Verkiezingen

‘ T is alweer een tijdje geleden, maar hebben wij in Nederland ooit niet eens over een Europese Grondwet gestemd? Een grondwet die, zo meen ik mij te herinneren, Europa vooral veel ‘democratischer’ en ‘transparanter’ zou maken en die daarom direct maar even ter goedkeuring aan het volk werd voorgelegd. Toen begon natuurlijk de ellende, want democratie mag op papier dan een prachtig principe zijn, zodra het volk zich ermee gaat bemoeien, blijft er meestal weinig van over. Tweederde stemde tegen en verwees de Grondwet naar de prullenbak.

Dat was uiteraard niet de bedoeling, maar gelukkig bleek de betekenis van het referendum van een tamelijk kneedbare substantie: het ging van ‘bindend advies’ naar ‘glashelder signaal’ naar ‘onduidelijke peiling’, om uiteindelijk te eindigen als wijze les dat democratisering een stuk sneller gaat als het zonder volk geregeld wordt.

Het kabinet boog zich nog eens over de wettekst, sloopte de vlag en de hymne eruit, plakte er een andere naam op en stuurde het document ditmaal ter goedkeuring retour afzender - wat niet alleen een postzegel, maar ook een hoop teleurstelling scheelde. Begin deze maand werd het nieuwe Verdrag, na Tsjechische instemming, officieel in werking gesteld.

Dan zou je denken: dat Europa wordt vanaf nu dus één groot transparant, democratisch festijn. Maar de eerste de beste verkiezing op stapel voltrekt zich doodleuk achter Brusselse schermen. Een president die, via de lobby, per decreet van een of andere commissie wordt aangesteld - het lijkt Iran, Afghanistan of Noord-Korea wel.

De ironie? Die president moet namens Europa aan de Ahmadinejads, Karzais en Kim Jong-ils van deze wereld gaan uitleggen hoe je eerlijke verkiezingen houdt.

Niet dat het heel veel uitmaakt wie het wordt, want formele macht heeft de Europese president toch niet. Het is vooral een symbolische functie, met een hoog lintjesknip- en staatsbanketgehalte. Gevraagd is dan ook een politicus met charisma en charme die op bevlogen wijze het Europese gedachtegoed kan uitdragen - dus je kunt veilig stellen dat Jan Peter Balkenende geen woord gelogen heeft toen hij zei dat hij ‘geen kandidaat’ was.

En al wordt hij het wel: mijn president zal hij niet zijn.

Rob Wijnberg