Crisisakkoord kende 'heel rare procedure'

Het crisisakkoord dat binnen de regeringscoalitie in maart is overeengekomen, is „heel raar” tot stand gekomen. „Zelfs de vakbeweging speelde een belangrijker rol dan een groot deel van de volksvertegenwoordiging.”

Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet zegt dat in het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2009 dat vanmiddag zou worden gepresenteerd. De gevolgde procedure valt volgens haar niet aan burgers uit te leggen en is slecht geweest voor het aanzien van de politiek. Bij de onderhandelingen over het crisispakket waren alleen de premier, de twee vicepremiers, minister Donner (Sociale Zaken, CDA) en de fractievoorzitters van CDA, PvdA en ChristenUnie betrokken. Wekenlang stond het parlement buitenspel. „Bij een grote economische crisis is het noodzakelijk om het zo breed mogelijk aan te pakken, waarmee ik bedoel dat de gehéle Tweede Kamer erbij betrokken moet worden. (...) Daar zat een cruciale fout: dat een deel van de Kamer, de oppositie, geen enkele inbreng heeft kunnen hebben.” Verbeet is jaloers op de wijze waarop in de Verenigde Staten parlementariërs meteen hearings organiseerden en zelfstandig feiten verzamelden over de crisis. Inmiddels is wel een parlementair onderzoek gestart.

Ze zegt het ook vreemd te hebben gevonden dat slechts een paar ministers meededen met de onderhandelingen. „Wat denk je van Verhagen? Die zal wel tandenknarsend hebben zitten kijken.”