Zege op de rest, en op zichzelf

Gewoon lekker schaatsen en genieten van het publiek, had ze zichzelf voorgehouden.

Dat lijkt te werken, want Ireen Wüst won zaterdag de 1.500 meter in Heerenveen.

Glunderend stond Ireen Wüst tussen de Canadese schaatssters Christine Nesbitt en Kristina Groves boven op het erepodium van de 1.500 meter bij de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen. Winst op het koninginnenummer, meer dan twee seconden sneller dan een week eerder in Berlijn: 1.56,69. Na de huldiging vertelde ze in twee woorden haar hele verhaal. „Eindelijk weer.”

Haar laatste wereldbekerzege? Wüst was het haast vergeten. In januari 2008 won ze in het Vikingskipet van Hamar bijna achteloos haar favoriete afstand in 1.54,65, een ruime verbetering van het beroemde baanrecord van Annamarie Thomas. Zoals ze op dat moment al tijdenlang leek te winnen wat ze wilde. Goud bij haar olympische debuut op de drie kilometer in Turijn, wereldkampioene in Thialf (met een baanrecord van 1.54,05 op de 1.500 meter) in 2007, winst op 1.000 en 1.500 meter (1.52,71) bij de WK afstanden 2007, Europese titel in 2008 in Kolomna. Laatste internationale zege in januari 2008? „Dat valt me eigenlijk nog mee”, lachte ze in Thialf, waar ze gisteren als vijfde eindigde op de 1.000 meter. „Maar het was best moeilijk om in de tussenliggende periode het vertrouwen te blijven houden. Dit is een overwinning op mezelf.”

Nadat Wüst (23) in 2008 bij de WK allround in Berlijn verloor van ploeggenote Paulien van Deutekom ging er veel mis. In een meedogenloze zelfanalyse keek ze er voor het begin van dit seizoen in deze krant op terug. Ze was afgevallen van 68 tot 58 kilo bij de WK afstanden in Nagano, had haar zomerbasis gebouwd op een uitgemergeld lichaam, de benen liepen drie slagen achter bij wat het hoofd wilde, er zat geen enkele dynamiek meer in haar bochten. Daarbovenop bezweek ze bij een skate-off tot twee keer toe aan de torenhoge druk die ze zichzelf oplegde.

Er kwam een voor Wüst ongrijpbare factor bij. De Nederlandse allroundschaatssters, vooral die van haar TVM-ploeg, presteren collectief minder dan in de topjaren 2006, 2007 en 2008. Haar trainingsmaatje Van Deutekom raakte overtraind, kreeg bij de start van dit seizoen last van een liesblessure en kwam niet in de buurt van plaatsing voor wereldbekerwedstrijden. Net als ex-wereldkampioen junioren Marrit Leenstra, die haar lichtvoetigheid volledig kwijt lijkt. Renate Groenewold eindigde in Berlijn en Heerenveen ver van het podium. De regerend wereldkampioene op de drie kilometer heeft na een herniaoperatie een plausibele verklaring en kan allicht nog verbeteren in de loop van het seizoen. „De vrouwen hebben voorzichtig gezegd de goede vorm nog niet te pakken”, constateerde TVM-kopman Sven Kramer niettemin in zijn column in de Telegraaf.

Zelf was Wüst er in oktober van overtuigd dat ze de moeilijke periode achter zich had gelaten. Een lange pauze na het vorige seizoen, deels noodgedwongen door een operatie aan haar amandelen, goed naar haar lichaam geluisterd in de zomertraining, ouderwets lekker geschaatst in de herfst, weer terug op een comfortabel lichaamsgewicht. Ze werd twee weken geleden nationaal kampioene op de drie kilometer, tweede op de 1.500 meter, vijfde op de 1.000 meter.

Haar prestaties kwamen terecht op de grote hoop met teleurstellende tijden en matige prestaties bij de eerste wereldbekerwedstrijd in Berlijn. Critici suggereerden collectieve oorzaken. Zouden de eerder veel geprezen specifieke krachtoefeningen van trainer Jim McCarthy de TVM-vrouwen hebben gesloopt? Was de buitenlandse concurrentie, aangevoerd door de Tsjechische Martina Sáblíková, nu al niet meer in te halen?

Wüst bande de gedachte aan collectief falen uit en bleef geloven in haar eigen route. Vorig seizoen deed ze dat ook, maar dat was enigszins tegen beter weten in, gaf ze eerder toe. Nu focuste ze zich met trainer Gerard Kemkers op concrete minpunten. In haar race op de drie kilometer van vrijdag, zesde in 4.09,34, waren de bochten opnieuw te statisch. Voor haar 1.500 oefende ze in de tunnel naar de baan aan het elastiek bij Kemkers op het overstappen in de bocht.

Bovendien slaagde ze erin zich niet te laten afleiden door gedachten aan het eventuele resultaat. „Ik dacht: gewoon lekker schaatsen en genieten van het publiek. Tot nu toe had ik het idee dat ik me elke week aan het verdedigen was. ‘Het komt wel’, zei ik dan. Die tijd is nu voorbij. Ik hoop dat dit een doorbraak is.”