Een dorp vergeven van kwaadaardigheid

Das weisse Band. Regie: Michael Haneke. Met: Christian Friedl, Burghart Klaußner, Susanne Lothar, Ulrich Tukur, Rainer Bock.In: 15 bioscopen.****

In ons historisch onderbewustzijn valt met de Eerste Wereldoorlog de nacht. Daarvoor ligt een zonovergoten, koddige wereld van patriarchale normen, vormen en snorren; van stoom, parade-uniformen en ruisend graan. De slachting in de loopgraven vaagt de onschuld weg en luidt de nachtmerrie van Stalin, Hitler en de wegwerpmens in.

Onschuld is niet aan Michael Haneke besteed. In mei won hij met Das weisse Band in Cannes een welverdiende Gouden Palm; een film die de Pruisische, keizerlijke orde onttakelt en eerder ontzag dan vervoering wekt. Wat ontbreekt, is ditmaal controverse. Haneke pleegt zijn publiek te beleren en te kastijden om hun fascinatie met geweld of seks (Funny Games, La Pianiste) of hun zelfgenoegzame passiviteit (Caché) Maar Das weisse Band is zowel in tijd als mentaliteit zover van ons verwijderd dat we alleen toeschouwers zijn in de wereld die Haneke met rigoureuze precisie tot leven wekt.

Al in het eerste shot van een leeg Noord-Duits dorp legt hij over een broeierige zomerdag ijsglazuur. Zijn zwart-wit – het palet waarin wij ons het tijdperk van Das weisse Band voorstellen, aldus de filmmaker – is kraakhelder. Door het lage contrast en diepe focus mis je geen grijstint of detail, hoe veraf ook. Eichwald heet het dorp; een bejaarde vertellersstem belooft ons zaken op te rakelen die in de jaren 1913-1914 voorvielen en „een licht werpen op zekere gebeurtenissen in de Duitse geschiedenis”. Dat kan slechts wijzen op de opkomst van het nazisme.

Bij het oogstfeest staat de machtspiramide van Eichwald op het bordes van het landgoed. Bovenaan de baron, beneden het volk, op de trap de notabelen: dominee, dokter, rentmeester. Hoewel de dokter ontbreekt: hij is zwaargewond, doordat iemand een struikeldraad spande voor zijn paard. Een ongeluk in een onheilspellende keten: een boerenvrouw die sterft in de zaagmolen, de zoon van de baron die wordt ontvoerd en mishandeld, een schuur die plots in brand staat. En altijd is er dat bedeesde groepje kinderen dat de schade komt opnemen.

Gaandeweg leren we een dorp kennen dat zucht onder een naargeestige patriarchale terreur. De dokter misbruikt in al zijn geleerdheid de vroedvrouw, om haar als oud vod weg te smijten zodra zijn eigen dochter rijp is voor seksueel misbruik: „Mens, waarom sterf je niet gewoon?” De rentmeester is een bullebak, de baron exploiteert zijn boeren als vee en de lutheraanse dominee rekent het tot zijn taak iedereen even miserabel te maken als hijzelf is.

Vooral bij de dominee zien we zwarte pedagogie in actie. Elk teken van liefde is zwakte, hij pijnigt en vernedert zijn kinderen voor de kleinste wissewasjes en verplettert ze onder schuldgevoel. Echo’s van Ingmar Bergman, maar naargeestiger omdat de ziel van de geweldplegers zich nooit opent. Ze handelen als stramme automaten.

Alleen een boerenzoon komt in opstand. Hij wordt weggejaagd, een communist in de dop. Maar politie is verder overbodig in een dorp dat door kruiperigheid, schaamte en schuld in het gareel blijft. Ook de kinderen, wier frustraties een uitweg vinden in geniepige represailles. Als de barones het niet langer uithoudt in dit van „kwaadaardigheid, jaloezie, domheid en grofheid” vergeven oord, spreekt ze namens de kijker.

Haneke is als dramaturg te slim om louter kilte te tonen. Juist de vlagen van warme menselijkheid houden Das weisse Band emotioneel relevant: de dorpsleraar/verteller die een ontroerend verlegen romance beleeft met kindermeisje Eva – hij geeft zijn bescheiden postie in de machtsorde later op en wordt kleermaker.

Volgens Haneke is Das weisse Band meer dan een periodefilm over de ontkiemende nazigeneratie. Het gaat om geperverteerd idealisme, vernedering en repressie als universele voedingsbodem voor terreur. Maar dat maakt deze film vooral relevant in landen als Saoedi-Arabië of Iran. Voor wie opgroeide in overvloed, toegevendheid en bevestiging is Eichwald in de eerste plaats exotisch. Behandel je nu kinderen zoals de dominee, dan komt bureau Jeugdzorg achter de voordeur kijken om een uithuisplaatsing te regelen. Das weisse Band is huiveringwekkend, maar roept ons niet ter verantwoording; zeldzaam voor Haneke, die zich vaak tot zijn publiek verhoudt als de dominee van Eichwald tot zijn kinderen. Maar als ‘Eine deutsche Kindergeschichte’, de alleen in Duitsland gebruikte ondertitel, is deze film meesterlijk.