Liever hulp van 'n Indo

Amsterdam, ’s avonds laat. Ik loop alleen over straat als er opeens een Ambonees op me af komt.

Niks mis met Ambonezen. Ze zijn naaste familie, het waren gewaardeerde soldaten binnen het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indische Leger), want synoniem aan moedig en trouw. Maar als in Amsterdam in het donker een onbekende op je af komt lopen, ben je op je hoede.

„Komt u uit Indië?” De vraag brengt me uit evenwicht.

Ik vind het onprettig aangesproken te worden op afkomst. Ik had kunnen zeggen: wat gaat u dat aan? Of, waarom wilt u dat weten?

Maar ik hoef niets te zeggen.

„Ik zag dat al van een afstand”, zegt de Ambonees. „Daarom ging ik ook naar u toe. Ik ga liever naar een van ons dan naar een Blanda.” En hij vertelt een larmoyant verhaal over een auto die het net heeft begeven en een afspraak waar hij echt moet zijn.

Maanden later kom ik Johan tegen. Johan is beeldend kunstenaar en Indisch. Na een paar inleidende zinnen zegt hij: „Ik ben nou toch opgelicht” en hij vertelt over een Ambonees die hem op straat aansprak.

„Ik had al eerder in het café over hem gehoord”, zegt Johan. „Een Ambonees die met een lulverhaal Indo’s aanspreekt en hun geld aftroggelt. Maar het was zo’n zielig verhaal.”

„Had hij een kapotte auto en geen geld voor de taxi?” vraag ik. Johan vult het verhaal aan met een defecte versnellingsbak en een telefoonnummer waarop de Ambonees altijd te bereiken is.

„Heb jij dat nummer nog gebeld?” Dat heeft Johan. „Nummer niet in gebruik?” Johan lacht.

Ik zeg: „Ken jij die verhalen ook van vroeger, Indo’s die al een tijd in Nederland waren en nieuwkomers zogenaamd konden helpen?” Johan knikt.

„Dat ze je voor een paar tientjes konden helpen met het vinden van werk en huisvesting, terwijl dat allemaal gratis informatie van de gemeente was?”

De schrijver V.S. Naipaul heeft een vergelijkbaar verhaal geschreven over een Indiër die Oeganda was uitgegooid en in het vliegtuig naar Groot-Brittannië een andere Indiër tegenkwam. Iemand die al jaren in Engeland woonde. De Oegandees vertrouwde de Britse Indiër toe dat hij illegaal goud had meegenomen. „Ik help je wel”, zei de Brit en het eind laat zich raden.

„Weet je nog hoe dat in de familie werd genoemd? ‘Indo belazer Indo’.”

De Ambonees blijkt bijna honderd gulden rijker van ons te zijn geworden.