Wat is de hoofdstad van Thailand? Pijnlijk!

Deze aflevering van Woordhoek is niet geschikt voor kinderen. Noch voor gevoelige lezers.

Veel kinderen onderwerpen elkaar aan pijntesten. Zij doen dat binnen het gezin, op het schoolplein en binnen de groepen waarin zij verkeren. Zonder twijfel hebben die spelletjes een sociale functie – met als voornaamste het vaststellen van de pikorde – en natuurlijk zijn er allerlei variaties: van min of meer onschuldige pesterijtjes die het groepsgevoel moeten versterken tot grensoverschrijdende treiterijen.

„Ik zat op een streng gereformeerde lagere school als min of meer heidens kind en had nogal wat te verduren van de zeer vrome meisjes in mijn klas”, schreef een vrouw naar aanleiding van de vorige aflevering van Woordhoek. „Prikkeldraad was een van hun specialiteiten, vooral op mij uitgeprobeerd. Daarnaast een variatie op het okkernootje: met een volle melkfles op mijn hoofd slaan of mij met z’n allen oppakken en over de hoge brugleuning boven het water hangen, terwijl we niet konden zwemmen. Zoiets deden de jongens nooit. Die vochten wel met elkaar, maar in achterbaks kwellen spanden meisjes de kroon.”

Kinderen krijgen niet alleen pijntesten van andere kinderen te verduren, maar ook van volwassenen. Op dit punt lijkt er het nodige veranderd. Diverse lezers haalden herinneringen op aan juffen, meesters, pastoors en dominees die hen, in de klas of bij de ingang van de kerk („En wáár was jij vorige week!?”), ruwer bij de kin grepen dan wij nu acceptabel zouden vinden. Dat een buurman als ‘grapje’ je kind geregeld sigarenrook in het gezicht blaast, zouden wij nu ook niet meer accepteren.

Hoe het ook zij, voor al die plagerijen blijken allerlei namen te bestaan, waarvan de meeste niet in onze woordenboeken zijn vastgelegd. Hieronder volgt een beknopt overzicht, gerangschikt per lichaamsdeel. De informatie is aangedragen door ruim honderdvijftig lezers.

Achterste. Kontebof: spelletje waarbij twee personen een derde aan armen en benen vastpakken en hem met het achterste tegen de grond laten slaan. Iemand burgemeester maken, zijn of haar (onder)broek naar beneden trekken (waarom heet dit zo?). Kontroffel of kontjeflik: spelletje waarbij iemand met z’n gezicht tegen een muur staat of voorover gebogen staat en dan moet raden wie van de overigen hem een klap voor z’n achterwerk heeft gegeven. Flossen of iemand een reetveter geven: vanachter iemands onderbroek met een forse ruk zo hoog mogelijk omhoogtrekken. Soms ook aangeduid met de Engelse termen jiffy, wedgy of high C. Die laatste naam zal aansluiten bij het idee dat jongens hoog gaan praten van een schop in hun kruis.

Arm. Prikkeldraad: de huid boven de pols of op de onderarm met beide handen in tegengestelde richting bewegen. In Groningen en Drenthe ook wel prikkellimonade genoemd. In Friesland spreekt men ook wel van prikkeltjebier of prikkeltsjebier, in Vlaanderen van slangenbeet. Bij een vlooieniepje knijp je de huid van iemands arm tussen de nagels van duim en wijsvinger en bij het rooie paadje doe je alsof er allerlei dieren over iemands arm lopen die net zo lang krabben en bijten totdat er een rood spoor ontstaat.

Bent u daar nog of vindt u dit al te pijnlijk worden? Maar we zijn nog niet eens bij de knietjes aangeland, die tegenwoordig soms worden ingeleid met de vraag: „Wat is de hoofdstad van Thailand?” Antwoord, met knietje: „Bengcock!”

Meer aanstaande woensdag op www.nrc.nl/woordhoek