Australische excuses

Van naastenliefde was geen sprake in de kindertehuizen met de bijbelse naam Nazareth House. De kinderen die hier waren ondergebracht, omdat ze wees waren of omdat hun ouders asociaal zouden zijn, werden in de Nazareth House of vergelijkbare onderkomens in Australië van vroeg tot laat gemaltraiteerd. Als ze al eens een cadeautje kregen, zelfs met Kerstmis, dan moesten ze dat inleveren. Had een kind in zijn bed geplast, dan werd zijn neus tot bloedens toe in het natte laken gewreven.

Bij dit soort mishandeling bleef het niet. Opgesloten worden onder de trap en daar voedsel toegeworpen krijgen als een beest in de dierentuin, voor straf in een teil met kokend water staan en, het laat zich helaas raden, seksueel misbruik: het was het repertoire in de kindertehuizen, of ze nu van de Staat waren, van het Leger des Heils of de katholieke kerk.

Deze praktijken, waarvan een half miljoen kinderen de dupe zijn geworden, gingen tot in de jaren zestig door. Ook de Britse regering gebruikte Australië als dumpplaats voor kinderen die door de kinderbescherming waren weggehaald.

Gisteren hebben de sociaal-democratische premier Rudd én de liberale oppositieleider Turnbull hun excuses aan deze ‘vergeten Australiërs’ aangeboden. „We kijken beschaamd terug hoe zij die macht hadden, misbruik konden maken van hen die dat niet hadden”, aldus Rudd. Oppositieleider Turnbull oversteeg de doordeweekse politieke tegenspraak door te erkennen dat de slachtoffers geen schuld dragen aan het getroebleerde leven dat ze zelf na het tehuis hebben geleid. Zijn voorganger kon die grootsheid niet opbrengen in februari 2008, toen Rudd zich namens de natie verontschuldigde jegens de inheemse Aboriginals.

Een „keerpunt in de geschiedenis”, zei Rudd. „Vanaf vandaag ga ik een normaal leven leiden”, aldus een slachtoffer.

Beiden waren oprecht. De plechtigheid in het Australische parlement was geen theater. Het zal ongetwijfeld niet blijven bij het ‘sorry’ van gisteren. De gevolgen van het wangedrag jegens de inheemse bevolking en de kinderen beperken zich nu eenmaal niet tot één generatie. Materiële compensatie, in vorm van collectief beleid voor de groep of van individuele schadevergoeding, zal nog aan de orde komen. Daarbij gaat het niet alleen om geld. Een dergelijk stoffelijk blijk van excuus heeft ook psychologische betekenis. Dat is bijvoorbeeld gebleken in Rusland waar president Jeltsin in de jaren negentig de slachtoffers van het stalinisme de kans bood om onder speciale voorwaarden een woning te kopen.

Maar geld is niet het eerste waar slachtoffers die niet direct zijn bestolen door een regering of bezetter, aan denken. Welgemeende erkenning van hun lot en de serieuze intentie om de gevolgen daarvan te verzachten, wegen zwaarder.

De stap die gisteren in Australië is gezet, is daarvan een voorbeeld. Ook Nederland, dat het eigen koloniale verleden in bijvoorbeeld Indië hooguit definieert als „de verkeerde kant van de geschiedenis”, zou zich daardoor kunnen laten inspireren bij de beoordeling van de ‘politionele acties’.