Aantal jongeren met een krasje groeit zeer snel

Wajong, de wet die jonggehandicapten aan werk zou moeten helpen, functioneert niet goed. Er zijn te veel jongeren. „Dit wordt onbetaalbaar.”

„Het is een schande”, zegt Jasper Wagteveld. De 27-jarige Wagteveld is net op het podium geklommen in De Fabrique, een oude fabriek aan het kanaal in Utrecht. „De werkgever wil, de jonge gehandicapte wil. En toch krijgen ze geen baan. Eigenlijk is het een schande dat ze dan toch niet aan het werk komen.”

Wagteveld – studentikoos uiterlijk, zwart brilletje, geblokte blouse – is ook een jonge gehandicapte. Hij heeft technische informatica gestudeerd, hbo, en schreef in twee jaar 150 sollicitatiebrieven. „Ik heb een lichte autistische stoornis”, meldde hij eerlijk in alle brieven. Hij werd nergens aangenomen.

Nu is Wagteveld een van de drie jongeren die voor de christelijke vakcentrale CNV de afgelopen maanden op stap is geweest om bij bedrijven banen los te peuteren voor jongeren met een fysieke of psychische handicap, zogenaamde ‘Wajongers’. „Onze tocht langs bedrijven heeft 117 banen in drie maanden opgeleverd. Dat vind ik echt goed”, zegt hij tijdens de bijeenkomst over ‘diversiteit’ die het CNV deze week organiseerde.

De ‘honderd-banen-actie’ is een succesje voor de drie ‘Wajong-ambassadeurs’ van het CNV, maar er zijn veel meer banen nodig. Het aantal jongeren met een krasje groeit verontrustend snel. Nederland telt eind dit jaar 190.000 Wajongers (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten) en als deze groei doorzet verdubbelt dit aantal binnen twintig jaar tot 400.000. „Er komen meer dan duizend jongeren per maand bij. Dat zijn twee schoolklassen per werkdag”, heeft minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) berekend, die ook in De Fabrique aanwezig is. „Dat is sociaal onaanvaardbaar en financieel onbetaalbaar”, zegt Donner.

Want is een jongere bij de keuring met 18 jaar eenmaal tot Wajonger bestempeld, dan geldt hij voor 98 procent als arbeidsongeschikt en krijgt hij een uitkering voor het leven. En dat terwijl de meeste jongeren kunnen en willen werken. Wordt het beleid niet veranderd, dan lopen de uitkeringslasten op van 2,3 miljard naar 5,3 miljard in 2050, heeft het ministerie berekend.

Reden genoeg waarom de minister een wetsvoorstel heeft gemaakt om per 1 januari Wajongers aan de slag te krijgen, het liefst in een normale baan bij een gewone werkgever. In het voorstel, dat vandaag in de Tweede Kamer wordt besproken, staat het recht op arbeidsondersteuning voor de jonggehandicapte centraal. Voor elke jongere wordt een individueel participatieplan opgesteld, waarbij vooral gekeken wordt naar wat hij wel kan, en dus niet naar wat hij niet kan. Een jobcoach, vervoersvoorzieningen, scholing en een concreet werkaanbod moeten de jongere, die kan en wil werken, aan een baan helpen.

„Bedrijven willen wel, als je ze goed uitlegt wat een Wajonger kan en welke voorzieningen er voor bedrijven zijn”, zegt Wagteveld. Daar hebben ondernemers vaak geen weet van, is hem gebleken. Ook schrikken ze terug voor de bureaucratische rompslomp zodra ze een Wajonger in dienst nemen. Wagteveld: „Vaak loopt het vast op de praktijk. Ik kwam bijvoorbeeld bij een schoonmaakbedrijf dat bereid was 200 Wajongers op te nemen. Maar toen ze het arbeidsbureau, het UWV, belden en dat verwees naar een reïntegratiebedrijf, konden ze daar geen Wajonger vinden. Hoe is dat in hemelsnaam mogelijk”, vraagt hij zich af.

„Werkgevers en Wajongers moeten elkaar beter zien te vinden”, is ook de ervaring van Mark de Groot, ook een Wajong-ambassadeur. Hij is geboren met een groeibeperking. Hij heeft korte benen en is niet langer dan 1,20 meter. De Groot werkt als projectmanager bij consultantbureau Oba Milestones, voor verbinding en uitwisseling. „Wees open over je beperking, dan maak je je talenten relevant”, zegt De Groot. Hij is een geboren netwerker, die op de borrels van de werkgeversorganisaties ondernemers aan hun jasje trekt om ze van hun vooroordelen over Wajongers af te helpen.

„Wajongers willen graag werken”, zegt Yvonne Zuidema, de derde Wajong-ambassadeur. Zelf is ze slechtziend en werkt ze sinds enkele jaren als secretaresse. Geef jongeren meer informatie over hun mogelijkheden, zegt Zuidema. „Ze weten vaak niet waar ze terecht kunnen”. Een nieuwsbrief op Hyves is volgens haar voor veel jongeren al een steun in de rug.

De sleutel ligt bij de werkgevers, meent de minister. De nieuwe Wajong-regeling kan volgens hem alleen een succes worden als werkgevers jongeren met een beperking een baan geven. Iets waarover sociale partners in cao’s met elkaar afspraken moeten maken. De intentie is er. In het sociaal akkoord van afgelopen voorjaar hebben bonden en werkgevers toegezegd zich hiervoor in te spannen.

De eerste signalen zijn hoopgevend. Het aantal cao’s waarin afspraken zijn opgenomen over Wajongers is gegroeid van 5 procent naar 21 procent. De overheid neemt dit en volgend jaar 250 extra jonggehandicapten in dienst, bij het bedrijfsleven nemen grotere werkgevers zoals Philips, de Nederlandse Spoorwegen, Ahold, Nuon, Super de Boer en KPN het voortouw.

„Het is absoluut gedoe voor een bedrijf, maar we willen wel maatschappelijk verantwoord ondernemen”, zegt Annette Righolt, adviseur arbeidsverhoudingen bij KPN. Zij is een van de werkgevers bij wie de Wajong-ambassadeurs ‘beet’ hadden. KPN wil tientallen Wajongers een ‘doorstroomplek’ geven, zodat ze twee jaar werkervaring kunnen opdoen bij de administratie of in een callcenter. Óf ze mogen blijven, óf ze kunnen extra ervaring bijschrijven op hun cv. Bedrijven moeten ruimte geven aan Wajongers, vindt Righolt. „In de wereld van productietargets en bonussen moeten jongeren met talent en een beperking ook aansluiting kunnen vinden.”