Kindermigratie

In 1618 ontving het stadsbestuur van Londen een ongebruikelijke verzoek: de eerste Britse kolonisten in het Amerikaanse Virginia vroegen of er niet wat weeskinderen overzees konden worden gestuurd. De nieuwe kolonie had een schromelijk tekort aan arbeidskrachten, vandaar. Lang hoefden de Engelse bestuurders niet na te denken; ze waren de weeskinderen liever kwijt dan rijk. Een jaar later arriveerde dan ook een schip met circa honderd ouderloze kindertjes in het Nieuwe Land.

Blijkbaar beviel de actie: in de volgende jaren herhaalde zich eenzelfde tafereel. Al snel namen ook andere delen van het Britse Imperium als Canada, Australië en Zuid-Afrika migrantjes op. Er was volop werk op het land, en aan kinderen hoefde je niet of weinig te betalen. Bovendien werden kansarme jongeren zo afgehouden van een stedelijke criminele carrière in Engeland. Emigratie als preventiemiddel dus.

Maar er was nog een ander argument. Kindermigratie was een handige manier om die eindeloos uitgestrekte gebieden te bevolken met ‘het witte geslacht’ en zodoende de inheemse bevolkingen in het gareel te houden. Niet voor niets waarschuwde de aartsbisschop van Perth in Australië: „Als we de aanvoer van onze eigen stam niet aanvullen, leveren we onszelf over aan de dreiging van de krioelende miljoenen van het Aziatische ras.”

In de loop van de negentiende eeuw was het allerminst afgelopen met de kindermigratie. Integendeel, zij kreeg een enorme boost. Rijke filantropen zagen het als hun roeping om zoveel mogelijk jongeren te redden van een ongewisse toekomst in de steden van het inmiddels geïndustrialiseerde Engeland. De ‘weldoeners’ vroegen overigens niet wat de kinderen er zelf van vonden – die kregen hoogstens de keuze voorgelegd tussen Canada of Australië (‘landen van melk en boter’).

In totaal zijn van 1619 tot 1967(!) ruim 150.000 arbeidskrachtjes uit Engeland geëxporteerd. Enkelen kwamen goed terecht, maar velen werden uitgebuit op het land of mishandeld in tehuizen, met levenslange trauma’s als gevolg.

Pas in de jaren tachtig kwamen de schrijnende verhalen bovendrijven. Eergisteren zijn de problemen officieel onderkend door de Australische premier Rudd, die zijn excuses aanbood aan ‘een generatie van vergeten Australiërs’. Hij had zich net zo goed tot vijftien generaties kunnen richten.

Jaap Cohen