Verstevig de Europese grensbewaking

Als migranten de oversteek blijven wagen, zullen tragedies op zee zich blijven voordoen. Haal daarom de drijfveer om te komen weg, schrijft Nebahat Albayrak.

Eind mei bezocht ik Cyprus, Griekenland en Malta en ontmoette ik migranten die hun leven in de waagschaal hadden gesteld. Ze vertelden me openhartig over hun motieven en over de gevaren en ontberingen die ze onderweg hadden meegemaakt.

Een Iraakse vader die in Turkije op weg naar de boot die hen samen naar Europa moest brengen, gescheiden werd van zijn vijftienjarige zoon en dus alleen aankwam, was de wanhoop nabij. Ik ging aan boord van een Italiaans patrouilleschip. De bemanning vertelde mij over de chaos en de doodsangst van de mensen in bootjes die ze – vaak pas net op tijd – onderschepten. Deze verhalen raken me niet alleen, ze sporen me ook aan verantwoordelijkheid te nemen.

Zolang er grote economische verschillen zijn en talrijke instabiele regio’s, zullen mensen proberen Europa te bereiken. Aan het wegnemen van die oorzaken moeten we als Europa vooral hard (mee)werken. Maar we weten ook dat dat slechts op (middel)lange termijn effect kan hebben. Daarom zullen we die migratiestromen op de korte termijn wel in goede banen moeten leiden.

Het overnemen van vluchtelingen of asielzoekers van de zuidelijke lidstaten of het opschorten van de afspraak welk land verantwoordelijk is voor de afhandeling van het asielverzoek is niet de oplossing. Dat zal de aantrekkelijkheid van de oversteek over zee alleen maar vergroten. Het neemt bovendien de prikkel in landen als Griekenland weg om de kwaliteit van de asielprocedure te verbeteren.

Op korte en middellange termijn moet worden geïnvesteerd in versterking van het grensbeheer, juist om de humanitaire drama’s die Spijkerboer beschrijft (Opiniepagina, 10 november) te voorkómen. Vergeet niet: Spaanse, Italiaanse, Maltese en Griekse grensbewakers hebben grote aantallen migranten op open zee gered uit varende wrakken. Deze lidstaten langs de grenzen van de Europese Unie verdienen de steun van de andere lidstaten. Registratie van iedereen die onrechtmatig de grenzen van de Unie overschrijdt moet een onderdeel zijn van het grensbeheer, net als het delen van informatie over mensensmokkel.

Tegelijkertijd moeten er betere afspraken komen over verantwoordelijkheden op zee. Het moet glashelder zijn wie verantwoordelijk is voor illegalen en asielzoekers die op zee worden aangetroffen. Er moet altijd de mogelijkheid zijn om asiel aan te vragen aan de grenzen van de Europese Unie. Juist aan de grenzen van de Europese Unie is het van belang dat deze procedures snel en efficiënt zijn en dat terugkeer een integraal onderdeel daarvan uitmaakt.

Het Europese asiel- en grensbewakingssysteem kan alleen goed functioneren als de EU ook aandacht besteedt aan de situatie in landen van herkomst en doorreis, juist om te voorkomen dat migranten die geen kans maken op verblijf in Europa de oversteek wagen. De EU moet haar problemen echter niet over de grenzen neerleggen bij transitlanden, zoals Marokko.

Omgekeerd mag ook van landen van doorreis worden gevraagd hun verplichtingen na te komen op het gebied van bescherming en grenstoezicht. Nederland en de Europese Unie moeten waar nodig de transitlanden bijstaan bij grensbewaking, de bescherming van vluchtelingen, de strijd tegen illegale immigratie en mensensmokkel en het ondersteunen van terugkeer. Dit is een ambitieuze, maar realiseerbare agenda. Bij de uitwerking en uitvoering ervan in Europees verband, speelt Nederland een actieve rol. Concreet steunt Nederland bijvoorbeeld Griekenland en Malta, maar ook Marokko, Sierra Leone en Liberia met expertise en middelen. Niet om het probleem weg te duwen, maar om te helpen humanitaire tragedies te voorkomen.

Nebahat Albayrak (PvdA) is staatssecretaris van Justitie.

Het artikel van Spijkerboer is na te lezen via nrc.nl/opinie. Dinsdagavond 17 november debatteert Albayrak in Felix Meritis in Amsterdam over Europese migratie. Kaarten: www.felixmeritis.nl.