'Ik zoek balans tussen bitterheid, wrok en warmte'

Vanavond begint het literaire muziekfestival Crossing Border. Het is uitzien naar debutant Wells Tower, wiens bundel erg positief is ontvangen.

Wells Towers verhalenbundel Everything ravaged, everything burned (bij de Arbeiderspers verschenen onder de titel Alles verwoest, alles verbrand) is het meest enthousiast ontvangen Amerikaanse debuut van dit jaar. In een en dezelfde week verschenen razend positieve recensies in de drie invloedrijkste bladen: New York Times, New York Review of Books en New York Times Book Review (voorpagina!) De auteur (Vancouver 1973, opgegroeid in North Carolina) was er zelf totaal door verrast, vertelt hij telefonisch vanuit zijn woonplaats Brooklyn.

„Het zou me absoluut niet hebben verbaasd als de bundel genegeerd was want ik vind het zelf een tamelijk lukrake verzameling. Ik heb veel meer verhalen geschreven maar dit zijn de negen waar ik in elk geval geen hekel aan heb. Ik heb ze bijna allemaal grondig herschreven voor de bundel. Er zijn verschillende manieren om een verhaal geslaagd te laten zijn, soms door een afgeronde plot, in andere door humor, in weer andere speel je in op emotie. Ik heb dat allemaal uitgeprobeerd en dat maakt het niet tot een echt coherente bundel.”

Ben ik de enige die het titelverhaal (over een gewelddadige Noormannen-expeditie) het slechtst vind?

„Nee hoor, ik merk dat het erg polariserend werkt. Dat zal de reden zijn dat het verhaal de meeste aandacht kreeg in de recensies. Wat ik erin probeerde was een slimme grap maken over een stel aan hun gewelddadigheid twijfelende Vikingen die verdwaald leken uit een verhaal van Raymond Carver. Everything ravaged, everything burned heeft een zekere ruwheid die me wel bevalt.”

Je hebt altijd veel journalistiek werk gedaan; doe je dat nog steeds of ben je nu een full-time fictieschrijver?

„Steeds minder journalistiek, maar ik blijf het wel doen. Ik schrijf al een jaar of tien voor de zondagbijlage van de Washington Post, blauwe-boordenverhalen noem ik het zelf: over vrachtwagenchauffeurs, Wal-Mart; in 2004 heb ik undercover aan de Bush-campagne in Florida meegewerkt, dat was wel een mooie ervaring ja. Journalistiek geeft je een soort alibi om in andermans levens in te breken. Ik heb ook een verhaal gemaakt over een dakloze schaker die met partijtjes op straat zijn brood verdiende, en dat heb ik weer gebruikt in een van de verhalen in mijn bundel.”

Wat opvalt in je verhalen is dat je een goed oor hebt voor individuele vocabulaires, bijna elk karakter heeft een authentieke woordkeuze.

„Als dat zo is komt dat ook door die journalistieke achtergrond, je leert iemand heel goed typeren door middel van zijn idioom. Als ik iets goeds hoor schrijf ik het meteen op en bewaar het in een aparte map. Maar ik vind dialogen sowieso niet het moeilijkst om te schrijven.”

Je dialogen kunnen echt ‘knetteren’ omdat je karakters doorgaans niet bepaald dol zijn op elkaar, zoals de broers in ‘Retreat’. Toch tonen ze, bijna verstopt, een zekere affectie voor elkaar.

„Ja, dat is een van de grootste uitdagingen die je bij het schrijven kunt tegenkomen, als het gaat over familie, de mensen waar je je hele leven mee opgezadeld zit. Dat is een onuitputtelijke bron van conflict. Maar niemand wil lezen over mensen die alleen maar afschuwelijk zijn. Ergens moet een lichtpunt zijn, in dit geval enige broederlijke affectie. Ik heb geprobeerd een balans te vinden tussen verbittering en wrok aan de ene kant en warmte aan de andere.”

Je treedt op in het kader van een programma rond het literaire blad ‘McSweeney’s’. Wat is je band met dat tijdschrift?

„Ik debuteerde er in 2004 met mijn verhaal Executors of important energies, een versie overigens die radicaal verschilt van die in het boek. Het is een geweldig blad met toegewijde redacteuren; ze beoordelen elke inzending op zijn eigen waarde, zullen zelden iets plaatsen alleen maar vanwege de naam van de auteur.”

Crossing Border heeft een voorliefde voor dubbeltalenten. Ben je ook gevraagd vanwege je positie als gitarist bij de punkband Hellbender?

„Eh... eerlijk gezegd hoop ik van niet want ik zit er al lang niet meer in. Geestig dat dat in elk interview weer opduikt. De band bestond een paar jaar, ik heb ’m met wat studievrienden in North Carolina opgericht toen ik 23 was. We hadden lokaal nogal wat succes, hebben twee cd’s gemaakt en wat getoerd door de rest van Amerika. Ik denk dat het publiek de naam wel interessant vond, zelf waren we er na een tijdje niet meer zo blij mee maar toen zaten we eraan vast.”

Schrijver Wells Tower leest vrijdag om 16.00 uur voor tijdens een symposium bij boekhandel Paagman en zaterdag om 20.15 uur op Crossing Border.

Meer over Crossing Border op crossingborder.nl