Serviërs Kosovo stemmen deels mee

Het onafhankelijke Kosovo hield gisteren voor het eerst lokale verkiezingen. De Servische minderheid bleef in meerderheid weg, maar niet iedereen bleef thuis.

De gemeenteraadsverkiezingen gisteren in Kosovo golden als een cruciale test voor de jonge staat. Zou de Servische minderheid voldoende betrokken worden? Of bleven ze weg? Uit de eerste resultaten blijkt niet eenduidig of de test geslaagd is of niet.

De opkomstpercentages laten zien hoe verdeeld de Serviërs onderling zijn. In de enclaves die het dichtste bij Servië liggen en waar de Kosovaarse regering in de praktijk geen enkel gezag heeft, deden geen Servische kandidaten mee. Geen van de stemlokalen was open, vertelt Marije Cornelisse, Europarlementariër voor Groen Links en nu verkiezingswaarnemer. „Het mobiele stemlokaal was er ook snel weer weg.”

In drie nieuwe Servische gemeenten in het midden en oosten deden wel Servische kandidaten mee en ging ondanks de boycot ongeveer een op de vijf Serviërs naar de stembus. Deze gemeenten liggen verder van Servië. Burgers voelen zich door Belgrado in de steek gelaten en gebruikt voor politieke spelletjes. „De opkomst betekent dat zij beseffen dat hun toekomst in Kosovo ligt, een belangrijk signaal”, zegt een diplomaat die nauw betrokken is bij de gemeentelijke herindeling.

De Europese Commissie ligt niet zozeer wakker van de vraag welke partij in welke gemeente heeft gewonnen. Maar de opkomstpercentages in de verschillende delen van Kosovo worden wel door de internationale gemeenschap onder een vergrootglas gelegd. Uit die cijfers moet blijken of er hoop is dat al het geld en mankracht die de afgelopen tien jaar door EU, VN en NAVO in Kosovo zijn geïnvesteerd, ertoe leiden dat daar een functionerende multi-etnische democratie ontstaat. Voor de Kosovaarse regering zijn het de eerste zelf georganiseerde verkiezingen sinds de Albanese meerderheid zich in 2008 onafhankelijk verklaarde van Servië.

Op basis van voorlopige uitslagen lijken niet erg veel Serviërs daarin te geloven. De spanningen tussen de Serviërs en Albanezen blijven groot sinds het Servische leger in 1999 door langdurige NAVO-bombardementen Kosovo is uitgejaagd. Na 1999 werd Kosovo bestuurd door de VN en beschermde een grote NAVO-troepenmacht de achtergebleven Serviërs tegen de wraak van de Albanezen. De afgelopen jaren zijn er weinig incidenten geweest. De NAVO-troepen worden verminderd. De resterende Serviërs verhuizen geleidelijk naar Servië.

De Servische regering erkent de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid van Kosovo niet. Op 1 december begint de door de Servische regering aangespannen rechtszaak voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Uit de – niet bindende – uitspraak zal moeten blijken of de afsplitsing van de provincie in overeenstemming is met internationaal recht. Zelfs de EU is daarover verdeeld.

De regering in Belgrado en de machtige orthodoxe kerk riepen de Serviërs op de verkiezingen te boycotten, want meedoen zou het bestuur in Kosovo legitimeren. De Serviërs in Kosovo stonden voor een groot dilemma. Een boycot, zoals bij eerdere verkiezingen, betekent dat de Albanezen die wel gaan stemmen opnieuw het lokaal bestuur bepalen. „Kiezen tussen twee kwaden”, noemt Momcilo Trajkovic het, een van de Servische burgemeesterskandidaten.

Kort na de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo organiseerden de Serviërs zelf ook verkiezingen. De enclaves hebben daardoor veelal ook een ‘parallel bestuur’, maar dat wordt alleen door Servië erkend en kan geen aanspraak maken op geld uit Pristina.

Voor de vorige Servische regering was het behoud van Kosovo het allesoverheersende thema. De huidige Servische regering heeft toenadering tot de EU als agendapunt. Dat vereist het opvoeren van een moeilijke balanceeract: wel samenwerken met de EU-missie in Kosovo bij grenscontroles om drugssmokkel tegen te gaan, maar niet erkennen dat er een grens tussen Servië en Kosovo loopt. Blij zijn dat Serviërs straks zonder visa in de EU mogen reizen, betekent ook erkennen dat de EU daarbij onderscheid maakt tussen Servische en Kosovaarse paspoorten.

Veel wijst erop dat de Servische regering aan de Serviërs in Kosovo een dubbele boodschap afgeeft. Internationaal is de retoriek onveranderd: wij zullen de onafhankelijkheid van Kosovo nooit erkennen. „Achter de schermen krijgen ze de boodschap pragmatisch te zijn”, zegt de diplomaat. „Belgrado moedigt ze aan ook geld van Pristina aan te nemen, want Servië blijft de parallelle structuren niet eeuwig financieren.”