Ombudsman: langer onderzoek naar De Roy

Het onderzoek van de Nationale Ombudsman naar het dwarsbomen van Edwin de Roy van Zuydewijn door de overheid gaat langer duren. Het wordt niet eind dit jaar, maar op zijn vroegst begin volgend jaar gepubliceerd.

Dat heeft een woordvoerder van ombudsman Alex Brenninkmeijer vandaag gezegd. Wat de oorzaak is van de vertraging wil de woordvoerder niet zeggen. „Wij doen geen uitspraken voordat het onderzoek is afgerond.”

De ombudsman is het onderzoek gestart naar aanleiding van een klacht van De Roy van Zuydewijn. Hij zou gedwarsboomd zijn door de overheid sinds hij wilde trouwen met prinses Margarita, een nicht van koningin Beatrix. In 2006 zijn ze gescheiden.

In 2003 bleek al dat het Kabinet der Koningin de veiligheidsdienst (toen nog: BVD) opdracht had gegeven onderzoek te doen naar De Roy. Volgens De Roy is er daarnaast door Felix Rhodius, toenmalig directeur van het Kabinet der Koningin, druk uitgeoefend op Bouwfonds, waar De Roy werkte, om hem te ontslaan.

Volgens de Volkskrant wil Brenninkmeijer nog meerdere getuigen onder ede laten verklaren, onder wie Rhodius. „De ombudsman gaat iedereen horen van wie hij denkt dat dat relevant is”, zegt de woordvoerder. De advocaat van De Roy van Zuydewijn, Mark Meijjer, zegt dat hij heeft begrepen dat het onderzoek gewoon doorgaat en dat „alle relevante betrokkenen zullen worden gehoord”.

Dat betekent dat de ombudsman kritiek van premier Balkenende naast zich neer legt. Volgens de premier mag de ombudsman geen onderzoek doen naar het Kabinet der Koningin, de staf van koningin Beatrix, omdat dat formeel geen bestuursorgaan is.

Het meningsverschil bleek toen vorige week brieven uitlekten die de premier in mei 2009 stuurde aan de ombudsman. Daarin schreef de premier dat er wel contact is geweest tussen het Kabinet der Koningin en Bouwfonds, maar die hadden volgens Balkenende alleen tot doel „informatie te verkrijgen” over de aard van de werkzaamheden van De Roy.

Advocaat Meijjer noemt de redenering van de premier „schandelijk”. Het Kabinet der Koningin kan volgens hem wel degelijk onderzocht worden „omdat het volledig valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Algemene Zaken: en dat is zeker een bestuursorgaan”.