Julien C. wilde geen advocaat

De zaak tegen Julien C. moet over, zegt de Hoge Raad.

Het hof had beter moeten bekijken of C. bewust geen rechtbijstand wilde.

Met een dik wetboek onder zijn arm kwam Julien C. de rechtszaal van het hof in Den Bosch binnen. Met de aan hem toegewezen advocaat weigerde hij te praten. Hij wilde zich zelf verdedigen tegen de beschuldiging dat hij een achtjarige jongetje, Jesse, in december 2006 in een school in Hoogerheide met een mes had doodgestoken. De voorzitter van het hof zei aan het begin van het proces nog tegen C. dat hij het moest zeggen als hij zich bedacht over de juridische hulp. Dat deed C. niet.

Het proces bij het gerechtshof in Den Bosch leidde tot de langst denkbare straf voor moord: levenslang. In eerste aanleg had de rechtbank in Breda hem nog 12 jaar gevangenisstraf en tbs opgelegd, wegens doodslag. Maar volgens het hof had Julien C. tijd gehad om zich te bezinnen. Hij was met een vleesmes naar de school van Jesse gelopen, een wandeling van acht minuten. Aan de snijwonden op de handen van het jongetje was naderhand te zien geweest dat hij zich moet hebben verzet.

Gisteren maakte de Hoge Raad bekend dat de zaak tegen Julien C. opnieuw moet worden behandeld – door een ander gerechtshof. Het arrest van het hof in Den Bosch is vernietigd. Het hof heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de reden waarom C. geen advocaat wilde, vindt de Hoge Raad. Het hof had pauzes kunnen inlassen in het proces, bijvoorbeeld nadat de advocaat-generaal levenslang had geëist, zodat C. zijn besluit om zich niet te laten bijstaan nog eens kon overwegen.

Verdachten hebben weliswaar het recht af te zien van bijstand door een advocaat, stelt de Hoge Raad, maar het hof heeft de plicht te onderzoeken of de verdachte daarvan de gevolgen kan overzien. Het hof in Den Bosch heeft dat onvoldoende gedaan, oordeelt de Hoge Raad. En dat terwijl er volgens de raad wel „aanwijzingen” waren dat C. die consequenties niet kon overzien.

„In de (...) zaak waarin ingewikkelde juridische vragen aan de orde waren en veel voor de verdachte op het spel stond, had het hof indringend moeten onderzoeken of de verdachte bewust afstand van rechtsbijstand deed.” Het hof in Arnhem zal de zaak nu gaan behandelen, met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad.

Julien C. heeft steeds ontkend dat hij het jongetje heeft gedood. Hij is wel in de school geweest, maar had met de moord niets te maken, zei hij. Op zijn kleding is bloed gevonden van het slachtoffer. Getuigen hebben hem kort na de moord gezien.

Het Openbaar Ministerie had zowel bij de rechtbank als bij het hof twintig jaar celstraf én tbs geëist, ook al had C. geweigerd mee te werken aan psychiatrisch onderzoek. Of zijn daad voortkwam uit een stoornis kon daarom niet worden vastgesteld. Naar een motief kon het Openbaar Ministerie alleen gissen. Wellicht voelde C. zich „structureel eenzaam” en wilde hij „de boze buitenwereld laten zien dat er rekening met hem gehouden moest worden”, opperde de Officier van justitie destijds in Breda.

Direct na het hoger beroep kondigde C. al aan in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. Voor die procedure liet hij zich bijstaan door twee advocaten.

Lees het arrest van de Hoge Raad via nrc.nl/binnenland