Zwaluwen in economie

Een jaar geleden voorspelde de econoom Michael Mussa van het Peterson Institute for International Economics in Washington dat de recessie in de VS uiterlijk in het derde kwartaal van 2009 voorbij zou zijn. De econoom zat er niet ver naast. Deze herfst is de Amerikaanse economie, na twaalf maanden onafgebroken krimp, op kwartaalbasis weer gaan groeien.

Ook in Nederland, waar de bancaire crisis wat later omsloeg in een economische, is de recessie volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) nu formeel voorbij. De 0,4 procent groei van het bruto binnenlands product (bbp) in Nederland steekt bleek af bij de de 3,5 procent in Amerika. Maar het is beter dan niets. En belangrijker is dat deze stijging spoort het met een bredere tendens. In Duitsland en Frankrijk, waar de recessie in het tweede kwartaal al achter de rug was, is het bbp in het derde kwartaal bescheiden blijven groeien.

Maar is daarmee het grootste leed ook geleden? De cijfers achter de cijfers, die het CBS vrijdag naar buiten bracht, schetsen een wat minder rooskleurig beeld. Waar in Amerika en Duitsland het herstel ten dele op conto is te schrijven van de auto-industrie, die profiteert van sloopregelingen, is de 0,4 procent in Nederland is grotendeels te danken aan de rol van de overheid. Met name in de zorg dijt de collectieve sector uit.

De export, waar Nederland het van moet hebben, daalt met 8,1 procent minder scherp dan de 12 procent eerder dit jaar. Groeiende landbouwproductie en vooral een herstel in de chemie en metaal dragen daaraan bij.

Op andere terreinen wijzen de cijfers nog steeds naar beneden. De consumenten blijven minder spenderen dan voorheen, wat in de zijlijn wel weer een positief effect heeft op de uitstoot van CO2 omdat er minder met het vliegtuig wordt gereisd. Het meest omineus zijn echter de cijfers die op langere termijn effect hebben. De investeringen dalen met 14,4 procent scherper dan voor de zomer, hetgeen zich onder meer uit in een krimpende bouwproductie. En de werkgelegenheid begint nu ook zichtbaar af te nemen.

De statistieken uit Amerika, Duitsland, Frankrijk en Nederland geven geen antwoord op de prangende vraag of de economische crisis de vorm aanneemt van een V, een W of een U. In de eerste variant gaat de weg weer omhoog. De W wijst op een tweede klap en de U op stagnatie. President Wellink van De Nederlandsche Bank waarschuwde gisteren in het tv-programma Buitenhof dan ook voor al te veel optimisme.

Intussen is er van energieke internationale coördinatie amper sprake. Economisch beleid is meer en meer nationaal beleid. De twintig grootste industrielanden (G20) besloten vorig weekeinde weliswaar dat het stimuleringsbeleid moet worden voortgezet, maar er is geen gemeenschappelijk idee wat er daarna moet gebeuren met bijvoorbeeld de staatschuld, belastingdruk, rentestanden en wisselkoersen. Zelfs de sanering van de financiële sector verloopt traag. „Het kan een tijd duren om het vertrouwen terug te krijgen”, zei Wellink gisteren.

De zogeheten ‘naschokken’ kunnen dus nog wel eens voor onverwachte en ook onaangename verrassingen zorgen.