Volop 'drive', maar 20 procent te veel geldingsdrang

Hij profileert Maastricht als drugsstad en zichzelf als daadkrachtig bestuurder. Maar het fanatisme van burgemeester Gerd Leers lijkt niet altijd effectief. De kritiek op hem groeit.

Gerd Leers haalde vorige maand het nieuws met een affaire. De burgemeester van Maastricht kocht privé een vakantievilla in Bulgarije van een bedrijf waarvan een van zijn ambtenaren mede-eigenaar is.

Dat had hij niet moeten doen, zei zijn adviseur, de Maastrichtse hoogleraar Arno Korsten, publiekelijk. In de privékwestie was Leers ook als burgemeester actief, bleek uit onderzoek van deze krant. Over zijn handelwijze verschijnt deze maand een rapport van het Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten.

De affaire past niet bij het onberispelijk imago van Leers (58). Het grote publiek ziet hem als een daadkrachtig, transparant bestuurder. Het riep hem via een enquête in 2004 uit tot beste burgemeester van het land.

Gerd Leers is al meer dan een kwart eeuw politiek actief. Net afgestudeerd, wordt hij als 24-jarige in 1975 lid van de PvdA. Dat blijkt een verkeerde keuze van de katholieke werkgeverszoon. „De uitermate polariserende en drammerige opstelling van de voorlieden van deze partij was voor mij reden mijn lidmaatschap na een jaar alweer op te zeggen”, zegt Leers in het boekje Haagse portretten (1995). In 1979 wordt hij lid van het CDA.

Als Tweede Kamerlid voor die partij (1990 tot 2002) staat Leers onder collega’s bekend als een doener, zegt Rob van Gijzel, sinds 2008 burgemeester van Eindhoven. Hoewel lid van de PvdA is Van Gijzel eind jaren negentig het ‘maatje’ van Leers in de Kamer. Het duo ‘doet’ het dossier Bouwfraude. „Daarbij heeft hij goed samengewerkt”, zegt Van Gijzel. „Hij had als lid van de oppositie munitie in handen, maar koos niet voor het scoren op korte termijn.”

Er was ook wel kritiek, zegt Van Gijzel. „Hij was heel direct, zeker voor een zuiderling. Nam geen blad voor de mond. Dat kan positief zijn, maar de manier waarop hij het deed, kon nog wel eens onnodig stekels bij anderen overeind zetten. Dan zei men dat Gerd het effectiever had kunnen doen. Of dat zo is, weet ik niet.”

De Limburgse CDA’er Ger Koopmans ziet Leers „bovenop de fraude zitten”. Nadat Koopmans in 2002 zelf Tweede Kamerlid is geworden, constateert hij ook dat Leers eerder heeft ingestemd met honderden miljoenen extra voor de Betuwelijn. „Gerd Leers heeft twee kanten: een harde en een meegaande kant. Dat is geen kritiek. Dat vind ik prachtig.”

Door zijn woordvoerderschap in de bouwfraude stijgt Leers in eigen partij in aanzien. Hij wordt gewaardeerd om zijn lef. Zijn benoeming tot burgemeester van Maastricht, in 2002, biedt hem de gelegenheid ook bestuurlijke ervaring op te doen.

In Maastricht bouwt Leers een onberispelijk imago op. Hij is een bestuurder die ‘doorpakt’. In 2003 laat hij de mobiele eenheid een inval doen in de ‘vrijstaat’ die woonwagenkamp Vinkenslag is. Leers blokkeert dat jaar ook een nieuwe miljoenensubsidie voor de armlastige voetbalclub MVV. Woedende supporters belegeren het stadhuis. Leers wordt bedreigd, maar oogst publieke lof.

Met zijn invulling van het burgemeesterschap loopt Leers vooruit op de gekozen burgemeester: iemand die een eigen programma uitvoert en geen apolitieke collegevoorzitter is. „Burgers vragen om een sterke burgemeester, een leider, die de richting aangeeft”, schrijft hij in 2003 in een artikel.

„Zijn dadendrang was een verademing voor de stad”, constateert het Limburgse VVD-Kamerlid. Frans Weekers. „Hij heeft knelpunten daadkrachtig aangepakt.”

Zijn grootste succes is de financiering van A2-tunnel door Maastricht, zegt Kamerlid Koopmans. „Daar heeft hij een hele show van gemaakt. Dat was vakwerk.”

Maar er is ook een onbekende kant van Gerd Leers, die de daadkracht nu overvleugelt. Leers overlegt te weinig, is publiciteitsbelust en kan erg drammen. Dat wordt duidelijk uit een rondgang langs burgemeesters in Zuid-Limburg en de Belgische buurgemeenten. Met hen heeft hij een moeizame relatie.

