De beklaagdenbank blijft weer leeg

Door mogelijke fouten van justitie gaan bij twee mensenhandelzaken de verdachten vrijuit. Er komt wel een nieuwe strafzaak, maar dan kunnen de verdachten gevlogen zijn.

Spookzittingen worden het. Strafzaken zonder verdachten die – ondanks de ernstige verdenking van betrokkenheid bij mensenhandel – hooguit bij verstek veroordeeld zullen worden. Nu de rechtbanken in Den Bosch en Alkmaar het Openbaar Ministerie (OM) tot twee keer toe niet ontvankelijk hebben verklaard, blijven in hoger beroep strafzaken over die gaan over vermeende blunders en fouten van justitie. De verdachten zelf zijn op vrije voeten en zullen hooguit bij verstek worden veroordeeld.

Afgelopen juli oordeelde de rechtbank in Den Bosch dat het OM in een strafzaak met de codenaam ‘Raptus’ zoveel blunders had begaan dat het recht op vervolging verspeeld was. De rechtbank zag zichzelf in een positie geplaatst waarin „aan haar integriteit getwijfeld kon worden”. De elf verdachten van ernstige delicten als mensensmokkel, moord, mishandeling, afpersing en drugshandel gingen vrijuit.

Het OM tekende hoger beroep aan, maar dat hebben de verdachten niet afgewacht. De rechtzaal was in september dan ook toneel van een spookzitting. De rechters, advocaten en officieren van justitie waren aanwezig, de hoofdrolspelers ontbraken.

De zogeheten Sierra-zaak, die speelde voor de rechtbank in Alkmaar, biedt in hoger beroep waarschijnlijk hetzelfde schouwspel. Vijf verdachten – vier Bulgaren en een Nederlander – stonden daar sinds vorig jaar november terecht voor vrouwenhandel, gedwongen prostitutie, mishandeling en verkrachting. De kans dat zij na een eventuele veroordeling hun straf ook uitzitten, is ook minimaal. De rechtbank had hen al eerder op vrije voeten gesteld. Het hoger beroep dat het OM instelde, brengt daar geen verandering in.

Zowel in Den Bosch als in Alkmaar gaan de beroepsprocedures vooral over de veronderstelde fouten van het Openbaar Ministerie. Voor de verdachten kunnen later nog veroordelingen volgen, maar dat zal bij verstek zijn.

In beide zaken speelt de vraag of het OM belangrijke dossierstukken heeft achtergehouden voor de verdediging en de rechtbank. In de Raptus-zaak ging het met name om een intern ambtsbericht over een belangrijke (beschermde) getuige, over zijn vreemdelingenrechtelijke status en de verklaringen die hij zou hebben afgelegd. De behandelend officier van justitie had dat ambtsbericht weliswaar aan de rechtbank verstrekt, maar vlak daarna gevraagd het te vernietigen en de inhoud ervan uit het strafdossier te houden. Volgens de verdediging ontbraken verder veel telefoontap- en observatieverslagen. Daardoor kon de rechtmatigheid van het onderzoek niet worden getoetst.

In de Alkmaarse Sierra-zaak speelde hetzelfde. Minstens drie ordners vol tapgesprekken ontbraken aan het strafdossier. Niet relevant voor deze zaak, was het verweer van de officier van justitie. „Op uw vraag of ik weiger deze nadere stukken over te leggen, is het antwoord ‘ja’. Ik kan niet aan het verzoek voldoen”, was het antwoord aan de rechter. Waarop de de rechtbank opdracht gaf „alle stukken die betrekking hebben op het onderzoek-Sierra” aan het dossier toe te voegen.

Justitie houdt dus bewust stukken achter, oordeelde de rechtbank vervolgens in het vonnis. „Door de handelwijze van de officier van justitie is niet alleen de verdachte in zijn belangen geschaad, maar bovendien de rechtbank misleid”. In Alkmaar kondigde justitie gisteren meteen hoger beroep aan.

In de Raptus-zaak buigt het gerechtshof in Den Bosch zich over de vraag of de rechtbank het Openbaar Ministerie zo zwaar mocht afstraffen. Het pleidooi van de verdediging om op het beroep meteen niet-ontvankelijk te verklaren, wees het hof deze maand af. Het hof wil eerst zelf onderzoek doen naar bijvoorbeeld het achterhouden van tapgesprekken.

Pikant is de vraag of de rechters die de zaak in eerste aanleg hebben behandeld, nu als getuige worden opgeroepen. Daarover beslist het hof begin volgend jaar bij voortzetting van de zaak. Dat kan dan een zeldzaam tafereel opleveren, als de rechters zelf voor het hekje staan. Maar de verdachten zullen wel niet komen kijken.