Van de stad en de stad

Stel je eens een stad voor die eigenlijk uit twee steden bestaat. Twee steden op dezelfde plek op aarde. Sommige straten en parken horen bij stad A, andere bij stad B. Er is ook overlap – soms behoren een paar huizen in een straat tot stad A en de andere tot stad B. En vanaf hun vroegste jeugd leren alle inwoners van deze tweelingstad om de ‘andere stad’ volkomen te negeren, letterlijk te ‘ont-zien’. Iemand in stad A ziet alleen stad A, iemand in stad B ziet alleen stad B.

De inwoners moeten wel. Want als iemand zich niet aan de begrenzing houdt, geen acht slaat op de verschillen in gedrag, kleding en bouwstijl tussen de twee steden, en bijvoorbeeld zomaar een persoon in de andere stad aanspreekt of een huis in de andere stad binnengaat, dan is dat een zwaar misdrijf.

En het is niet de politie die daar op afkomt, maar een speciale geheime dienst die overal leden heeft en altijd toekijkt. De wetsovertreder wordt meegenomen en niemand hoort ooit nog iets van hem of haar.

Zowel de overtreding als de geheime dienst worden Breach genoemd (breuk, schending) en de tweelingsteden heten Beszel en Ul Qoma. Ze spelen de hoofdrol in de eerder dit jaar verschenen roman The City and the City van China Miéville, een Britse schrijver van voornamelijk sciencefiction en fantasy.

Het hele idee van die dubbele stad met zijn Oostbloksfeer is zo’n mooie mindfuck dat dat is wat je bijblijft van het boek (het detectiveverhaal waaromheen Miéville de steden optrekt, ben je snel vergeten).

Het mooie is dat je je gemakkelijk kunt voorstellen dat zulke tweelingsteden echt bestaan. Dat mensen zo kunnen leven. We zijn er gek genoeg voor.

In het boek komt een dubbelstedencongres voor waaraan behalve Beszel-Ul Qoma ook Jeruzalem en het oude Berlijn deelnemen – en elke stad vindt zichzelf daar eigenlijk het buitenbeentje. Of neem een universiteitsstad waar studenten en overige burgers op verschillende tijden verschillende levens leiden, vrijwel zonder elkaar te ontmoeten.

Na The City and the City blijf je je nog weken afvragen in welke parallelle werelden je zelf misschien leeft.

Ellen de bruin