Kamer wil graag schrappen in ambassades

Op sommige plaatsen is Nederland al meer dan 400 jaar vertegenwoordigd met een ambassade. Maar is dat reden genoeg om hiermee door te gaan?

Al die Nederlandse ambassades en andere diplomatieke vertegenwoordigingen in het buitenland; is het niet wat veel? De Tweede Kamer vindt van wel, zo bleek gisteren en vandaag tijdens de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken. Minister Verhagen (CDA) had reeds een bescheiden inkrimping aangekondigd, maar voor een meerderheid in de Kamer is dit onvoldoende. Er moet worden gesneden in de diplomatieke posten van Nederland in het buitenland.

„Het is de hoogste tijd het hele postennetwerk nu echt te schoeien op de leest van de 21ste eeuw”, zei het Kamerlid Atzo Nicolaï (VVD) gisteren. „Als er dan toch bezuinigd moet worden, dan liever op gebouwen en diplomaten dan op onze hulp aan de allerarmsten of onze inzet voor de mensenrechten”, vond de PvdA’er Martijn van Dam. „Wat ons betreft zal bij de heroverwegingsoperatie goed worden gekeken naar het postennetwerk om te zien waar het efficiënter kan”, aldus de iets voorzichtiger CDA’er Maarten Haverkamp.

Het is duidelijk: als het aan de Kamer ligt krijgt de aanwezigheid van het kleine Nederland in het grote buitenland een meer bescheiden karakter. In de woorden van de Nicolaï, die in een vorig leven als staatssecretaris voor Europese Zaken was: „Minder toeters en bellen, vlaggen en rangen. Dat scheelt een flinke slok op een Koninginnedagborrel.”

De Nederlandse buitenlandse dienst is in vergelijking met andere landen groot. De kritische Kamerleden hadden dat elk op hun eigen manier uitgezocht. Het PvdA-Kamerlid Van Dam constateerde dat Nederland in het buitenland 32 officiële vertegenwoordigingen meer kent dan België, 54 meer dan Oostenrijk en zelfs 64 meer dan Zweden. Nicolaï wees erop dat Nederland in bevolkingsomvang ongeveer het zestigste land ter wereld is, maar in diplomatieke posten gemeten ongeveer het zesde land ter wereld.

De verdediging van Buitenlandse Zaken is dat Nederland reeds eeuwen beschikt over een wereldwijd netwerk van officiële vertegenwoordigingen. „Op sommige plaatsen al meer dan 400 jaar”, schreef Verhagen onlangs aan de Kamer. De reactie van Nicolaï hierop gisteren tijdens het debat: „Buitenlands beleid is geen erfgoedbeleid.”

Verhagen zag de bui al hangen. Vandaar dat hij eerder deze maand aankondigde dat bij een aantal ambassades het takenpakket zal worden verkleind en dat mogelijk ook een aantal posten wordt gesloten. „Op sluiting ligt geen taboe”, herhaalde Verhagen vandaag, maar hij voegde hier direct aan toe dat dit zal dan wel moeten gebeuren „op basis van serieuze afwegingen”.

Juist bij die afwegingen lopen de meningen van de ogenschijnlijk zo eensgezinde Kamer uiteen. De VVD ziet bijvoorbeeld mogelijkheden om posten te sluiten in Zuid-Amerika en Afrika. Maar zover is de PvdA nog lang niet. Die ziet dit idee van de VVD als een vorm van bezuinigen op Ontwikkelingssamenwerking. Volgens het PvdA-Kamerlid Van Dam liggen er daarentegen bezuinigingsmogelijkheden in landen ten oosten van de Europese Unie zoals de Kaukasus of Oekraïne. Verder vraagt de PvdA zich of Nederland nog wel in elke andere EU-lidstaat een eigen missie moet hebben.

Alle partijen in de Kamer vestigen hun hoop op de Europese buitenlandse dienst die nu in ontwikkeling is en in de toekomst namens de EU in het buitenland gaat optreden. Die kan dan minstens een aantal taken van landenambassades overnemen. Maar waar blijft Nederland dan? Dat is de zorg van Verhagen, die in de Kamer zei dat de „eilandmentaliteit” in Nederland om zich heen grijpt. „Als onze inspanningen over de grens minder ver reiken, dan leveren we invloed in.”