Geen ontsnapping mogelijk

Was Oost-Europa nu een gevaarlijke dominosteen of niet? De westerse paniek leek erop. In Roemenië zien ze dat anders.

Terwijl West-Europa een herfst vol financiële spoken beleefde, leek er een jaar geleden aan de andere kant van Europa geen vuiltje aan de lucht. Rampen op financiële markten gebeuren in rijke landen, dachten Roemeense burgers. Bovendien: wij Roemenen zijn wel wat gewend.

„Tot maart voelden we de crisis niet”, zegt Emil Cristescu. Met zijn broer Marius leidt hij de holding Bega Grup, een van de grootste Roemeense bedrijven. Bega Grup koopt voormalige staatsbedrijven en maakt ze winstgevend door ingrijpende herstructureringen. Een aantal Bega-bedrijven staat genoteerd aan de beurs van Boekarest, maar die is nog zo onbetekenend dat de grote schommelingen op de internationale financiële markten „amper effect” hadden, vertelt Cristescu in zijn kantoor in de stad Timisoara.

Een onderontwikkelde economie heeft blijkbaar ook weleens voordelen, dachten de Roemenen die over het crisisgeweld in het Westen hoorden. „Niemand, de politici niet, de bankiers niet, geloofden dat de crisis hen ook zou raken”, zegt Dan Apostol, hoofdredacteur van The Money Channel, de Roemeense equivalent van zakenzender RTLZ. 80 procent van alle transacties is in contanten. Slechts een fractie van de bevolking heeft een hypotheek. Aan ondoorzichtige, complexe financiële producten waren ze niet toegekomen.

„Twintig jaar geleden leden we nog honger. Onze manier van leven is radicaal veranderd. Mensen zien economie hier niet als iets cyclisch, maar als een curve die altijd omhoog gaat”, vertelt Apostol, een dertiger in spijkerbroek en jasje, op de redactie in het Huis van de Pers, een stalinistisch megagebouw in Boekarest. De economische groei was sinds 2001 explosief. In de eerste negen maanden van 2008 groeide het bbp nog met 8 procent. Maar vroeg of laat moest een keerpunt komen. Redacteuren van zijn zender lagen afgelopen voorjaar voortdurend in de clinch met de minister van Financiën. „Wij voorspelden dat het begrotingstekort meer dan 4 procent [van het bbp] zou zijn. Hij bleef maar beweren dat het lager dan 2 procent was.” Deze zomerwas het gestegen naar 7,3 procent.

Wat Roemenië kwetsbaar maakt, was het feit dat de groei van de economie hoofdzakelijk was gebaseerd op consumentenbestedingen gefinancierd met kredieten in euro’s. Bij gebrek aan eigen kapitaal was de Roemeense financiële markt opengegooid. 90 procent van de markt is in handen van dochterondernemingen van banken uit andere EU-staten, vooral uit Oostenrijk en Frankrijk. Import van de crisis kon niet uitblijven, maar de ontkenning bleef overheersen. „Die ontkenning werd gevoed doordat onervaren ondernemers de crisis zelf nog niet ervoeren”, vertelt Claudia Pendred, directeur voor Roemenië bij de Europese ontwikkelingsbank EBRD. „Ze dachten er niet aan dat Roemenië nu EU-lid is en onderdeel van de internationale financiële wereld.”

Op 17 februari sloeg in het Westen de paniek over Oost-Europa toe. Kredietbeoordelaars Moody’s en Standard & Poor’s zeiden dat ze de ratings van westerse banken die waren blootgesteld aan Oost-Europese markten mogelijk zouden verlagen. ‘Crisis Oost-Europa bedreigt banken EU’ kopte NRC Handelsblad op 19 februari. En een dag eerder: ‘Munten Oost-Europa trekken euro omlaag’.

De waarschuwingen van de kredietbeoordelaars gaven een impuls aan een dreigend ‘financieel nationalisme’. Westerse moederbanken konden het geld van Roemeense of Hongaarse dochters goed gebruiken om hun eigen kernactiviteiten te stutten. Een kapitaalvlucht zou echter de nekslag zijn voor onder meer de Hongaarse, Roemeense en Servische economie, staten zonder buffer in hun schatkist.

