Realisme wint van Limburgs sentiment

Océ-medewerkers zagen de bui al hangen en reageren positief op de overname door Canon. Wel vinden ze het jammer dat de Limburgse printerfabrikant niet zelfstandig kan blijven.

Het had een stuk slechter kunnen uitpakken. Dat zeggen de Océ-medewerkers die zich vanmorgen, de dag na het nieuws van het Canon-bod, weer naar hun werk begaven. Gisterochtend werden ze verrast met een live video-uitzending van bestuursvoorzitter Rokus van Iperen, die zijn personeel uitlegde dat Océ volgend jaar bezit is van de Japanse printerfabrikant Canon.

„Canon is een mooi bedrijf, goed complementair aan Océ”, zegt Herman Lemmen, 28 jaar in dienst bij het Venlose bedrijf. Lemmen is technisch engineer op de researchafdeling, het hart van Océ. Hier wordt de geavanceerde printtechniek ontwikkeld, met name voor grootformaat- en hoogvolumeprinters. De kennis en kunde van de techneuten aan de Venlose Sint Urbanusweg waren voor Canon reden om een bod van 730 miljoen euro (inclusief 1,5 miljard schuld) op Océ uit te brengen.

Afgelopen september kreeg Océ nog 18 miljoen euro overheidssteun voor onderzoeksproject Printvalley om de researchafdeling door de crisis te helpen. „Het was ook wel nodig dat er iets gebeurde”, zegt Lemmen. „De laatste jaren werden, ook bij research, de budgetten steeds dunner en zag ik collega’s wegvallen die niet meer vervangen werden. Ik denk dat Canon met zijn technologische achtergrond een goede partner is. Zeker als je het aantal octrooien ziet wat ze hebben. Dat is voor iemand met een technische achtergrond het walhalla.”

Veel Océ-medewerkers in Venlo worden desgevraagd niet warm of koud van de gedachte dat ze over een half jaar een Japans moederbedrijf boven zich zullen hebben. Ze vertrouwen erop dat Canon het bedrijf koopt voor de technische expertise, niet om de printerfabrikant met reorganisaties verder uit te kleden. Océ zal als zelfstandige divisie zijn eigen koers kunnen blijven varen, is de belofte.

De overname verbaast Kees Klarenbeek in ieder geval niet. Een internationaal moederbedrijf past bij het karakter dat Océ nu al heeft, zegt de IT-deskundige, die nu 4,5 jaar gedetacheerd is in Venlo. Van de afgelopen reeks reorganisaties merkte hij weinig – „sommige afdelingen draaien nog erg goed, hoor” – maar wel werden door bezuinigingen enkele IT-projecten afgeblazen.

Vandaag hield bestuursvoorzitter Van Iperen opnieuw speeches voor het Venlose personeel om vragen te beantwoorden. En die zijn er genoeg: het is nog niet duidelijk wat er met de organisatie in Azië gaat gebeuren en of de innige samenwerking met Konica-Minolta kan blijven bestaan. Bovendien heeft Océ ook producten in ontwikkeling die wel overlappen met Canons activiteiten.

De ondernemingsraad stelt zich daarom neutraal op ten opzichte van de overnameplannen. OR-voorzitter Herman van de Beek vindt dat het veel erger had kunnen zijn. „Bij een gedeeltelijke overname zouden er andere onderdelen afgestoten en gesaneerd moet worden. Canon is bovendien een rijke partij, we hadden ook gekocht kunnen worden door een bedrijf dat ons weer volstopt met schulden.” In feite schetst Van de Beek het scenario dat zich voltrekt bij NXP, de chipfabrikant uit Eindhoven die al diverse divisies heeft moeten afstoten.

Emotionele reacties zijn er ook, vooral van mensen die al tientallen jaren voor het bedrijf werken, zegt Van de Beek. „Als je hier een jaar of 40 hebt gewerkt, is het vervelend te weten dat het bedrijf straks niet meer Limburgs is.”

Ook al heeft Océ vestigingen in 32 landen, het bedrijf is na 130 jaar nog steeds verweven met Venlo, zegt Gerardine Schreurs. Zij ontvangt klanten in het Océ-hoofdkantoor en schakelt moeiteloos heen en weer tussen Limburgs en Nederlands als ze haar collega’s spreekt. „Het is ons kent ons hier. Veel families werken hier al generaties lang.”

Océ maakt zelf ook graag gewag van zijn Limburgse verleden. Medewerkers prijzen de Limburgse manier van werken, „hoewel het er tegenwoordig wel een stuk professioneler aan toe gaat”, zegt een van de Océ-techneuten. Het 132 jaar oude bedrijf vernoemde vorig jaar nog een straat naar oprichter Lodewijk van der Grinten. En afgelopen voorjaar, bij een bezoek aan Japan, werd een nazaat van Van der Grinten van stal gehaald om te vertellen over de ondernemingszin van de oprichter.

De nostalgische gevoelens zijn wederzijds, hier in Venlo. Plaatselijke politici klagen „dat Limburg verkocht wordt” en dagblad De Limburger opent vandaag met een zwart-wit foto van het oude Océ-laboratorium. Maar de oude chemiefabriek van Van der Grinten is al lang verdwenen. Het enorme bedrijvencomplex van Océ zit gewoon op een praktische plek, pal langs de A67, afslag Velden.