Vlees in Abidjan: palmrat

Op de voedseltop in Rome praten de VN over honger. In Afrikaanse steden als Abidjan is het nog steeds elke dag voedselcrisis.

De beste tijd van zijn leven was de tijd dat Roger Zahié (44) een tweedehands Honda reed en een etage huurde van maar liefst 90 euro per maand. Dat was dáár, wijst hij, richting de snel verouderende nieuwbouw aan de rand van Abidjan, de grootste stad van Ivoorkust.

Maar de tijden zijn drastisch veranderd. Zijn leven zit op een dieptepunt. Als hij ’s nachts wakker ligt in het muffe slaaphok dat hij deelt met acht kinderen en een vrouw, denkt hij nog weleens aan die Honda. Roger gaat nergens meer naartoe sinds hij twee jaar geleden werkloos werd. „Het stadsvervoer is onbetaalbaar.” Erger vindt hij dat armoe hem veroordeelt tot één maaltijd per dag. „Ik verlang soms echt naar vlees.”

Anderhalf jaar geleden gingen bewoners van Abidjan de straat op om hun woede te uiten over de steeds hoger wordende kosten voor levensonderhoud. De president verlaagde de volgende dag de btw op levensmiddelen als rijst en bakolie. Het protest bleef niet beperkt tot Ivoorkust. In Burkina Faso organiseerden de vakbonden een algemene staking. Rellen in Kameroen en Mauretanië haalden kortstondig het wereldnieuws.

Maar de kwestie van de wereldwijd stijgende voedselprijzen verdween weer van de agenda. Was het een incident geweest, zoals sommige deskundigen verklaarden? Nee, zei de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) aan de vooravond van de voedseltop die tot en met woensdag in Rome gehouden wordt. In arme landen die meer voedsel importeren dan exporteren zijn de prijzen van tarwe en maïs onverminderd hoog.

De hoge voedselprijzen doen des te meer pijn omdat de salarissen in landen als Ivoorkust de afgelopen twintig jaar hetzelfde zijn gebleven. In buurtrestaurant Le Patriote staat eigenaresse Mathilde (45) een gedroogde palmrat aan reepjes te snijden. Zij beaamt dat de koopkracht van de lagere middenklasse steeds verder daalt. Tien jaar geleden vroeg zij 25 eurocent voor haar goedkoopste gerecht en 75 cent voor het duurste. In 1999 voerde ze haar laatste prijsstijging door. Het goedkoopste gerecht werd 40 cent, het duurste 1 euro. In de tussentijd bleven de marktprijzen stijgen. „Maar als ik de prijzen verder omhoog gooi, raak ik geheid mijn klanten kwijt.”

Vervolg Honger: pagina 13

Voor 90 euro 10 monden voeden

Roger werkte zestien jaar lang als ambtenaar en verdiende al die tijd 200 euro per maand, een bedrag dat hij alleen kon aanvullen met steekpenningen. Intussen verdubbelden de taxibussen hun prijs, werd rijst minstens 50 procent duurder en kan je voor 15 euro niet langer een fatsoenlijk appartement vinden, tenzij je bereid bent naar een krottenwijk te verhuizen.

Ivoorkust staat op een lijst van 31 landen die volgens de FAO dringend buitenlandse voedselhulp moeten krijgen. De voedselcrisis is evengoed het gevolg van een lethargische regering en een falend landbouwbeleid als van het militaire conflict dat zich al zeven jaar voortsleept en het land in tweeën heeft gedeeld.

Op papier hoeft Ivoorkust niet arm te zijn. Het is een van de vruchtbaarste landen van West Afrika, en ’s werelds grootste cacaoproducent. Wie een tocht door het binnenland maakt, ziet drassige rijstakkers, koffiebomen, katoenvelden en kilometerslange ananasplantages.

De cacaoboeren hebben amper contant geld, maar net genoeg te eten. Ze kweken hun eigen tomaten, maniok, bananen. De stadsbevolking heeft toegang tot elektriciteit, scholing en drinkwater, maar is meer dan de helft van haar inkomen aan voedsel kwijt. Stijgt de prijs van een zak rijst, dan kan dat het verschil betekenen tussen één of twee maaltijden per dag.

Bijna de helft van de 20 miljoen Ivorianen woont tegenwoordig in de stad. De armoede is ze niet altijd aan te zien. Ze dragen zonnebrillen, goedkope jeans en snelle gymschoenen uit China. Hier heet het voedsel van de armen garba, een kleffe maniokpuree met flinters vis. Het is een gerecht dat vult, maar niet perse voedzaam is.

Roger vindt troost in de gedachte dat hij niet de enige is die regelmatig met een rammelende maag rondloopt. „Iedereen in deze buurt moet de eindjes aan elkaar knopen”, zegt hij schouderophalend. Zijn op één na grootste kostenpost is de benarde huurwoning die uitkomt op een ongeplaveide binnenplaats, waar het ongewoon druk is met blote kinderen en verveeld kijkende vrouwen die niets zitten te doen. 50 euro voor de huur. 90 euro om iedere maand tien monden van te voeden.

Het geld komt van een oudere broer, en het is elke maand maar weer duimen dat het gaat lukken. Voor onverwachte lasten is geen reserve, al voelt Roger zich verplicht een bijdrage te geven als een buurman geld komt vragen voor een ziek kind. „Zoiets kan mij morgen ook overkomen, en dan ben ik degene die hulp komt vragen.”