Zo zet Leers kwaad bloed met zijn plan coffeeshops uit het centrum te verplaatsen naar ‘wietboulevards’ langs de gemeentegrens. Leers kondigt het in de pers aan, maar de uitvoering loopt vast omdat er te weinig draagvlak is bij de Nederlandse en Belgische buren.

Leers is ook in het nieuws door te ijveren voor de legale teelt van softdrugs, onder overheidstoezicht. En in mei dit jaar komt Leers met het plan voor een wietpas, voor bezoekers van alle coffeeshops in Limburg.

Hij organiseert alvast een persconferentie over de wietpas in zijn stadhuis, met burgemeesters en ministers. Een week later trekken de meeste bestuurders hun steun in, ze hebben geen zin in een ongewis avontuur. Tijdens de persconferentie blijkt namelijk dat – tegen de verwachting in – de aanwezige minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) de gevraagde extra agenten niet geeft.

Johan Sauwens, burgemeester van de Vlaamse buurgemeente Bilzen, verneemt het plan voor de wietpas uit de krant. „Leers krijgt bij ons steeds meer het imago van een praatjesmaker. Dat wij via de media kennis moesten nemen van deze plannen deugt niet”, zegt hij.

„Hij pakt het niet altijd even handig aan”, zegt ook Kamerlid Weekers. „Met die softdrugs en de verplaatsing van coffeeshops is hij als een olifant in de porseleinkast, waar hij met stille diplomatie zou moeten werken. Zijn drang naar publiciteit gaat af en toe met hem op de loop. Daar heeft hij last van als hij dingen wil regelen.”

Weekers’ partijgenoot Ricardo Offermanns, burgemeester van buurgemeente Meerssen, is uitgesproken: „Leers bindt niet. Hij is het type: ‘Ik heb gelijk’. Hard rennen en weinig luisteren. Zo bruuskeert hij mensen.”

Dat is de reden, legt Offermanns uit, waarom veel plannen van Leers uiteindelijk niet doorgaan. Offermanns signaleert een „ongebreidelde scoringsdrift”. „Leers wil aan de lopende band in het nieuws zijn. Meestal met ballonnetjes. Eenmaal opgelaten hoor of zie je er niets meer van. Waarom hij dat doet? Voor de BV Gerd Leers Vooruit, als je het negatief wil zien. Wie het positief ziet, zegt dat hij betrokken is en dag en nacht vol ideeën zit.”

Sjraar Cox, burgemeester van Sittard-Geleen (PvdA), spreekt eerder dit jaar over „egotripperij” van Gerd Leers. Hij moet maar eens zorgen dat de relatie met de buurgemeenten beter wordt. „Dat is uitgesproken tussen ons”, zegt Cox nu. „Ik bewonder Leers om zijn geweldige drive.”

Leers combineert gedrevenheid met ongedurigheid, volgens burgemeester Toine Gresel (CDA, Heerlen). „Hij is soms onbeheerst. Als je het niet met hem eens bent, kan hij helemaal los gaan. Dat hij meteen naar de pers loopt, is ook niet altijd effectief gebleken. Als hij twintig procent minder geldingsdrang had, was hij effectiever als bestuurder.”

Zijn geldingsdrang kan negatief uitpakken, heeft Maastricht gemerkt. Vroeger stond de stad alleen bekend als bourgondische enclave. Maar Leers zet met een reeks mediaoptredens Maastricht scherp neer als drugsstad. Bij Pauw en Witteman meldt hij jaarlijks „anderhalf tot twee miljoen drugstoeristen” te verwelkomen en zegt hij: „We hebben één groot probleem in Maastricht en dat is een drugsprobleem.”

Collega Gresel zag het gebeuren, en hield zijn mond. „Het klinkt opportunistisch”, zegt Gresel, „maar ik was niet ongelukkig dat een andere gemeente zich zo nadrukkelijk profileerde als drugsstad.” Heerlen had jaren dat imago, maar wist de overlast flink terug te dringen.

Gresel is bevriend met Leers: „Samen op de golfbaan, een hapje eten met de dames.” Hij zegt ook de positieve kanten van „het fenomeen Leers” te zien. „Daadkracht is niet altijd slecht. Leers was vooral supereffectief in de beginjaren. Hij had ook goede contacten in Den Haag. Daardoor zijn dingen bereikt, die anders niet gelukt waren, of niet zo snel. Maar de effectiviteit is de laatste jaren minder.”

Kamerlid Koopmans is het daar niet mee eens. „Onlangs maakte ik een nota over grensoverschrijdend openbaar vervoer”, zegt Koopmans. „Het fanatisme waarmee hij bij mij lobbyde voor de komst van een tram tussen Maastricht en de Belgische gemeente Lanaken! Daar kunnen een hoop jongelui wat van leren.”

