'Hoe meer ogen, hoe verwarrender'

De schilderijen van Vittorio Roerade zijn bekend. Maar tegenwoordig maakt hij ook gedetailleerde beelden van dieren en aangroeisels. Ze zijn te zien bij Majke Hüsstege in Den Bosch.

In zijn atelier lopen paadjes als op de rommelmarkt tussen de spulletjes door. Flessen, schetsen, kwasten, schilderijen, de vloer is ermee bezaaid. Op een smoezelige tafel ligt een stapel met zwarte kraaienkoppen en andere voorwerpen van was, zoals een 30 centimeter hoog torso waar hij net het hoofd van een hermelijn op heeft gezet.

Vittorio Roerade (47) heeft zijn atelier op de vierde etage van een voormalig PTT-gebouw in Den Haag. Voor een raam met uitzicht over de stad staan op een uitpuilende kast een opgezette vos, een aapje, een meeuw en nog wat vogels. Op de vloer hangen een kraai en ekster met hun kop in bakjes kunststof. „Ik heb laatst een partij opgezette dieren gekocht. Van een oude school bij Putten die zijn collectie wegdeed.”

Hij gebruikt de dieren om er gedetailleerde beelden van te maken. Hij maakt eerst een mal van kunststof, zoals bij de kraai en de ekster, en giet daar was in. Met die afgietsels boetseert en combineert hij. Hij smeert paddenstoelen, hazelnootjes en plastic poppetjes in met zwarte was, en plakt ze aan de beelden vast. „Ik ben nu een paar jaar bezig heb al een hele voorraad ruw materiaal.” Als een beeld af is, brengt hij het naar de gieterij, die het in brons giet.

Dit voorjaar liet Roerade op Art Rotterdam voor het eerst die beelden zien. Als schilder is hij al twintig jaar bezig en had hij onder meer een solotentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum. Tien van zijn beelden en een dertigtal recente schilderijen exposeert hij nu bij galerie Majke Hüsstege in Den Bosch.

Het is herfst in de wereld van Vittorio Roerade. De bomen op zijn schilderijen zijn kaal en grijzen en bruinen overheersen in subtiele schakeringen. De dieren en andere wezens die zijn schilderijen bevolken zijn somber. Door Roerade’s opvallende techniek presenteren de schilderijen zich als een eenheid. Hij gebruikt olieverf en glanzende epoxy en verwerkt daar van alles in: mensenhaar, woldraadjes, glitterpoeder. Veel vormen keren terug, zoals paddenstoelen en elfenbankjes, en op veel schilderijen plakt hij speelgoedoogjes. Overal word je gevolgd door die zwart-witte kraaloogjes. „Je kijkt in ogen en ogen kijken je aan. Die ambivalentie vind ik interessant. Hoe meer ogen, hoe verwarrender.”

Een deel van de schilderijen kun je het best omschrijving als portretten van amoebe-achtige wezens. Andere schilderijen zijn landschapachtig, met een horizon en een voor- en achtergrond. Of hij zoomt in op een fragment van zo’n wereld. Bijna altijd staan er beren, vogels of apen of andere wezens op die als versteend afwachten terwijl om hen heen zich iets catastrofaals afspeelt. Dat gevoel roept het op.

Dat er iets mis is, blijkt ook uit zijn bronzen en verchroomde beelden. Vaak zijn het torso’s waarop kleinere lichamen ontspruiten en waaruit, als bij fractals, nog weer kleinere groeien. En slakjes, apen, kikkers, enzovoort. Je blijft kijken naar de details. Het is alsof je zo’n hellewereld van Jeroen Bosch bestudeert.

„Dat fractale zit overal in de natuur en ook in ons lijf”, zegt Roerade. „In het menselijk groeiproces van zaadje naar baby zit een fase dat we net een champignon zijn.” Door op iemands hoofd een champignon te verven, of ze nadrukkelijk aan een boom te hangen, verwijst hij naar die eenheid in de natuur. Hij leest daarover in wetenschappelijke boeken. Zijn favorieten zijn Deep simplicity van John Gribbin en Web of life van Fritjof Capra. „Ik wil weten wat er speelt in de wereld, en een vormgever van het nu zijn.”

Op een groot schilderij in Den Bosch kringelt een DNA-streng voor een landschap met paddenstoelen en een ster van lichtstralen. Ook die DNA-streng verwijst naar het idee dat alles één is. Net als de plukjes wol of afgeknipte haren die Roerade in andere werken stopt en volgens hem uitdrukkingen zijn van de verbondenheid van alles. „Maar op een ander niveau zijn zulke materiaalcombinaties gewoon klassiek schilderkunstig. Ze pakken allemaal op een andere manier het licht.”

Vroeger ging hij helemaal op in de actie van het schilderen. „Het was gewoon te lekker, het maakte de kloof tussen wat in mijn hoofd zat en wat er uit kwam te groot.” Halverwege de jaren negentig gooide hij het roer om en stopte met de rauwe, Francis Baconachtige portretten van vette verf. Zijn werk werd gladder en opener en aantrekkelijker voor de kijker. „Maar het mag niet te illustratief of vertellerig worden. Het gaat om de beelden en de associaties die ze bij een ander oproepen. Dat is de ontzagwekkende kracht van kunst.”

Zijn landschappen met vreemde bomen en uitgroeisels roepen iets onbestemd dreigends op, maar niet onprettig. De zwijgzaam kijkende wezentjes versterken het gevoel van surreële vervreemding. Al vertederen ze ook. „Ik zie de wereld gewoon zo, met al het absurde en de aandoenlijkheid van wat we met zijn allen doen.”

Expositie tot en met 6/12 galerie Majke Hüsstege, Verwerstraat 28, Den Bosch. Inl: majkehusstege.nl vittorioroerade.com