Het is thuis een stuk gezelliger met een gezamenlijke rekening

De meeste samenwonende stellen hebben een eigen én een gezamenlijke rekening.

Dat blijkt de verstandigste manier om conflicten over geldzaken te voorkomen.

Dertig jaar geleden kreeg het Nationaal Instituut Budgetvoorlichting (Nibud) voornamelijk vragen van mannen over hoeveel huishoudgeld zij maandelijks aan hun vrouw moesten geven. De man verdiende het geld en regelde alle betalingen verder zelf.

Het dominantiemodel noemden onderzoekers Fred van Raaij en Gerrit Antonides dat vijftien jaar geleden, toen zij onderzochten hoe partners over geld onderhandelen. Sindsdien is er veel veranderd; vrouwen werken ook, de uitgaven zijn gestegen, complexer geworden en geld is verworden tot twistpunt nummer één binnen relaties. Volgens een onderzoek van het Nibud (Geld en Relatie, 2007) heeft meer dan de helft van de stellen soms tot vaak ruzie over geld.

Het dominantiemodel heeft nu plaatsgemaakt voor het autonome en het syncratische model. Partners die alleen samen komen voor financieel overleg bij grote aankopen en verder vooral zelfstandig beslissen over hun eigen geld passen in het autonome model. In het syncratisch model overleggen partners constant over de financiële koers binnen de relatie.

Antonides, hoogleraar economie: „Dat zie je vooral bij stellen die net zijn gaan samenwonen, zij hebben veel overleg nodig om samen tot een besluit te komen.” Het huishoudgeld uit het dominantiemodel bestaat ook nog wel, zegt Antonides. „Dat zie je vaker terug bij de lagere sociale klassen, en bij eerste generatie allochtonen. Waarbij het niet per se de man is die het geld beheert. Je ziet ook dat de werkende man zijn salaris inlevert bij zijn vrouw en zakgeld krijgt.”

Hoe al die modellen er in de praktijk uitzien, heeft het Nibud ook onderzocht. De meeste stellen, 40 procent, kiezen voor een gezamenlijke rekening in combinatie met een privérekening voor elke partner. Vooral partners met een samenlevingscontract en gehuwden op huwelijkse voorwaarden kiezen voor deze vorm.

Ongeveer eenderde van de stellen kiest voor alleen een gezamenlijke rekening. Lageropgeleiden doen dat aanzienlijk vaker dan hogeropgeleiden (45 procent tegen 21 procent). En 25 procent heeft alleen een privérekening. Deze twee laatste modellen, zegt socioloog Joke de Walle, auteur van Gedoe om geld leiden in de praktijk tot de meeste conflicten. „Alleen een gezamenlijke rekening is niet zo overzichtelijk”, zegt De Walle, „vooral als allebei de partners hun gang gaan. De opmerking: ‘goh wat staat er opeens weinig op de rekening’ is dan snel gemaakt. Als je ernaast ook een privérekening hebt, weet je beter hoeveel je je kunt permitteren.”

En dan de hamvraag: als de gezamenlijke financiën tot onmin kunnen leiden bij zoveel stellen, wat is dan het geldmodel dat volgens experts tot het minste ruzie leidt? „Voor ons Nederlanders”, zegt hoogleraar Antonides, „is dat denk ik het syncratisch model. Zoveel mogelijk overleg tussen beide partners.”

En het liefst worden de financiën van het huishouden door beiden beheerd. „Bij de meeste stellen is dat niet het geval, de taak wordt in 47 procent van de gevallen vooral door de vrouw gedaan en bij 41 procent voornamelijk door de man. Bij 12 procent van de stellen houden beiden zich evenveel bezig met geldbeheer.”

Erica Verdegaal, econoom en NRC-columnist, heeft ook een voorkeur: „Het beste model voor de meeste mensen is een gezamenlijke huishoudrekening met daarnaast allebei een eigen rekening. Die huishoudrekening kun je vervolgens op twee manieren vullen. Je kunt allebei bijdragen naar rato van je verdiende inkomen. Dat is vaak het handigste als je allebei ongeveer evenveel verdient.” Je kunt ook allebei evenveel overhouden, zegt Verdegaal. „Je stort dan elke maand beiden al je inkomen, minus bijvoorbeeld een paar honderd euro, op de huishoudrekening. Dat is veel handiger en eerlijker als de een veel werkt en de ander veel thuis doet.”

Ook Joke de Walle denkt dat dit model garant staat voor de minste conflicten. Dit is, zegt ze, ook het model waar het meest voor wordt gekozen als beide partners werken. De Walle: „En ik zou erbij aanraden ook een gezamenlijke spaarrekening te nemen, voor de grote uitgaven.”

Welke vorm werkt voor jou? Discussieer mee op nrcnext.nl