Leraar onder curatele

De Onderwijsraad, het onafhankelijk orgaan dat regering en Tweede Kamer bijstaat met aanbevelingen voor onderwijsbeleid, noemde zijn nieuwste advies: ‘Naar Doelmatiger Onderwijs’. Dit advies gaat ervan uit dat het onderwijzend personeel enthousiast is, hard werkt en het beste met de leerlingen voorheeft, maar dat het geen idee heeft wat al die goeie wil kost. Dat moet anders, waarschuwt het advies, met meer ‘doelmatigheidsbesef’ van de leerkrachten. Al die vrouwen en mannen moeten blijven ijveren voor „een verhoging van onderwijskwaliteit”, maar wel „zonder inzet van extra middelen”.

Met ‘doelmatiger’ bedoelt de Onderwijsraad dus niet ‘effectiever’ maar ‘zuiniger’. Daarmee helpt hij minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) vast een handje, nu deze heeft aangekondigd dat het onderwijs niet bij voorbaat kan worden uitgesloten van de aanstaande bezuinigingen. Besparingen in het onderwijs zijn zo ingewikkeld niet, suggereert de Onderwijsraad, en de raad ontvouwt een stel hervormingen op de werkvloer, bij het onderwijzend personeel.

De raad doet mysterieuze aanbevelingen, zoals onderlinge samenwerking voor „projecten op verschillende locaties […], waarbij in elk project een ander aangrijpingspunt centraal staat”. De raad bepleit ook om soms het aantal leerlingen per klas te vergroten tot 50 à 75, begeleid door meer leraren tegelijk, spottend met de algemeen geaccepteerde gedachte dat leerlingen beter gedijen in een kleinere klas, en leraren ook.

Maar vooral valt op hoe de Onderwijsraad de leraren over de hele linie wil onderwerpen aan intensieve controle.

Leraren moeten hun uren gaan bijhouden, ook al zijn ze, zo stookt het advies, „moeilijk te motiveren om zich te verantwoorden over tijdsbesteding” . Ze moeten zich onderwerpen aan beoordeling door collega’s. Dat zoiets op verschillende hogescholen al een onverantwoordelijk giftige sfeer veroorzaakte, telt niet.

Ze moeten verder beoordeeld worden via „tevredenheidsenquêtes” onder hun leerlingen. Dat leerlingen, die zich nu al vaak als ontevreden klanten gedragen, dan reden hebben om zich op te stellen als werkgevers, is niet voorzien. Dat leraren erg kwetsbaar dreigen te worden, zo niet chantabel, doet er kennelijk niet toe.

Het advies joeg de Algemene Onderwijsbond in de hoogste boom, CNV Onderwijs klom erbij. Dat was te verwachten. Dit advies stampt organisatiestructuren de grond in door ze clichématig af te doen als heilige huisjes waar we nu maar eens vanaf moeten. Maar die huisjes zijn niet zomaar heilig, ze bevorderen het onderwijs. En geen advies zal daar iets aan veranderen.

Een goed advies provoceert soms. Het neemt de vrijheid om te wijzen op onverwachte wegen, het zet aan het denken. Hoont het de praktijk van de betrokkenen, dan leidt het nergens toe. Een goed advies is geen boobytrap. Die maakt herrie en ontploft. Zit het tegen, dan maakt hij wat slachtoffers. Verder is iedereen ’m zo vergeten.