Bolhuis als de logische voorzitter van NOC*NSF

Het bestuur van NOC*NSF heeft André Bolhuis (63) voorgedragen als nieuwe voorzitter en opvolger van Erica Terpstra. Hij vindt zichzelf de man van het harmoniemodel.

Uiteindelijk bleek de beste kandidaat om haar op te volgen al twee jaar bij Erica Terpstra aan de bestuurstafel te zitten. Pas nadat een benoemingscommissie en een headhuntersbureau zo’n vijftig sollicitanten hadden afgewezen, bedacht een aantal (grote) sportbonden dat André Bolhuis naadloos in de profielschets van de nieuwe voorzitter van sportkoepel NOC*NSF paste. Men had zich dus de zoektocht van een half jaar kunnen besparen.

Bij nader ieder inzien vonden zowel het bestuur als de meeste bonden Bolhuis een logische keus. Er is een aantal kleine bonden dat moeite heeft met de hockeyachtergrond van de kandidaat. De oppositie blijft daartoe echter te beperkt. Die groep heeft ook meer moeite met de dominantie van oud-hockeyers bij NOC*NSF dan met de persoon Bolhuis. Met de oud-bondscoaches Maurits Hendriks en Roelant Oltmans in de technische staf vindt die stroming dat op Papendal hockey al ruim genoeg vertegenwoordigd is.

De overeenstemming over de kandidatuur van de 63-jarige Bolhuis is opmerkelijk bij de doorgaans verdeelde sportkoepel, maar pleit voor de man die al van jongs af aan in de sport actief is. Eigenlijk hadden weinigen wat op hem aan te merken. Begrijpelijk op grond van zijn verleden. Want Bolhuis heeft als hockeyer tweemaal de Olympische Spelen meegemaakt, was in Barcelona (1992) en Atlanta (1996) chef de mission van de olympische ploeg, leidde bijna negen jaar als voorzitter de woelige hockeybond (KNHB) en is sinds twee jaar bestuurslid van NOC*NSF, waar hij verantwoordelijk is voor het Olympisch Plan 2028. En een niet onbelangrijk aspect: Bolhuis heeft weinig vijanden. Zelfs de notoire dwarsligger Anton Geesink heeft zich vierkant achter de kandidatuur van Bolhuis gesteld.

Naast zijn kennis van de organisatie kent Bolhuis de mores achter de bestuurstafel van NOC*NSF. Hij is vertrouwd met het beleid, dat hij zelf mede heeft bepaald. Een inwerkperiode is overbodig.

Verder is het een voordeel dat Bolhuis aan de basis heeft gestaan van de grote sportieve ambities die de sportkoepel nastreeft. Hij was eind jaren tachtig de eerste chef de mission die vond dat het toenmalige NOC zich niet moest beperken tot de rol van olympisch uitzendbureau, maar ook betere voorzieningen voor de sporters moest treffen. Nadat Bolhuis een budget had vrijgemaakt voor ondersteuning van olympische sporters werd zijn zienswijze uitgebouwd door de technisch directeuren Joop Alberda, Charles van Commenée en nu Maurits Hendriks. Maar de basis voor het streven Nederland tot de tien beste sportlanden ter wereld te laten uitgroeien is gelegd door Bolhuis.

Zelf had hij er aanvankelijk niet aan gedacht Terpstra op te volgend, zei Bolhuis nadat hij gisteravond tijdens de najaarsvergadering van NOC*NSF door het bestuur officieel als kandidaat was voorgedragen. Hij was tevreden met zijn functie als aanjager van het Olympisch Plan 2028 en in combinatie met zijn tandheelkundige kliniek in Utrecht al een drukbezet man. Pas toen Bolhuis werd gevraagd, is hij over het voorzitterschap gaan nadenken. „Want het is nogal wat. Soms denk ik nog: waar begin ik aan”, zei Bolhuis, die terdege beseft dat NOC*NSF een niveau hoger is dan de hockeybond. Uiteindelijk gaven zijn eergevoel en de uitstraling van de functie de doorslag. „Want het is toch leuk, weet je. Ik zie er wel wat in.”

Bolhuis denkt vooral een bindende rol tussen de 73 sportbonden te kunnen spelen. „Omdat ik harmonie uitstraal. Ik houd niet van het wij-zij-denken. Daarom vind ik het ook goed dat ik de enige kandidaat ben. Niet dat ik een verkiezing wil ontlopen, maar het leidt doorgaans tot tweedracht.”

Maar één ding maakte Bolhuis gisteravond duidelijk: als hij wordt gekozen zal hij zich niet zo intensief presenteren als Erica Terpstra. „Man, dat is niet te doen”, verzucht Bolhuis. „Na het koningshuis is Erica de bekendste Nederlander. Nee, de mensen in het land zullen er aan moeten wennen dat ik niet op alle uitnodigingen inga. Voor representatie zal ik vaker het bestuur en het bureau inschakelen.”

En Geesink, het IOC-lid dat vele voorzitters van NOC*NSF door zijn solistisch opreden tot wanhoop dreef. Hoe denkt Bolhuis hem in het gareel te krijgen? Laconiek: „Och, dat zullen we wel zien. We wonen al veertig jaar in hetzelfde dorp, dat schept een band. Ik ga eerst maar eens rustig met hem praten om zijn ideeën over NOC*NSF aan te horen. Dat hij mijn kandidatuur steunt is een goed begin.”

De nieuwe voorzitter wordt op 11 januari tijdens een extra ledenvergadering gekozen.