Op reis met tolken die eruit worden geknipt

De reislust van programmamaker Paul Rosenmöller is lovenswaardig, nu de publieke omroep de neiging vertoont om de blik vooral op het binnenland te richten. Nadat hij vorig jaar een reeks reportages had gemaakt in China, was gisteren de laatste aflevering te zien van Paul Rosenmöller en de val van de Muur (IKON): de Berlijnse dus, niet de Chinese.

Van de serie van vier zag ik de laatste twee, die de oud-politicus respectievelijk naar de Baltische staten en naar de republieken Wit-Rusland en Rusland voerden.

Die buitenlandse reportages van Rosenmöller zijn niet slecht en niet echt goed. Wat hij constateert lijkt wel te kloppen, ook al vormen zijn ontdekkingen geen grote verrassing voor wie de buitenlandpagina’s van een goede krant een beetje bijhoudt. Hij gaat vooral op zoek naar gesprekspartners die relevant zijn voor westerse zorgen over de democratische ontwikkeling. In Letland, Wit-Rusland en Rusland trof hij enige nostalgie aan naar de minder scherpe economische tegenstellingen in de periode vóór 1989. Maar als EU-burger mag je zeggen wat je wilt, en dat is ook wat waard.

Over de inhoud van de programma’s valt niet zo heel veel te melden. Wat me vooral intrigeert is de paradoxale vormgeving. Die klopt veel minder.

De suggestie wordt gewekt dat Rosenmöller een reis maakt van Berlijn naar Moskou, en onderweg allerlei spannende, min of meer spontane ontmoetingen heeft met boeren, dissidenten en politici. Wat dan bevreemdt, is de reisroute: van Polen naar Tallinn en weer zuidwaarts naar Letland en Litouwen, om vervolgens af te buigen naar Minsk. Tussenshots van een busje wekken de suggestie dat de hele reis met de auto wordt afgelegd, maar de overgang van Minsk naar Moskou is nogal abrupt. Eigenlijk denk ik dat het om meerdere reizen gaat, met af en toe een stukje vliegen.

Dit soort schijncontinuïteit zie je wel vaker in reisreportages. Maar er wordt ook in belangrijker kwesties een beetje gemanipuleerd. Zo is er het taalprobleem. Je kunt kiezen voor gesprekspartners die het Engels machtig zijn, maar dat zou leiden tot een wat scheve selectie. Je kunt ook met summiere kennis van andere talen en handen en voeten verder komen dan je denkt. Dat beperkt echter de nuance, om het voorzichtig uit te drukken.

Dus moet je welhaast met tolken gaan werken. Rosenmöller stelt een vraag in het Engels en krijgt in het Russisch antwoord. Soms zie je dat een Engelse vraag voor de montage apart is opgenomen. Maar de vertaler hoor of zie je nooit, want dat zou de illusie van spontaniteit verstoren.

Het kan aan mij liggen, maar ik heb moeite met zulke conventies en geloof dan de rest ook minder.