Een kwestie van meedoen

In de Integratiebrief van gisteren staat geen beleid, maar hoe het kabinet dénkt.

En dat is strenger dan voorheen – al is het debat in Nederland wat krampachtig.

Migranten zijn welkom, maar ze moeten hun best doen. Die sfeer ademt de Integratiebrief die minister Eberhard van der Laan (Integratie, PvdA) gisterochtend presenteerde. Het is zijn visie en die van het kabinet op integratie. En die is strenger dan voorheen. De minister formuleert het zo: „Alle burgers zijn gelijkwaardig maar van migranten mag een extra inspanning worden gevraagd om een plek te verwerven in de Nederlandse samenleving.” Van der Laan op de persconferentie: „Dat is een basiseis overal ter wereld. Nederland doet daar soms wat krampachtig over.”

De brief bevat geen opvallende maatregelen of verandering van beleid. De brief laat zien hoe het kabinet over integratie dénkt, zei Van der Laan.

De integratie loopt niet soepel. De minister signaleert „wantrouwen en fricties tussen bevolkingsgroepen”. Het gevolg is dat groepen autochtone Nederlanders zich vervreemd voelen. En veel niet-westerse migranten hebben de indruk als tweederangsburgers gezien te worden.

Die realiteit is te lang ontkend, vindt de minister. Over ongenoegens moet je kunnen praten. Maar een discussie over integratie moet wel zorgvuldig gebeuren, schrijft hij daar direct achteraan. „Niet ieder probleem waarbij nieuwe Nederlanders en hun kinderen zijn betrokken, is automatisch een integratieprobleem.”

Maar er blijven ook veel problemen die wel zijn terug te voeren op gebrek aan integratie, stelt Van der Laan in zijn brief. Die wil hij aanpakken. De sleutel voor een betere integratie ligt in eerste instantie bij de migranten zelf. Hij zegt: „Van migranten en autochtone Nederlanders verwachten we geen gelijke inspanningen.” Migranten moeten méér hun best doen. „Ze zijn het aan zichzelf, hun kinderen en de samenleving verplicht om de taal te leren, onderwijs te volgen en werk te zoeken.”

Als je immigreert, doe het met heel je hart, is het devies. De inburgeringscursus die migranten bij hun toelating tot Nederland krijgen aangeboden, dienen ze op te vatten als welkomstcadeau. Van der Laan: „Geen land in de EU heeft zo’n humaan stelsel.”

Sparen voor een eigen huis in het land van herkomst is niet verboden maar onwenselijk. Zeker als dat betekent dat er minder geld is om de kinderen hier een goede toekomst te bieden. „Immigratie is iets anders dan een jaar na jaar uitgesteld vertrek.”

Migranten mogen best anders zijn, maar als dat irritaties oplevert moeten die besproken kunnen worden. Het gaat dan bijvoorbeeld over begroetingsrituelen, zoals het al dan niet handen schudden, of kledinggewoonten. De hoofddoek, bijvoorbeeld, draagt bij aan het gevoel van vervreemding van een deel van de autochtone Nederlanders.

En het anders zijn heeft heldere beperkingen: die van de wet. Een groeiende moslimgemeenschap is geen reden voor het incorporeren van islamitische wetgeving in het Nederlandse recht. Gebruik van geweld uit naam van welke religie dan ook is strafbaar.

De maatregelen die Van der Laan in zijn brief voorstelt zijn bekend: rassendiscriminatie moet hard worden aangepakt, woonwijken en scholen moeten gemengder worden, Marokkaanse en Antilliaanse probleemjongeren moeten stevig worden aangepakt en ook op weg geholpen.

Geeft het kabinet hiermee ook een antwoord op de PVV van Geert Wilders, de partij die het met zijn harde anti-immigratiestandpunten zo goed doet in de opiniepeilingen? Van der Laan: „De brief is niet geschreven met het oog om de wind uit de zeilen van de PVV te halen.”