Santa Cruz vertrekt naar Blackburn Rovers waar hij met twee goede seizoenen een transfer naar Manchester City afdwingt. Bij de volksclub is hij ploeggenoot van de Nederlandse international Nigel de Jong. „Ik heb de afgelopen jaren veel contact met Nederlanders gehad”, stelt Santa Cruz. „Makaay, Van Bommel en De Jong zijn allemaal aardige gasten. Het is leuk om ze hier weer tegen te komen. Het is wel jammer dat Makaay het eigenlijk nooit gered heeft in Oranje. Ik heb begrepen dat het Nederlandse publiek nogal veeleisend was. Dat is voetbal. De dingen gaan niet altijd zo als je zelf wilt.”