Kritiek op km-heffing van Raad van State

De Raad van State heeft dit voorjaar forse kritiek geleverd op het kabinetsplan voor de kilometerheffing. De Raad schreef minister Eurlings (Verkeer, CDA) dat „over het voorstel in deze vorm niet positief kan worden geadviseerd”.

De Raad van State heeft vooral twijfel over de techniek, die zou kunnen falen, en ook lijken de consequenties „niet altijd volledig” te zijn doordacht van het voornemen om de opbrengsten van de heffing aan infrastructuur ten goede te laten komen.

De Raad van State heeft het advies gisteren openbaar gemaakt. Het advies ontbrak bij het definitieve wetsvoorstel dat Eurlings vrijdag op de eigen website zette. „Daarom hebben wij het zelf maar openbaar gemaakt”, aldus een woordvoerder van de raad.

Het adviescollege noemt de invoering van een op satelliettechniek gebaseerde kilometerprijs „een risicovolle operatie”. Dit omdat de heffing een „massaal proces is, waarmee een aanzienlijk budgettair belang is gemoeid”, en ook omdat de satelliettechniek „nog geen beproefd” systeem is. „De toelichting ademt een sfeer van onfeilbaarheid van de techniek. De Raad betwijfelt echter of dit terecht is. In ieder geval mag het er niet toe leiden, dat een falen van de techniek leidt tot het verlies aan budgettaire opbrengst”, aldus het advies van 6 maart jongstleden.

Ook plaatst de Raad van State vraagtekens bij het onttrekken van de opbrengsten van de huidige autobelastingen zoals motorrijtuigenbelasting en aanschafbelasting aan de algemene middelen van het Rijk. De kilometerheffing komt in de plaats van deze belastingen en de opbrengst komt in een fonds voor infrastructuur. „Aan het meer op afstand zetten van de directe politieke besluitvorming inzake de infrastructuur is in de toelichting geen aandacht gegeven”, schrijft de Raad.

Minister Eurlings schreef vorige week aan de Raad van State onder meer dat vóór definitieve invoering er „grootschalige praktijktests” worden gedaan. „Op deze wijze wordt gewaarborgd dat het nieuwe stelsel pas wordt ingevoerd als is vastgesteld dat het [...] functioneert.” Op kritiek over de bestemming van de opbrengst schreef hij: „De besteding van middelen uit het Infrastructuurfonds is uitdrukkelijk onderwerp van jaarlijkse politieke besluitvorming [...].”