Woordenstrijd om oorlog Jemen

Een rebellie in een uithoek van het Golfgebied krijgt steeds meer belangstelling uit het buitenland. Saoedi-Arabië en Iran zouden er een oorlog bij volmacht uitvechten.

Het hele Golfgebied bemoeit zich nu met de shi’itische rebellie in Noord-Jemen, die de afgelopen jaren alleen de korte berichten haalde.

De Saoedische luchtmacht en artillerie bestoken de rebellen. Het Iraanse regime zou de opstandelingen steunen – veertig Saoedische geestelijken beschuldigden Iran er dit weekeinde nog van „de moslimnaties te destabiliseren door zijn agenten te bewapenen om het shi’isme te verspreiden”.

In het parlement van Bahrein wordt geruzied over de weigering van de shi’itische minderheid voor een steunbetuiging aan Saoedi-Arabië te stemmen – wat volgens sunnieten „de ware loyaliteit van de parlementariërs verraadt”. Saoedi-Arabië en Egypte hebben de Arabischtalige Iraanse zender Al-Alam van de satelliet gehaald. Al-Alam geeft vaak beschuldigingen door van de Jemenitische rebellen over Saoedische wapenhulp aan de regering in Sana’a.

Sinds het niet-Arabische, shi’itische Iran zijn macht in de regio versterkte door de eliminatie van zijn vijanden in Afghanistan (Talibaan, 2001) en Irak (Saddam Hussein, 2003), groeit in sunnitische Arabische landen het wantrouwen over zijn bedoelingen. Die zien de Libanese shi’itische organisatie Hezbollah en het Palestijnse Hamas – sunnieten overigens – al als Irans vooruitgeschoven posten en vrezen pro-Iraanse tendensen bij de regering in Bagdad die na Saddams val door shi’ieten wordt gedomineerd.

En daar komen nu de rebellen in Jemen bij, wier opstand ondanks herhaalde regeringsoffensieven geen teken van verzwakking toont. Wordt hier een nieuwe Iraans/shi’itische post gevestigd?

Veel is onduidelijk over de situatie in en rond Jemen. Wat de rebellen, aanhangers van de zaïditische sekte die een grote minderheid vormt in het verder sunnitische Jemen, precies willen, is niet helder. Het staat vast dat Saoedi-Arabië in de aanval is gegaan en nog steeds in de aanval is – maar wat is de directe beweegreden? Er zijn wel veel beschuldigingen tegen Iran, maar nauwelijks bewijzen. En ten slotte zijn het aantal slachtoffers in het strijdgebied en de omvang van de schade niet bekend, omdat de Jemenitische regering er geen buitenstaanders toelaat.

De meeste waarnemers gaan ervan uit dat de opstand een product is van de politieke en economische achterstelling van het gebied. De rebellie werd vijf jaar geleden gelanceerd door de radicale geestelijke Hussein al-Houthi, die zich inzette vóór een zaïditische wedergeboorte en tegen de banden van president Ali Abdullah Saleh met de Verenigde Staten. Maar Hussein al-Houthi is gedood en tal van stammen uit de omgeving hebben zich uit woede over de schade door luchtbombardementen bij de opstand gevoegd. Daardoor is dat radicale element vervaagd.

De rebellen zeggen alleen wat ze niet willen: de val van de regering of de vorming van een zaïditische staat. Het regime beschuldigt hen van dat soort intenties. President Saleh zegt niet te piekeren over concessies en niet te rusten tot de opstand is neergeslagen. „We stoppen deze oorlog nooit, wat ook de financiële en menselijke kosten zijn.”

Volgens dr. Joost Hiltermann, Midden-Oostenspecialist van de International Crisis Group, is het mogelijk dat de Saoediërs na vijf jaar kijken naar een rommelig grensgebied, tien dagen geleden in actie kwamen omdat rebellen op hun grondgebied waren gekomen. In die optiek doen ze niet meer dan hen terugslaan. Maar het is evengoed mogelijk, zegt hij in een telefonisch vraaggesprek, dat de Saoediërs zich zorgen maakten omdat de rebellie maar voortduurt, vooral omdat de rebellen shi’ieten zijn, en daarom nu in samenspraak met Sana’a een tweede front hebben geopend. In Saoedi-Arabië leeft ook een door de ultra-sunnitische meerderheid gewantrouwde shi’itische minderheid.

Veel duidelijker is het volgens hem dat Iran tot dusverre nauwelijks iets met de opstand te maken heeft gehad – „misschien hebben ze eens wat geld gestuurd”, niet meer dan dat. Hij denkt dat Teheran niet ontevreden is met de situatie. Zonder er iets voor te hebben gedaan, hebben ze de Saoediërs kwaad gemaakt. „Het is voor de tegenpartij altijd handig de Iraniërs zwart te maken.”

„Weer tiranniseert Iran de Arabieren”, schreef donderdag de in Londen uitkomende Saoedische krant Al-Hayat. De krant reageerde op aanmaningen van de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Mottaki, aan de buitenwereld zich niet met de rebellie te bemoeien. Vervolgens riep Mottaki op tot een „collectieve inspanning” om een einde te maken aan „het doden van shi’ieten in Jemen”. Wat de Iraanse minister eigenlijk wilde, aldus Al-Hayat, was erkenning door de Arabische Golflanden van een „rol van een Iraanse partner” onder het mom van regionale veiligheid. Alles wat de Jemenitische regering moest doen „was een Iraanse satelliet te worden”.

Mottaki heeft met zijn uitspraken olie op het vuur gegooid, aldus Hiltermann. De reacties erop onderstrepen zijns inziens het gevaar van de situatie, namelijk dat de oorlog bij volmacht tussen Iran en Saoedi-Arabië die nu alleen in de beschuldigingen bestaat, op termijn werkelijkheid wordt.