Pensioencrisis nog niet voorbij

Het ABP gaat de pensioenen gedeeltelijk indexeren. Een stap die waarschijnlijk navolging krijgt. Maar zo snel als in 2003 zal het herstel dit keer niet gaan.

Het was een crisis zonder weerga, maar het is een herstel met historie.

De financiële crisis van 2008/2009 stortte de Nederlandse pensioenwereld in een drama. Niet eerder werd voor het grote publiek zo duidelijk dat de waarde van pensioenen gekoppeld is aan de koersen van aandelen, effecten met een vaste rente, niet beursgenoteerde bedrijfsparticipaties, grondstoffen en vastgoed.

Meer dan de helft van de ruim 600 pensioenfondsen kampte eerder dit jaar met onvoldoende reserves en moest een herstelplan indienen bij De Nederlandsche Bank. Pensioenen zouden jarenlang bevroren blijven, was de teneur van de plannen. De premies voor werkgevers en werknemers moesten naar nieuwe records verhoogd worden om uit de malaise te komen. En dat in een economische crisis, waarin juist kostenbesparingen bovenaan de bedrijfsagenda staan.

De financiële crisis trof de pensioenwereld dieper dan de beurskrach van 2002/2003 na het internethosanna. Maar het herstel is als twee druppels water. In maart 2003 zakte de financiële positie van de pensioenwereld naar het dieptepunt, daarna volgde een overrompelend beursherstel, net als de afgelopen acht maanden.

Nu straalt het goede nieuws van de financiële markten af. De Dow Jones beursgraadmeter bereikte gisteren zijn hoogste niveau van dit jaar. In het kielzog van de aandelenhausse is de financiële positie van de Nederlandse pensioenwereld formidabel verbeterd. Gistermiddag verraste ABP, het grootste pensioenfonds (leraren en ambtenaren) met een verhoging van de pensioenen. Het is ‘maar’ 0,45 procent, maar toch een meevaller voor de inkomens van ouderen en een stimulans voor het consumentenvertrouwen.

Gezien de beslissing van het ABP-bestuur en de financiële positie van het fonds, zullen meer besturen de komende weken een verhoging aankondigen. De vuistregel voor de financiële positie van een pensioenfonds is de verhouding tussen beleggingen en verplichtingen, de zogeheten dekkingsgraad. ABP had per eind oktober een dekkingsgraad van 105 procent, dat is net genoeg om nu enige prijscompensatie te mogen geven. Het fonds begon het jaar met een dekkingsgraad van 90 procent, kelderde in februari naar 83 procent en won vanaf dat niveau weer 22 procentpunt.

Ook verschillende andere grote pensioenfondsen hebben inmiddels weer een dekkingsgraad boven 105 procent [zie tabel boven].

En er is meer positief nieuws: het feit dat ABP het premiepercentage stabiliseert en de ‘herstelopslag’ ongedaan maakt, is een gunstige bijdrage aan de schatkist. De overheid is de grootste werkgever van Nederland en betaalt de meest pensioenpremies.

Het gunstige nieuws betekent niet dat de pensioencrisis al voorbij is. Financiële markten zijn uit hun aard grillig. Diverse grote pensioenfondsen verkeren, ook na het koersherstel, nog steeds in een fase van financiële uitputting.

Ook het herstel van de hele sector zal nu minder voorspoedig verlopen dan in 2003. De pensioenwereld heeft in de crisis van 2008/2009 zijn aandelenbelangen als percentage van de totale beleggingen aanzienlijk moeten inkrimpen. In 2003 was er nog voldoende vermogen om de aandelenbeleggingen op peil te houden en dankzij de beleggingswinsten rap uit de sores te komen. Dat zal nu niet zo zijn.

Daarmee verschuift de aandacht naar de langere termijn. De pensioencrisis van 2002/2003 was aanleiding tot versobering van pensioenen (gemiddeld loon werd ijkpunt voor de uitkering, niet meer het laatste loon). Welke gevolgen moeten de pensioencrisis van 2008/2009 en de vergrijzing hebben voor het beleid van de pensioenfondsen?

Minister Donner (Sociale Zaken, CDA) heeft twee studiecommissies aan het werk gezet. Een onderzoekt het gevoerde beleggingsbeleid. De andere commissie bekijkt de toekomst van het Nederlandse pensioenstelsel.

Donner moet tevens oplossingen zien te vinden voor de rol van de gepensioneerden en van de FNV. De ouderen willen zeggenschap in de grote pensioenfondsen. Maar de coalitiepartijen voelen daar nog steeds niets voor.

De FNV verzet zich tegen verhoging van de AOW-leeftijd, maar beslist met de werkgevers over pensioenonderwerpen. Een herijking van pensioenen is niet mogelijk zonder de FNV.