Toch lagere quota blauwvintonijn

De totale vangstquota voor de Atlantische blauwvintonijn gaan volgend jaar omlaag van de oorspronkelijk vastgestelde 19.500 ton naar 13.500 ton. Dat heeft de internationale commissie voor het beheer van de Atlantische tonijn (ICCAT) gisteren bekendgemaakt. Het besluit volgt op verzoeken van wetenschappers en natuur- en milieuorganisaties om de vangst van blauwvintonijn geheel stil te leggen, ter voorkoming van de dreigende verdwijning van de blauwvintonijn uit de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee.

Het Wereldnatuurfonds reageerde teleurgesteld op het besluit van de ICCAT. „Het besluit is volkomen onwetenschappelijk en onacceptabel”, aldus de Spaanse tonijndeskundige en hoofd van de afdeling visserij van het fonds, Sergi Tudela. Volgens het Wereldnatuurfonds hangt het voortbestaan van de blauwvintonijn nu af van het verbod op de internationale handel in deze vis, die in maart aan de orde komt tijdens de internationale bijeenkomst over de zogenaamde Cites-lijst van met uitsterven bedreigde diersoorten. Een initiatief hiertoe genomen door Monaco is inmiddels gesteund door een groot aantal EU-landen, waaronder Nederland.

De blauwvintonijn is een van de grootste vissen die nog wordt gevangen in Europese wateren. De vangst vindt in het voorjaar plaats als de vis vanuit de Atlantische Oceaan de Middellandse Zee binnenzwemt om zich voort te planten. Voordat dit het geval is, wordt de tonijn massaal en systematisch weg gevist, om vervolgens vetgemest te worden voor export richting de Japanse sushi-industrie. De afgelopen jaren waarschuwen wetenschappers dat bij de huidige vangsttrend de populatie tonijn op een ineenstorting afstevent.

De ICCAT sloeg de wetenschappelijke waarschuwingen, onder meer van zijn eigen comité van specialisten, in de wind onder druk van de visserij en handelsbelangen van de EU en Japan.