Ook Rob van Gijzel relativeert het beeld dat de burgemeesters in Zuid-Limburg over Leers schetsen. Dadendrang en diplomatie zijn moeilijk te doseren, zegt hij. „Iemand die voorop loopt, komt altijd iemand tegen die zegt: je gaat te hard. Dat is logisch. Als hij twintig procent minder ambitie had zou men zeggen: hij is te weinig richtinggevend. Het belangrijkste hierbij is dat je het touwtje niet laat breken. Dat doet Gerd niet. Hij houdt het op spanning, maar weet tot hoever hij kan trekken.”

Of het touwtje nu wel of niet breekt; de contacten van Leers in de regio en in Den Haag zijn minder goed dan vroeger. Met opeenvolgende ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie (ook van zijn eigen partij) discussieert Leers onophoudelijk. Hij wil wetten en regels aanpassen voor zijn drugsaanpak en voor het binnenhalen van het Amerikaanse gokconcern Harrah’s. Het lukt hem niet.

Met Balkenende krijgt hij in april 2006 ruzie, na kritiek op de minister-president in de Volkskrant: „Premier Balkenende opereert als een technocraat. Als zijn mediaoptreden niet verbetert, moet hij terugtreden als CDA-lijsttrekker.”

Reg van Loo, burgemeester van Vaals, heeft een „ambivalent beeld” van Leers: „In het persoonlijk contact ervaar ik hem als uiterst hulpvaardig en profiteer ik van zijn inbreng. Daarnaast is er de Gerd Leers uit de publiciteit, die Balkenende voor het laatst waarschuwt. Ik heb het gevoel dat hij zich graag tussen Cohen en Opstelten plaatst, maar het is de vraag of je die status hebt als burgemeester van een provinciehoofdstad.”

Volgens Van Loo profileert Leers zich iets te nadrukkelijk als staatsman. „Hij heeft naam gemaakt met de ontruiming van Vinkenslag. Sindsdien zit hij mogelijk gevangen in het profiel van bestuurder die bewonderd wordt vanwege zijn daadkracht. Daar wil hij telkens aan voldoen. Het zou hem helpen als hij zich kwetsbaarder opstelt.”

Ook in Maastricht zijn de verhoudingen met ambtenaren en bestuurders vaker gebruuskeerd. Bronnen rond het stadhuis melden dat Leers een moeizame relatie heeft met loco-burgemeester Jean Jacobs (PvdA). Die zei vorig jaar in De Limburger, volgens de krant doelend op Leers: „Sommige bestuurders [zijn] te druk met hun persoonlijke ambities en eigen eeuwigheidswaarde.”

Jacobs wil niet meewerken aan dit artikel. Een woordvoerder van B en W zegt over Leers en Jacobs: „Die relatie is volledig op orde en er wordt in uiterste professionaliteit en collegialiteit samengewerkt.”

Met de ondernemingsraad van de gemeente krijgt Leers in 2004 problemen, nadat hij in zijn nieuwjaarstoespraak zegt dat ambtenaren soms als dorpsdespoten op hun dossiers zitten. John Aarts, VVD-fractievoorzitter en tot 2006 wethouder, vond het niet juist dat Leers ambtenaren openlijk kapittelde. „Bestuurders zijn verantwoordelijk”, zegt Aarts.

Hij signaleert dat het effect van Leers is uitgewerkt. „Leers profileert zich nog steeds als Macher, maar de resultaten blijven uit. De grote projecten die hij zou binnenhalen, zoals het casinoconcern Harrah’s en een theater van Joop van den Ende, zijn er nog steeds niet. Ondertussen gaat het met zijn eigenlijke taken – veiligheid en samenwerking met buurgemeenten – slecht. Maastricht is de onveiligste stad van Limburg en de relatie met de buurgemeenten is slechter dan ooit.”

Bij het begin van zijn tweede termijn als burgemeester, in februari 2008, kondigt Leers aan dat hij halverwege zijn nieuwe termijn van zes jaar zal omzien naar een nieuwe uitdaging. Hij wil burgemeester in Den Haag of Rotterdam worden. Beide keren wordt hij afgewezen.

Inmiddels speculeert Leers over een langer verblijf in Maastricht. In de pers meldt hij dit jaar dat hij misschien zijn termijn wel wil volmaken, tenminste als de nieuwe wethouders, die volgend jaar aantreden, hem bevallen.

Om zichzelf opnieuw uit te vinden als burgemeester van Maastricht introduceert Leers ‘de dialoog van de kansen’. Een half jaar lang voert hij elke woensdag ‘bemoedigingsgesprekken’ met de burger. Leers in De Limburger: „Maastricht is te mooi om te treuren over de dingen die niet zijn gelukt. Dat is geweest. Ik ben er weer.”

Gerd Leers wilde niet geïnterviewd worden voor dit artikel.