Tijdens een Europese top begin maart riep premier Ferenc Gyurcsany van Hongarije, dat een gevaarlijk hoge staatsschuld had, op tot solidariteit van West-Europa met de nieuwe Europese lidstaten. Een financiële injectie van 190 miljard euro zou moeten voorkomen dat een nieuw IJzeren Gordijn tussen rijke en arme lidstaten zou worden neergelaten. De reacties waren zuinig. Even leek het alsof de nieuwe en aspirant-lidstaten tijdens de crisis als een molensteen om de nek van het ‘oude Europa’ zouden hangen. Dankzij IMF en EU werd Hongarije met een spoedlening van 20 miljard euro op de been gehouden.

Er deden al snel geruchten de ronde over kapitaalvlucht van internationale banken. „Iedereen wantrouwde elkaar”, vertelt Robert Rekkers, algemeen directeur van Banca Transilvania, de grootste in meerderheid Roemeense bank. Het was een „heel turbulente periode.” Het probleem waren volgens hem de moederbanken, niet de dochters in Roemenië. Die waren gezond en wilden helemaal niet weg. Het gevaar kwam niet uit, maar náár het Oosten. „Tot het vierde kwartaal van vorig jaar verdienden ook wij als bank goud.” Daarna kwam het betalingsverkeer abrupt tot stilstand.

Om het uitbundige leenverkeer met het Westen af te remmen had de Roemeense centrale bank al ingegrepen. Banken moesten een reserve van 40 procent aanhouden op iedere geleende euro. „Daardoor hadden we enorme tegoeden bij de centrale bank, een heel verstandige buffer”, vertelt Rekkers in het BT Café in Cluj-Napoca, het zakencentrum van Noordwest-Roemenië.

De BT-cafés zijn een populair wapen in de concurrentiestrijd met buitenlandse banken als het Oostenrijkse Raiffeisen dat in Oost-Europa sterk aanwezig is. Ze hebben gratis draadloos internet en elektronische beurskoersen boven het koffiebuffet. Aan een grote tafel met een computer kunnen Roemenen hun bankzaken doen.

Bij de paniek over Oost-Europa als dominosteen speelden vooroordelen en verouderde stereotypen over een enge en instabiele regio een rol, denkt Rekkers. Een economische crisis in het Westen is een zwarte dag op de beurzen, mannen in pak met beteuterde gezichten. Bij een economische crisis in Oost-Europa komen beelden op van gewelddadige mijnwerkers die het land platleggen en wankele financiële systemen waarin de ene na de andere bank omvalt.

„Natuurlijk, het is hier allemaal kwetsbaarder. De economische groei was explosief en gericht op snelle deals”, zegt Rekkers. Maar mensen hadden geen grote leningen gesloten waarmee banken risico’s lopen. Laten we realistisch zijn, zegt ook Dan Apostol van The Money Channel. „We kunnen niet spelen dat we gezond zijn.” 75 procent van de Roemeense consumptie wordt geïmporteerd, er is weinig eigen productie. „Toch doet een individu hier alles wat hij kan om zijn leningen af te betalen en zijn huis te behouden. Bezit betekent veel voor ons.” Hij trekt zijn laptop naar zich toe en zoekt in de nieuwsstroom van de vorige dag. De BRD-GSG, de tweede bank van Roemenië, maakte in de eerste negen maanden van dit jaar 19 procent minder winst bij een omzet die steeg met 18 procent. „De problemen komen hier niet door eigen hebberige bankiers.”

In West-Europa worden de eerste voorzichtige groeicijfers genoteerd. In Roemenië kromp in het derde kwartaal de economie nog met 7 procent. Roemenen zijn somber over de komende maanden. Naar verwachting neemt het percentage mensen dat hun leningen niet meer kan terugbetalen toe en stijgt de werkloosheid.

Het gevaar komt volgens Apostol niet van de banken, maar van een andere zijde. „Het zijn de publieke bestedingen waar het fout gaat. De schatkist is een zwart gat.” De Roemeense overheid zuigt kapitaal uit de markt door zelf op grote schaal te lenen. „Wij voelen daardoor heel sterk een gebrek aan liquiditeit”, bevestigt zakenman Emil Cristescu. Bankier Rekkers ziet dat ook zo. De overheid is voor de banken in vergelijking met private partijen toch een veilige kredietnemer. „Zij betaalt minder [rente] en altijd traag, maar je weet tenminste zeker dat je je geld ooit terugkrijgt.”