Slapend rijk door goud

India ruilt dollars voor goud bij het IMF. Het is een motie van wantrouwen aan de Amerikaanse munt.

En het land hoopt met het spekken van de kas van het fonds op een statusverhoging.

Nergens ter wereld dragen vrouwen zoveel gouden sieraden als in India, nergens ook potten gezinnen zo veel goud op als daar. Door de sterk stijgende goudprijzen op de wereldmarkt worden ze slapend rijk. Goud is nu zo duur, gisteren in New York zelfs op het record van 1.134 dollar per troy ounce (31,1035 gram), dat de vraag wegebt. Veel klanten zouden zich naar de juwelierswinkels haasten om hun bezit te gelde te maken. Maar goud- en juwelenhandelaar Rajinder Chauhan in New Delhi schetst een ander beeld. „Er zijn nog steeds veel meer kopers dan verkopers”, zegt hij.

Ook de verkoopster in een luxe juwelierszaak van twee verdiepingen, in de wijk Karol Bagh zegt weinig te merken van afnemende kooplust. Tijdens de afgelopen Diwali, het Indiase lichtjesfeest, werden als vanouds goede zaken gedaan. Er doen zich schommelingen voor, maar „de laatste vijf jaar wordt er steeds meer verkocht, ook al zijn de prijzen gestegen.”

Volgens cijfers van de World Gold Council werd vorig jaar in India ruim 700 ton aan goud verhandeld, bijna een kwart van het wereldtotaal. Dit jaar zou de Indiase handel lager uitkomen. Maar juwelier Chauhan (52) maakt zich geen zorgen. „Wat anders dan goud geeft zoveel zekerheid in India?”, vertelt hij. Bovendien: „De zwarte economie is de enige economie in India.” Nu de overheid steeds strenger toeziet op geldtransacties kun je maar beter goud achter de hand hebben, zegt hij.

Op het platteland biedt goud nog steeds de beste zekerheid voor slechte tijden. Als ze het zich kunnen veroorloven, smukken ouders hun dochter op met goud als ze gaat trouwen. Dat blijft tenminste haar hele leven lang haar eigendom. Maar in de stad zijn de zeden gewijzigd, zegt de verkoopster in de luxe juwelierszaak. De nieuwe rijken gebruiken goud vooral om te laten zien hoe goed ze het hebben. „Het gaat meer om status dan om een appeltje voor de dorst.”

Vorige week kwam het Internationale Monetaire Fonds (IMF) met opvallend nieuws: het had in de tweede helft van oktober voor 6,7 miljard dollar aan goud verkócht aan de RBI, de centrale bank van India (200 ton). India heeft, net als China, niet meer zo’n groot vertrouwen in de Amerikaanse dollar. Het gebruikt het goud van het IMF om een betere spreiding van zijn portefeuille aan buitenlandse reserves (overwegend waardepapieren in dollars, euro’s en andere valuta) te verkrijgen.

De Indiase goudvoorraad maakt nu ongeveer 6 procent uit van zijn buitenlandse reserves (van in totaal 281 miljard dollar). Dat is miniem vergeleken bij het Nederlandse goudaandeel van bijna 60 procent in zijn buitenlandse reserves.

De transactie draagt bij aan de huidige goudkoorts. Maar de grote symbolische betekenis ervan ligt in 1991, toen India in een acute financiële crisis raakte en er in het geheim 47 ton goud werd overgevlogen naar Londen. Door er ‘tijdelijk’ afstand van te doen, werd een definitief bankroet voorkomen. Dat was een vernederende stap, herinneren veel Indiërs zich, onontkoombaar om het land te redden van de ondergang. Maar het was ook de perfecte aanleiding om, met de rug tegen de muur, structurele veranderingen tot stand te brengen in de stroperige democratie die India is.

Manmohan Singh, destijds minister van Financiën, nu premier, voerde hervormingen door die ten grondslag liggen aan ’s lands huidige hoge economische groei.

Zo bezien is met de recente goudtransactie met het IMF een historische mijlpaal bereikt. Maar op het ministerie van Financiën werd geen feestje gevierd toen het nieuws over de goudaankopen wereldkundig werd gemaakt. „India heeft wel andere dingen om trots op te zijn dan het kopen van goud”, zegt een hoge ambtenaar, die de symboliek van de stap onderkent maar de verdere emotionele betekenis ervan relativeert. Er zijn meer landen die hun deviezenportefeuille spreiden, wil hij maar zeggen.

Het succes van Singhs hervormingen zal voor de regering geen reden zijn om tevreden achterover te leunen. Ingrijpende saneringen en liberaliseringen zijn nodig, schrijft bijvoorbeeld de gezaghebbende Business Standard, om de Indiase economie verder op weg te helpen de groeiende ambities van zijn bevolking te vervullen. En dringender is de noodzaak de welvaart gelijkmatiger te verdelen, te investeren in infrastructuur en in goed onderwijs en gezondheidszorg voor iedereen.

Wie kijkt naar de vorderingen op dat gebied begrijpt dat er nog niet zo heel veel valt te vieren. Twee maanden geleden kreeg India nog een ‘zachte’ lening van de Wereldbank (ruim 4,3 miljard dollar) voor infrastructurele projecten.

De stijging van de goudprijs weerspiegelt de daling van de status van de dollar. De afgelopen twaalf maanden werd goud ruim 50 procent duurder. De stap van de Indiase centrale bank, en ook eerdere Chinese goudaankopen op de vrije markt, dragen bij aan de verdere ondermijning van de positie van de dollar op de wereldmarkt. Maar de bank zelf wil op dat aspect niet ingaan. Ze wil er niet meer over verklaren dan dat de maatregel past in haar „managementoperaties” voor verstandig beheer van de buitenlandse reserves.

Net als andere opkomende economieën wil India meer invloed binnen internationale instellingen zoals het IMF. Dat het land zich nu opwerpt als koper van goud en daarmee de kas van het IMF met dollars spekt, is een mooi argument om zijn eis tot statusverhoging kracht bij te zetten. Dat is natuurlijk niet de reden voor de goudaankoop, maar het kan inderdaad „een bijkomende overweging” zijn geweest, beaamt de topambtenaar van Financiën voorzichtig.

Ook de econoom Bibek Debroy van het Centre for Policy Research and International Management Institute in Delhi, een onafhankelijke onderzoeksinstelling, noemt het „aannemelijk” dat India via die lijn denkt, in het licht van de discussie over hervorming van het internationale financiële stelsel en met de herziening van de landenquota binnen het IMF voor de deur. India is al jarenlang nettocontribuant aan het IMF en het wil dus meer zeggenschap, zegt hij.